opinie

Maak het beleid toekomstbestendig

België en Vlaanderen moeten eindelijk eens een onafhankelijk instituut oprichten voor toekomstverkenning, zoals in Nederland en Frankrijk. En dus een waarnaar geluisterd moet worden en dat thema’s op de politieke agenda kan plaatsen.

Door Derrick Gosselin & Bruno Tindemans, auteurs van ‘Toekomstmakers’ (2010, 2012) en ‘Thinking Futures’ (2016). Derrick Gosselin is onafhankelijk bestuurder in internationale industriële groepen en onderzoeksinstellingen. Hij is verbonden aan de universiteiten van ­Oxford en Gent. Bruno Tindemans is CEO an Syntra Vlaanderen en verbonden aan de universiteiten van Gent en Oxford.

Noch België, noch Vlaanderen heeft een toekomstbestendig beleid. De impact van klimaatverandering, de migratiestromen, de vergrijzing, de energietransitie, de waterschaarste, het gebrek aan zeldzame grondstoffen en andere grote uitdagingen maken onze omgeving onzekerder en verhogen de complexiteit.

Landen overal ter wereld doen grote inspanningen om zich aan te passen aan de snel veranderende en complexe omgeving. Behalve België en Vlaanderen.

Ondanks die ingrijpend gewijzigde wereld die razendsnel blijft veranderen, weerspiegelen de Brusselse beslissings- en overlegstructuren hier nog steeds het verleden en verdelen ze het heden. De grote afwezige is de toekomst.

Vele landen doen wel wat moet: ze passen hun beleidsprocessen aan en voegen een nieuwe kracht toe: de toekomstverkenning. In Nederland werd daarvoor de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) opgericht. Frankrijk riep France Stratégie in het leven om het land beter voor te bereiden op toekomstige uitdagingen.

Derrick Gosselin ©RV DOC

Die instellingen hanteren nieuwe methodes om beter te kunnen anticiperen, met thema’s zoals de toekomst van werk in een technologische omgeving, antwoorden op disruptieve innovatie, een schokbestendig, robuust energiebeleid...

Maar er is meer. Beide instellingen kunnen ook thema’s op de politieke agenda plaatsen. En beide instellingen maken aanbevelingen voor de toekomst. Zijn wij daar ook toe in staat? Of zal onze toekomst gerecupereerd worden door de krachten uit het verleden?

Een Instituut voor Toekomstverkenning zou ook in ons land tot goed beleid kunnen leiden door een kracht van de toekomst te zijn, zoals wij bijna tien jaar geleden al bepleit hebben.

Zo’n instituut kan verkenningen uitvoeren die bijvoorbeeld een schokbestendig energiebeleid en een passend klimaatbeleid mogelijk maken. Het kan onderzoeken welke de vereisten zijn van een onderwijsbeleid en een proactief sociaal beleid. Het kan nagaan hoe een gezondheidsbeleid en een industriebeleid kunnen anticiperen. Kortom, het kan de toekomst binnenbrengen in de besluitvorming.

Bruno Tindemans ©RV DOC

Hoe kan dat dan werken? Een bijzonder mechanisme maakt dat die instellingen in Nederland en Frankrijk rechtstreeks rapporteren aan de minister-president of de eerste minister of aan de president. Zij sturen hun rapporten met aanbevelingen naar de regering, die die op haar agenda moet zetten. Daarenboven moet de regering binnen een strikt bepaalde termijn ook antwoorden verschaffen. Doet ze dat niet, dan heeft bijvoorbeeld de WRR in Nederland bij wet het recht om rechtstreeks naar de pers te stappen met het rapport.

Impact

De vraag is of we in staat zijn onszelf een instituut te geven dat die opdracht aankan. Er zijn twee voorwaarden om te kunnen slagen in het opzet.

Ten eerste moet een Instituut voor de Toekomst impact hebben op het beleid. Universiteiten kunnen studies en wetenschappelijk werk verrichten, maar een toekomstbeleid dient verder te gaan en moet ook alle barrières overwinnen en doordringen op alle beleidsniveaus. Daarom is het Instituut een opdracht voor het beleid, universiteiten mogen dit niet claimen.

Zo’n instituut moet onafhankelijk zijn. Niet enkel in de financiering, maar ook naar legitimiteit

Ten tweede moet zo’n instituut onafhankelijk zijn. Niet enkel in de financiering, maar ook naar legitimiteit: een toekomstagenda wordt binnen de kortste keren getorpedeerd als er een schijn van politisering bestaat. Elke intentie om het Instituut politiek samen te stellen, op basis van de zogenaamde evenwichten, maakt het ongeloofwaardig.

Het moet een bij wet bepaalde, en in structuren echt onafhankelijke instelling zijn, ook in haar financiering, met een internationaal wetenschappelijk klankbord. Op die manier kan het instituut de broodnodige vernieuwing betekenen voor ons participatiemodel zodat het de toekomst beter kan voorbereiden.

Land zonder plan

Landen overal ter wereld doen grote inspanningen om zich aan die nieuwe, snel veranderende en complexe omgeving aan te passen en erop te anticiperen. Behalve in België en Vlaanderen. We verwijzen naar de recente column van Peter De Keyzer (‘Dit land heeft geen plan’, De Tijd 30 maart). Nochtans hangen kleinere rijke landen (regio’s) zoals België (Vlaanderen) sterk af van hun export en zijn ze zeer welvaartsgevoelig voor veranderingen in hun omgeving.

In Nederland, Denemarken, Zweden en Noorwegen zijn die instellingen erin geslaagd te wegen op het politieke debat en kregen ze een belangrijke rol om erop toe te zien dat hun welvaart en hun toekomst aan elkaar gekoppeld zijn.

Nederland, Denemarken, Zweden, Noorwegen: elk hebben ze dergelijke instellingen opgezet, elk van die landen leeft van de export, kent een sterk sociaal overlegmodel, staat heel hoog op de welvaartsindex van het Wereld Economisch Forum. In elk van die landen zijn die instellingen erin geslaagd te wegen op het politieke debat en kregen ze een belangrijke rol om erop toe te zien dat hun welvaart en hun toekomst aan elkaar gekoppeld zijn.

Zijn wij daartoe in staat? Of wordt ook onze toekomst gerecupereerd door de krachten uit het verleden?

Lees verder

Gesponsorde inhoud