opinie

Maak van basisonderwijs een prioriteit

Onderwijsexpert

Nog niet zo lang geleden dachten ongeveer alle beleidsmakers en experts dat het met de kwaliteit van ons basisonderwijs wel snor zat. Nu blijkt dat 7 procent van de leerlingen uitstroomt zonder getuigschrift, is het tijd dat we ingrijpen, schrijft onderwijsexpert Dirk Van Damme.

7 procent van de leerlingen verlaat het basisonderwijs zonder een getuigschrift. Zij belanden in het secundair onderwijs in het eerste leerjaar van de B-stroom, die leidt naar het beroepsonderwijs. In die B-stroom kunnen ze op leeftijd, dus zonder te slagen, jaar na jaar overgaan. Deze jongeren stromen later als functioneel ongeletterden de arbeidsmarkt en de samenleving in. Dat is maatschappelijk onaanvaardbaar.

  • De auteur
    Dirk Van Damme is voormalig OESO-onderwijsexpert.
  • De kwestie
    7 procent van de leerlingen verlaat het basisonderwijs zonder een getuigschrift en blijft daardoor functioneel ongeletterd.
  • De conclusie
    De volgende Vlaamse regering moet het basisonderwijs tot een van haar belangrijkste werven maken, met aandacht voor de financiering, het curriculum en de lerarenloopbaan.

Het basisonderwijs heeft de voorbije decennia niet veel beleidsaandacht gekregen. Nog niet zo lang geleden dachten ongeveer alle beleidsmakers en experts dat het met de kwaliteit ervan wel snor zat. Dat romantische beeld is door telkens weer nieuwe data aan diggelen geslagen.

Erosie van onderwijskwaliteit is een veelkoppig monster en analyses van oorzaken of relevante factoren zijn dus complex en meerduidig. Toch wagen velen zich onmiddellijk aan allerlei simplistische verklaringen, vaak met onverholen bedoelingen te culpabiliseren en de verantwoordelijkheden dus ver weg van het beleid te leggen.

Migratie en de grote aantallen anderstalige leerlingen spelen uiteraard een belangrijke rol, maar ze zijn een onderdeel van een omvattender en complexer geheel van factoren. Dat geldt ook voor de bewering dat ouders en gezinnen het laten afweten en dat kinderen met almaar minder cultureel kapitaal en stimulerende ervaringen, zoals thuis lezen, naar school gaan. Decennia geleden was dat niet anders en toen slaagden basisscholen er wel in dat te compenseren.

Een andere factor is dat de scholen geconfronteerd worden met toenemende zorgnoden. De sluipende transformatie van scholen naar zorginstellingen vreet in op de pedagogische functie. Leraren schrikken ervoor terug hoge verwachtingen te stellen aan kinderen met hoge zorgnoden of met een rugzakje met problemen bij hen thuis.

De zorgproblematiek heeft ook te maken met gedragsproblemen. Dat basisscholen met een problematiek geconfronteerd worden die tot voor kort alleen in het secundair onderwijs voorkwam, is tekenend voor een maatschappelijke evolutie. Gedragstraining, inclusief het ontwikkelen van elementaire gedragsnormen, wordt zo alweer een bijkomende opdracht voor de basisschool.

Zinvoller dan het zoeken naar de oorzaken is kijken wat in het onderwijs kan - en moet – gebeuren. Te veel aandacht, energie en middelen zijn de voorbije jaren gegaan naar de hervorming van het secundair onderwijs, die een erg mager resultaat heeft opgeleverd. De volgende Vlaamse regering moet het basisonderwijs tot een van haar belangrijkste werven maken, naast het technisch en het beroepsonderwijs en de hervorming van het lerarenstatuut.

Welke zijn de belangrijkste onderdelen van die werf? In de eerste plaats financiering. Omdat ons onderwijs vanuit macroperspectief al zeer goed wordt gefinancierd, pleit ik zelden voor betere financiering. Maar het basisonderwijs blijft ondergefinancierd, zeker in vergelijking met het secundair. Er is dus een inhaalbeweging nodig, al dan niet gecompenseerd door efficiëntiewinsten in het secundair onderwijs.

Ambitieus curriculum

Een tweede deelwerf is het curriculum. In het basisonderwijs worden de fundamenten gelegd van de volledige leerloopbaan. Het is belangrijk de nodige tijd te nemen om een uitstekend, ambitieus curriculum te ontwikkelen en daarover een consensus te bereiken. Het zou erg jammer zijn om de eindtermen basisonderwijs snel af te kloppen. De vrees is reëel dat wie de lat lager wil leggen het pleit wint. Dat veel leerlingen het getuigschrift basisonderwijs niet halen, riskeert een oneigenlijk argument te worden om leerstof en doelstellingen die enige jaren geleden nog als volstrekt vanzelfsprekend werden beschouwd als ‘te moeilijk’ uit het curriculum te weren.

Het zou jammer zijn de eindtermen basisonderwijs snel af te kloppen. De vrees is reëel dat wie de lat lager wil leggen het pleit wint.

Daarnaast spelen eerder didactische kwesties. Hoewel het onmogelijk is dit echt hard te maken, is het aannemelijk dat didactische innovaties mee verantwoordelijk zijn voor de dalende leeruitkomsten in het basisonderwijs. Ze hebben wellicht bijgedragen tot een erg softe visie op onderwijsleerprocessen, die minder sterk dan vroeger op effectief leren zijn gericht, maar eerder op het leuker maken van het klasgebeuren.

Een derde deelwerf is een modernere visie op het lerarenberoep en de lerarenloopbaan. De loopbaan duidelijk in het perspectief van professionalisering plaatsen, een echte professionaliseringscultuur ingang doen vinden, samenwerking onder leraren bevorderen en het beleidsvoerend vermogen van de school versterken zijn prioriteiten.

Dat alles samen moet de basis vormen van een echt plan voor een sterk basisonderwijs, dat voor alle leerlingen de basis legt voor de verdere leerloopbaan en schoolcarrière.

Taalbad

Dat leerlingen op leeftijd naar het secundair onderwijs kunnen doorstromen, terwijl ze nog in een vierde leerjaar zitten, wordt het best grondig herbekeken. Een lagere school moet kunnen garanderen dat elke leerling de basis verwerft, ook als het wat meer tijd vergt. Met gerichte, intensieve interventies kan veel bereikt worden. Dat geldt ook voor de taalproblematiek, waar een kort intensief taalbad een enorm verschil kan maken.

Met de juiste beleidsaanpak is het mogelijk het tij te keren. Aan de basis leeft een duidelijke wil om de vele problemen en uitdagingen te overwinnen. Sommige scholen bereiken ook in zeer moeilijke contexten uitstekende resultaten. Het kan dus.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.