opinie

Maak keten van onderaannemers van pakjesbedrijven korter

Advocaat-vennoot van MPloy advocaten sociaal recht

Om toestanden zoals bij de onderaannemers van PostNL te vermijden moet men de lengte van de keten beperken. De bijna eindeloze ketens van onderaannemers lenen zich tot misbruik.

De inval bij het pakjesbedrijf PostNL blijft nazinderen. In de eerste plaats wegens de gespierde aanpak van het arbeidsauditoraat. In de drukste maand van het seizoen werd een depot verzegeld en recent nog belandden enkele leidinggevenden van het bedrijf tijdelijk achter de tralies. Ze worden ervan verdacht lid te zijn van een criminele organisatie. Dat is een kwalificatie die in het verleden op drugsbendes en de Hell’s Angels werd geplakt. Het valt af te wachten wat daarvan komt.

Het debat over de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever voor de werkomstandigheden van zijn onderaannemers is terug van nooit echt weggeweest.

Minder spectaculair maar daarom niet minder interessant is dat de inbreuken op de sociale wetgeving zich niet situeren bij PostNL, maar bij zijn onderaannemers. Het arbeidsauditoraat houdt het pakjesbedrijf daarvoor wel verantwoordelijk.

Het debat over de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever voor de werkomstandigheden bij zijn onderaannemers is terug van nooit weggeweest. De bouw- en de transportsector worstelt al jaren met die vraag en met de zoektocht naar een gepast antwoord erop.

De essentie

  • De auteur
    Steven Renette is advocaat-vennoot van MPloy, advocaten in sociaal recht.
  • De kwestie
    Bij de onderaannemers van het pakjesbedrijf PostNL zijn sociale wantoestanden vastgesteld.
  • Het voorstel
    Om zulke toestanden te vermijden, moet men de lengte van de keten beperken. De bijna eindeloze ketens van onderaannemers leiden tot misbruik.

Het uitgangspunt is simpel: het staat een onderneming vrij om bepaalde onderdelen van het productieproces uit te besteden aan derden. De motieven daarvoor zijn velerlei en zeker niet oneerbaar: de onderaannemer beschikt bijvoorbeeld over gekwalificeerd personeel en is beter uitgerust om het werk uit te voeren. Beide partijen maken afspraken over het uit te besteden werk en de prijs en bezegelen dat in een overeenkomst. In regel betreft het een resultaatsverbintenis, wat betekent dat de onderaannemer zich ertoe verbindt een overeengekomen resultaat te behalen. De wijze waarop hij dat doet, is voor zijn rekening. Strikt genomen mag een opdrachtgever zelfs geen controle uitoefenen op de werknemers van zijn onderaannemer.

Responsabiliseren

Samen met de instroom van buitenlandse arbeidskrachten ontstond de nood om opdrachtgevers te responsabiliseren. Ze kunnen aansprakelijk worden gesteld voor het geval een onderaannemer zijn loonverplichtingen in België niet nakomt. Er bestaat al een uitgebreid wettelijk arsenaal, maar dit blinkt uit in formalisme en treft niet altijd doel.

De verleiding wordt dan groot om de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever nog verder op te schroeven. Dat zou een fausse bonne idée zijn: de opdrachtgever beschikt namelijk niet over de mogelijkheden om na te gaan of een onderaannemer zijn personeel correct betaalt en, meer in het algemeen, alle Belgische arbeidsregels naleeft. Hij heeft geen toegang tot de RSZ en al zeker niet tot buitenlandse databanken. Zonder een gerichte openstelling van die databanken is een opdrachtgever volledig afhankelijk van de informatie die zijn onderaannemer hem aanlevert.

Het is geen toeval dat de meeste wantoestanden gebeuren op het einde van de keten van onderaannemers. Tegen dan zijn de oorspronkelijke marges opgedroogd en worden de grenzen van de wet opgezocht. Het inkorten van de keten kan het watervaleffect afremmen.

Het is beter in te grijpen in de omvang van de keten. Het zijn de schier eindeloze ketens van onderaannemers die de weg voor misbruik plaveien. Het is geen toeval dat de meeste wantoestanden gebeuren op het einde van zo’n keten. Tegen dan zijn de oorspronkelijke marges opgedroogd en worden de grenzen van de wet opgezocht. Het inkorten van de keten kan het watervaleffect afremmen.

De reglementering bij overheidsopdrachten kan een inspiratiebron zijn. Daar mag een onderaannemer niet de totaliteit van het aangenomen werk verder uitbesteden. En afhankelijk van de fraudegevoeligheid van een sector wordt het maximaal aantal niveaus van onderaannemers beperkt.

Ondernemingen dragen een verantwoordelijkheid in de selectie van de contractpartij met wie ze samenwerken. Die verantwoordelijkheid heeft echter grenzen. Men kan ondernemingen niet belasten met het handhaven van de sociale wetgeving. Dat is en blijft een taak van de sociale inspectiediensten die daarvoor voldoende moeten worden uitgerust. Hoe korter de keten, hoe minder kans op losse schakels.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud