opinie

Maak de kiezer vooral geen blaasjes wijs over onze economie

Algemeen secretaris ABVV

De problemen bij Audi, Van Hool en Esprit zijn nog maar de voorbode van een woelige storm, schreef VBO-topman Pieter Timmermans in een opiniestuk. Miranda Ulens, topvrouw van de vakbond ABVV, reageert: 'Het debat over onze industrie en economie moet breder gevoerd worden en in het juiste perspectief gezet worden.'

Opnieuw zien we dat werkgevers sociale drama’s zoals bij Van Hool en Esprit gebruiken om het beleid en onze economie foutief voor te stellen.

Werkgevers stellen ons land vaak voor als een woestenij voor ondernemers aan de Noordzee. Hun doemberichten lijken haast dagelijkse kost. Maar als je denkt dat dat iets unieks is voor 2024, think again. Je kan er de klok bijna op gelijkzetten, want het herhaalt zich bij elke grote gebeurtenis, van de brexit over corona tot de energiecrisis. Altijd opnieuw trekt men het doemscenario uit de kast, terwijl de realiteit vaak veel minder zwart blijkt te zijn. Een helder en genuanceerd perspectief is cruciaal.

Advertentie
  • De auteur
    Miranda Ulens is algemeen secretaris van de vakbond ABVV.
  • De kwestie
    Werkgevers komen geregeld met doemberichten over onze industrie en economie op de proppen, zoals onlangs nog VBO-topman Pieter Timmermans.
  • De conclusie
    Onze industrie en economie zijn er minder slecht aan toe dan werkgevers schetsen.  Politieke partijen moeten wel kleur bekennen over de EU-verplichting om het begrotingstekort en de schuld terug te dringen.
Advertentie

Van industrie naar diensten

Onze industriële productie is volgens cijfers van de statistiekdienst Statbel met 20 procent gestegen in de afgelopen tien jaar. Het belang van de sector in de totale economie daalt wel.

Over de jobs zelf dan. De dienstensector is bezig aan een opmars. De industrie kent de afgelopen jaren een sterke beweging van outsourcing. Jobs in de schoonmaak, administratie en bewaking worden vaak naar externe bedrijven verschoven. Het gaat over dezelfde jobs, maar ze vallen dan onder een andere categorie en komen bij de ‘diensten’ terecht. In absolute aantallen moet het ‘verlies’ van jobs in de industrie dus sterk gerelativeerd worden.

Het lijkt er ook op dat bedrijven vooral de trom roeren als middel om te lobbyen voor extra staatssteun. Maar de winstmarges zijn nog altijd historisch hoog, erkent ook de Nationale Bank. Toch zien we te weinig (uitbreidings-)investeringen. De werkelijkheid is dus vaak weerbarstiger dan het geschetste beeld.

Loonkosten

Een gemakzuchtig argument van werkgevers, zoals van Pieter Timmermans op deze pagina’s, is dat ‘de loonkosten hier te hoog zijn’. Een loon is geen kostenpost, maar een investering. Maar dat is een semantische discussie. Onze ‘loonkosten’, gecorrigeerd voor productiviteit en loonsubsidies, zijn niet per se hoger dan elders.

Dus nee, hier komt de concurrentiekracht van ondernemingen niet in de verdrukking. Als je rekening houdt met productiviteit, zijn we zelfs 2,8 procent goedkoper dan de buurlanden. Ook de Nationale Bank besluit in een recent rapport dat de Belgische loonkosten per eenheid product 'dicht bij het niveau in Nederland, maar duidelijk lager dan in Frankrijk en Duitsland' liggen. We betalen ons dus blauw om een nagenoeg onbestaande loonhandicap te compenseren.

Bovendien volgen onze lonen de productiviteit niet en wordt het aandeel kapitaal groter tegenover het aandeel arbeid. Een uur arbeid brengt elk jaar meer op voor bedrijven en aandeelhouders. Die opbrengsten gingen niet naar de lonen. Waarom? Een indexsprong in 2015, lage loonmarges en een hogere inflatie bij ons dan in de buurlanden. Sinds 1995 steeg de productiviteit 15 procent sneller dan de lonen. Die spreidstand is onhoudbaar.

Daarbovenop komt dat eind april over nieuwe strakkere begrotingsregels gestemd wordt in het Europees Parlement. Die verplichten EU-lidstaten hun begrotingstekort en schuld snel drastisch te verminderen. Voor België betekent dat een brute besparing van 30 miljard euro in de komende jaren, of 10 procent van de overheidsuitgaven. Zo wordt de (sociale) overheid ontmanteld.

Dat is drie keer het budget voorzien voor ziekenhuizen, zeven keer de jaarlijkse overheidssteun aan de NMBS, meer dan het budget voor onderwijs. Het Europees Vakverbond, een koepelorganisatie van vakbonden, noemde dat onlangs een absolute ontwrichting van ons sociaal model. De politieke partijen moeten daarover duidelijk kleur bekennen in de aanloop naar de verkiezingen. Want het wordt niet prettig.

Groenere economie

De overheid moet een actieve rol spelen in het vormgeven van de economie door te investeren in infrastructuur, technologie en duurzaamheid, met aandacht voor zowel sociale rechten als het milieu. Dat betekent meer investeren in publieke infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling, en maken dat bedrijven goed voor hun werknemers en het milieu zorgen. Tegelijk moet de overheid erover waken dat alle bedrijven het spel globaal gezien eerlijk spelen (geen sociale dumping) en moet ze de klimaatverandering aanpakken. Ze moeten zorgen voor goede banen en vorming voor werknemers in de transitie naar een groenere economie.

Om economische stabiliteit en welvaart te bevorderen moeten we ons richten op feitelijke analyses en genuanceerde inzichten, verder kijkend dan sensationele koppen. Zo kunnen we beleid vormen dat gericht is op een duurzame en veerkrachtige economie, ten voordele van alle werknemers en de samenleving als geheel. Dat biedt zekerheid en vertrouwen.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.