opinie

Loonnormwet, garantie op jobcreatie en koopkracht

Gedelegeerd bestuurder VBO

De laatste dagen is er naar aanleiding van het afspringen van het overleg inzake het Interprofessioneel Akkoord (IPA) heel wat te doen om de nieuwe loonnormwet. Als je de vrije tribune van ACV-voorzitter Marc Leemans op 25/01 in De Tijd gelezen hebt, zou je denken dat ons land geen competitiviteitsprobleem meer heeft. Niets is minder waar.

Volgens het ACV respecteert de wet de onderhandelingsvrijheid niet. De nieuwe loonnormwet heeft gewoon als doelstelling om te zorgen dat bedrijven competitief blijven en er een gunstig klimaat is voor jobcreatie. De Belgische democratische volkswil, vertegenwoordigd door het parlement, lijkt mij hier duidelijk te primeren. De bonden pleiten in dat verband steevast voor ‘vrije loononderhandelingen’, zoals in andere landen. Men ‘vergeet’ er dan wel bij te zeggen dat de tellers dan in principe op nul worden gezet en dat we dan, net zoals in andere landen, onderhandelen over de mate waarin de aanpassingen aan de levensduurte en de baremieke verhogingen worden meegenomen bij de onderhandeling van toekomstige loonsverhogingen.

Wat de historische loonkostenhandicap betreft: het cijfer van 12,6 procent staat nu zwart op wit in het rapport van de Centrale Raad van Bedrijfsleven. Dit is dus zeker geen onzichtbaar monster van Loch Ness, maar een bewezen en zeer grote olifant in een kleine kamer. Probeer maar eens afzetmarkten te veroveren als bedrijf met arbeidskosten van gemiddeld 35,5 euro per uur ten opzichte van 31,5 euro per uur. 4 euro per uur duurder, dat betekent meer dan 600 euro per maand per werknemer duurder en 7.500 euro per jaar per werknemer duurder. En toch doen onze ondernemers hun uiterste best om hier welvaart te blijven creëren. We moeten daar fier op zijn.

Er is ook veel kritiek op de veiligheidsmarge. De oorspronkelijke wet (zonder veiligheidsmarge) van 1996 had als expliciete doelstelling verdere loonontsporingen te vermijden. Dat is niet gelukt: in de loop der jaren is de absolute loonkostenhandicap alleen maar toegenomen, met als hoogtepunten 19,4 procent in 2008 en 17,3 procent in 2013. De berekeningen van de loonmarge zaten er per IPA gemiddeld 0,7% naast (té hoog) omdat de verwachte loonstijgingen bij de buurlanden werden overschat en de inflatie in België onderschat. Men creëerde zo als het ware een virtuele sjoemelmarge. Daarom is een veiligheidsmarge dus geen overbodige luxe. Preventieve voorzichtigheid is te verkiezen boven een dure behandeling van een zieke patiënt achteraf.

Verder is er nog de neutralisatie van de taxshift. Als ik het ACV goed begrijp, zou de taxshift de loonmarge moeten verhogen, of met andere woorden zouden overheidsmiddelen moeten dienen om brutoloonstijgingen van arbeiders en bedienden te betalen. Onbegrijpelijk. Daarom voorziet de wet uitdrukkelijk in de neutralisering van de impact van de taxshift op de loonmarge.

De wet doet dus wat ze moet doen. Namelijk een correct beeld geven van de loonmarge om de competitiviteit van de Belgische bedrijven in stand te kunnen houden.

Nu het meetmechanisme eindelijk preciezer en verfijnder werkt, zou iedereen daar toch tevreden mee moeten zijn. Meten is weten. Het versterkt bovendien de autoriteit en de credibiliteit van de CRB. De experten van vakbonden en werkgevers in de CRB waren trouwens akkoord met de aangereikte cijfers en technische analysemethoden.

De wet doet dus wat ze moet doen. Namelijk een correct beeld geven van de loonmarge om de competitiviteit van de Belgische bedrijven in stand te kunnen houden, zorgen dat daarbij een faire voorzichtigheid wordt gehanteerd, en zorgen dat maatregelen tot lastenverlaging hun doel bereiken: jobcreatie en de daarmee samenhangende extra koopkracht stimuleren.

De loonnormwet laat dus perfect toe om koopkracht met competitiviteit te verzoenen. Bij dezen dan ook nogmaals een duidelijke oproep: kom aan tafel en praat. Het IPA is immers meer dan alleen wat cijfers. Het gaat ook over staatsmanschap als sociale partner in een moeilijke context van een afzwakkende economische groei, gecombineerd met een mogelijke harde Brexit die vele jobs dreigt te kosten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud