Macht Chinese consument reikt tot in Washington

©REUTERS

De kracht van de Chinese consument wordt onderschat in de handelsoorlog. De Chinese middenklasse is groter dan de Europese of de Amerikaanse en kiest bij een conflict de kant van de regering. Dat wordt voelbaar tot in Washington.

Met meer dan 300 miljoen zijn ze, de Chinese middenklassers. Ze zijn talrijker dan hun Europese en Amerikaanse tegenhangers. Hun bestedingspatroon verandert in sneltempo. Tot zo’n zeven jaar geleden gaven ze hun geld vooral uit aan goedkopere producten, vandaag willen ze kwaliteit. En ze zijn bereid daarvoor te betalen. Een derde van Duitse luxeauto’s als Audi en Mercedes of luxemerken als Louis Vuitton of Gucci in China verkocht. Vorig jaar reisden meer dan 130 miljoen Chinese toeristen naar het buitenland waar ze individueel meer geld spendeerden dan welke andere toerist ook.

De Chinese burger houdt dus van consumeren en zijn consumptiepatroon heeft wereldwijde economische invloed. Maar hij heeft ook een groot gevoel van vaderlandsliefde, wat in tijden van een escalerende handelsoorlog met de Verenigde Staten steeds duidelijker tot uiting komt. Meer nog: de macht van de Chinese consument in dit conflict is niet te onderschatten, iets waar de Amerikaanse president Donald Trump maar beter rekening mee houdt. Dat de Chinese overheid, als reactie op Trumps acties, invoerheffingen op Amerikaanse producten heft, is één ding. Maar als de Chinese consument zich begint te roeren, kunnen de gevolgen voor de Amerikaanse economie nog veel groter worden. Door hun enorme consumptie van Amerikaanse producten en diensten is de Chinese middenklasse een van de grootste drivers van de Amerikaanse economie.

De Chinese overheid reageert tot nog toe vrij gematigd op de AmerikaansChinese handelsoorlog. Ze heeft wel stappen ondernomen tegen de Amerikaanse heffingen, maar nog geen grote acties opgezet tegen Amerikaanse bedrijven. Ook de Chinese consument houdt zich voorlopig gedeisd, al kan dat snel veranderen. Hij begint de Amerikaanse acties steeds meer te zien als een strategie om de Chinese opgang op het wereldtoneel te fnuiken. Als tweede grootste economie eist China internationaal almaar meer invloed op, wat de bevolking vervult met trots.

China was in het verleden een toonaangevende wereldmacht en de meeste Chinezen voelen dat China die plaats opnieuw aan het innemen is. Met andere woorden: ze steunen de koers die de voorbije veertig jaar is gevaren, en zijn sceptisch over elke actie tegen hun land.

En net zoals Amerikaanse criticasters van Bush zich na 9/11 rond de president schaarden, gebeurt nu hetzelfde met de handelsoorlog. Verhalen dat president Xi Jinping veel binnenlandse kritiek krijgt vanwege het conflict met de VS, zijn simpelweg onjuist. Net het tegenoverstelde speelt zich af, met de Chinese consument die het voortouw neemt.

Vlaggen verbranden

De Chinese consument is een ervaringsdeskundige in het boycotten van producten van andere landen. Toen China en Japan in 2012 een meningsverschil hadden over de Diaoyu-eilanden, die door beide landen worden geclaimd, laaiden de emoties hoog op. In diverse Chinese steden trokken mensen de straat op om Japanse vlaggen te verbranden. Japanse bedrijven en restaurants werden geboycot, deels vernield zelfs. Mijn Chinese echtgenote, die destijds met een Honda reed, werd in bepaalde tankstations niet bediend.

Verhalen dat president Xi Jinping veel binnenlandse kritiek krijgt vanwege het conflict met de VS, zijn simpelweg onjuist.

En toen in 2017 een conflict over de installatie van het Amerikaanse rakettensysteem THAAD op Zuid-Koreaanse bodem opflakkerde, reageerden Rusland en China verbolgen. Chinese consumenten begonnen winkels van Lotte, een van de grootste Zuid-Koreaanse conglomeraten, te mijden. De Chinese overheid sloot er een groot aantal. Op sociale media werden actiegroepen tegen het conglomeraat opgericht.

Amerikaanse bedrijven kunnen eenzelfde lot beschoren zijn. Wetende dat ze kwetsbaar zijn, proberen ze zich in China zo goed mogelijk te distantiëren van alles wat naar handelsoorlog ruikt. Sjanghai alleen telt 600 Starbucks-vestigingen, terwijl de koffieketen gemiddeld elke dag een nieuwe locatie opent in China. De fastfoodketen KFC telt meer dan 5.000 restaurants in China, meer dan in de VS. En voor de technologiegroep Apple is China een van de grootste markten ter wereld: zowat 25 procent van de iPhones worden daar verkocht. En dat is maar het topje van de ijsberg.

Als de spanningen oplopen, is het niet ondenkbaar dat de Chinese consument opnieuw van zich laat spreken, met zo’n oorverdovend lawaai dat het tot in Washington te horen zal zijn.

Sven Agten woont en werkt sinds 2004 in China. In Sjanghai is hij president Asia-Pacific van de Duitse multinational Rheinzink.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content