opinie

Maak van pensioen weer sociale verzekering

Marjan Maes

Voor onze pensioenen geldt: keep it simple. Talrijke inspirerende voorbeelden uit het buitenland zijn superieur aan de Belgische pensioenbonus, het summum van ik-wil-wel-maar-ik-kan-niet-en-ik-durf-al-helemaal-niet-politiek.

Net toen ik hoopte dat het toppunt van de cadeaupolitiek van de afgelopen weken voorbij was, moest het ergste nog komen. Met een nieuw pleidooi van Frank Vandenbroucke in De Standaard voor een verrijzenis van de pensioenbonus ‘om werken weer lonend te maken’ en ‘te zorgen voor een hoger pensioen’, zonder te verduidelijken hoe dat gefinancierd moet worden.

©RV DOC

Als men de regering die de pensioenbonus in 2015 heeft afgeschaft met de vinger wijst, sta me dan toe nog wat verder terug te gaan in de tijd. Naar de jaren 90, naar de verantwoordelijkheid van de regering waarvan de partij (sp.a) van Vandenbroucke deel uitmaakte. België hàd van in het begin een actuariële correctie in zijn pensioenstelsel. Wie op 60 met pensioen ging, kreeg een pensioen dat 25 procent lager was dan op 65.

Die correctie van 5 procent per jaar bestaat in zowat alle OESO-landen. Het principe is dat een malus wordt toegepast voor en een bonus na de wettelijke pensioenleeftijd. In Frankrijk is het 5 procent malus en 5 procent bonus, in Duitsland 3,6 procent malus en 6 procent bonus, in de VS 6,7 procent malus en 8 procent bonus, in Portugal, Spanje en Griekenland 6 procent malus en 6 procent bonus. En als de wettelijke leeftijd verhoogt, zoals in zo goed als alle OESO-landen al gebeurd is, wordt die correctie bij een vroege opname van het pensioen sterker.

Men hoeft hoegenaamd zijn toevlucht niet te nemen tot een pensioenbonus à la Frank Vandenbroucke. Jammer dat hij dat laat uitschijnen.

Die actuariële correctie kenmerkte ook het Belgisch pensioensysteem: meer of minder werken leidde tot een hoger of een lager pensioen. Tot de Belgische regering in 1991 dat verzekeringsprincipe heeft afgeschaft. De grootste pensioenblunder ooit gemaakt in België.

Werkende middenklasse

Pas als men de budgettaire gevolgen hiervan beseft en dan nog nalaat die situatie recht te trekken, kan je van schuldig verzuim spreken. België had een pensioenstelsel dat - terecht - in een genereuze sociale pensioenverzekering voor de werkende middenklasse voorzag, met een echte herwaardering van de lonen in de berekening van het pensioen. Die herwaardering is duur voor de overheid, omdat we met een middelloonregeling zitten, met het pensioen als een percentage van het gemiddelde loon over de hele loopbaan.

Dat de regering in 1991 het verzekeringsprincipe heeft afgeschaft is de grootste pensioenblunder ooit gemaakt in België

Omdat men in 1991 de actuariële correctie had afgeschaft, kregen de ouderen ineens een sterke financiële prikkel om hun pensioen op te nemen op de vroegst mogelijke leeftijd, 60 jaar. En dat deden ze ook (voor zover ze al niet met brugpensioen waren, want de effectieve pensioenleeftijd bereikte in 1995 een dieptepunt van 57,6 jaar voor mannen en 54,1 jaar voor vrouwen). Problematisch stijgende pensioenuitgaven zijn het gevolg.

In plaats van de actuariële correctie opnieuw in te voeren (wat zou leiden tot een hoge effectieve pensioenleeftijd met dat serieus opgewaardeerd pensioen) heeft de toenmalige regering de herwaardering van de lonen in de pensioenberekening afgeschaft in 1996. Dat leidt tot het bekende lage pensioen voor onze middenklasse en zowat de laagste effectieve pensioenleeftijd van alle OESO-landen.

Flexibel puntensysteem

De Academische Pensioenraad pleit voor een flexibel puntensysteem dat in de richting gaat van de herinvoering van een paar vroegere mechanismen. Vindt u dat niet erg, dat het puntensysteem, waarvan een leek geen jota begrijpt, een paar cruciale elementen opnieuw invoert die eerder zijn afgeschaft?

De impact van een bonus op de pensioenleeftijd is nul komma nul. Hij leidt wel tot een stijging van de vergrijzingskosten

‘De bonus moet forser zijn’, zegt Vandenbroucke, maar verder zwijgt hij in alle talen. Vanaf welke leeftijd? 60, 65, 67? Vanaf welke loopbaan? 35, 42, 45 jaar?

We kennen al de impact van een bonus - hoedje af voor de burger die snapt hoe de complexe berekening in elkaar zit - vanaf de vroegst mogelijke pensioenleeftijd en/of bij een onvolledige loopbaan. De impact op de pensioenleeftijd is nul komma nul. Hij leidt wel tot een stijging van de vergrijzingskosten. Hoe meer de pensioenbonus wordt versterkt, hoe hoger de vergrijzingskosten.

Instrument en doel

Wat de discussie over de lange loopbanen betreft, vraagt Vandenbroucke zich af: ‘Wat als Jan vroeger begon te werken dan Piet, omdat hij minder lang studeerde. Is het dan niet billijk dat Jan eerder mag stoppen, zonder malus?’ Uiteraard. Het is gebruikelijk de actuariële correctie ten opzichte van een wettelijke leeftijd te moduleren in functie van de loopbaanduur. Men hoeft hoegenaamd zijn toevlucht niet te nemen tot een pensioenbonus à la Vandenbroucke. Jammer dat Vandenbroucke dat zo laat uitschijnen.

Het pleidooi leidt ons af van het besef dat er een verschil is tussen een instrument om een doelstelling te bereiken en de doelstelling

In Frankrijk is er een malus van 5 procent per jaar voor de wettelijke leeftijd, die wordt versterkt per kwartaal onvolledige loopbaan. En de malus van 3,6 procent per jaar voor de wettelijke leeftijd in Duitsland geldt niet bij een volledige loopbaan.

Maar fundamenteler is mijn kritiek dat het pleidooi ons afleidt van het besef dat er een verschil is tussen een instrument om een doelstelling te bereiken en de doelstelling. De bedoeling is niet fanatiek maatregelen te bedenken om mensen langer te doen werken op zich. Wel het pensioenstelsel financieel houdbaar te maken en dat te doen op een manier die billijk is: een sociale verzekering, met solidariteit zowel binnen als tussen generaties. En we weten dat voor dat doel langer werken van alle instrumenten het sociaalste en het effectiefste is.

Lees verder

Tijd Connect