opinie

Loods VDAB verder de 21ste eeuw in

arbeidsmarktdeskundige Randstad

De vacatureanalyse van de VDAB weerspiegelt niet langer de arbeidsmarkt. Ze wortelt nog grotendeels in de 20ste eeuw. Hoog tijd om daar verandering in te brengen.

Een belangrijke rol van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) als arbeidsmarktregisseur is het verzamelen, genereren en analyseren van relevante arbeidsmarktdata. De dienst verricht op dat vlak meer dan behoorlijk werk. Denk aan de jaarlijkse schoolverlatersstudies, de evolutie van de werkloosheid en de vacatureanalyses. Maar bij die laatste kunnen enkele vragen worden gesteld.

Het is moeilijk uit te leggen dat de op zich al beperkte analyse van de vacatures alleen gaat over de vacatures die rechtstreeks aan de VDAB zijn meegedeeld.

De analyse slaat alleen op de vacatures die rechtstreeks bij de VDAB worden ingediend. In 2021 ging het om 362.500 vacatures, een record. Dat de sector werving en selectie in hetzelfde jaar 265.000 vacatures (eveneens een record) meedeelde aan de VDAB, wordt alleen vermeld maar niet uitgewerkt. We weten nochtans dat die vacatures slechts zeer gedeeltelijk overlappen met die van de VDAB. Hetzelfde geldt voor de 1.132.000 uitzendvacatures.

Door de uitsluiting van al die vacatures lijkt de VDAB minstens impliciet te suggereren dat het om minderwaardige vacatures gaat. Het is in elk geval moeilijk uit te leggen dat de op zich al beperkte analyse van de vacatures alleen gaat over de vacatures die rechtstreeks aan de VDAB zijn meegedeeld.

De essentie

  • De auteur
    Jan Denys is arbeidsmarktdeskundige bij Randstad.
  • De kwestie
    De vacatureanalyse van de VDAB weerspiegelt de huidige arbeidsmarkt niet meer.
  • Het voorstel
    Hoog tijd om daar verandering in te brengen en de studie de 21ste eeuw binnen te loodsen.

Intussen staat de arbeidsmarkt niet stil. In september 2021 publiceerde Randstad het rapport ‘Werk vinden’. Dat sprak van een intermediair ecosysteem tussen vraag en aanbod. Want er is niet meer alleen sprake van publieke (VDAB) en private spelers (uitzend- en rekruteringsbureaus). Intussen zijn ook de vacaturesites (Indeed en Monster), de sociale media (met Facebook als belangrijkste), LinkedIn en Google gevestigde waarden geworden, met respectievelijke marktaandelen van 16, 21, 14 en 19 procent.

Gig-platformen

De percentages slaan op de mensen die een van die kanalen hadden gebruikt bij het vinden van een job. Ter vergelijking, de VDAB liet in dezelfde studie 23 procent optekenen. En dan hebben we het nog niet over de gig-platformen met vacatures voor kortdurende jobs. Voor de VDAB bestaat de gig-economie nog altijd niet. Met haar huidige analyse schetst de VDAB dus zeker geen representatief beeld van de arbeidsmarkt.

LinkedIn heeft nu al meer data van de beroepsbevolking dan de VDAB. Over de data van Google en Facebook kunnen we alleen maar gissen.

De VDAB is anno 2022 een speler in het bredere intermediair ecosysteem, niet meer, maar ook niet minder. Als mensen werk vinden via de VDAB is dat altijd in samenhang met een ander kanaal. Dat geldt voor alle duidelijkheid voor alle kanalen. Die nieuwe situatie lijkt nog altijd niet helemaal doorgedrongen bij de dienst, maar ook niet bij de stakeholders en de voogdijminister.  De minister doet er goed aan meer expliciet uit te gaan van dit ecosysteem en de potentiële mogelijkheden ervan te exploreren.

Het lijkt me niet meer dan normaal dat als de VDAB als regisseur van de arbeidsmarkt een analyse maakt van de evolutie van de vacatures, hij de andere spelers in de mate van het mogelijke en waar dat relevant is in de cijfers opneemt.  Dat de VDAB er in 2022 nog altijd niet in slaagt deftige analyses te maken van de vacatures van werving en selectie en van die van de uitzendsector voorspelt niet veel goeds. 

Irrelevantie

Het spreekt vanzelf dat dat onaanvaardbaar is voor een organisatie die als opdracht heeft de arbeidsmarkt te regisseren.  Meer nog, als de VDAB zich blijft beperken tot dit soort analyses zal zijn irrelevantie toenemen en zullen andere organisaties meer en meer op de voorgrond treden. LinkedIn heeft nu al meer informatie (data) van de beroepsbevolking dan de VDAB. Over de data van Google en Facebook kunnen we alleen maar gissen.

De analyse van de vacatures gebeurt ook te weinig diepgaand. Door een meer diepgaande analyse krijgt men zicht op welke competenties de werkvloer nodig heeft en wat de evoluties zijn. Dat is nuttige informatie om bijvoorbeeld het opleidingsbeleid op te baseren. Door te vergelijken met het werkzoekendenbestand kan je de mismatch beter in kaart brengen.

De analyse van de vacatures wortelt nog te veel in de voorbije eeuw. Een analyse van de 21ste eeuw dient breder en diepgaander te zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud