opinie

Met Amerikaans voorstel voor minimumbelasting haalt EU paard van Troje binnen

Gepensioneerd inspecteur-generaal van Financiën

Het voorstel van de Amerikaanse minister van Financiën Janet Yellen om de (multinationale) bedrijven wereldwijd aan een minimale winstbelasting van 21 procent te onderwerpen vergt één Europees antwoord. Anders draait de uiteindelijke rekening in het voordeel van de VS uit.

©BELGA

Begin 2015 circuleerde er in de OESO een ontwerprapport van de economische afdeling, met volgende redenering: het belasten van ondernemingswinsten is nadelig voor de economische groei. Toch heeft een dergelijke belasting zin (gehad) als voorafname op en/of vervanging van een belasting op de inkomsten van de aandeelhouders die vaak in fiscale paradijzen verdwijnen.

De verplichte internationale uitwisseling van gegevens van de financiële instellingen tussen de fiscale administraties, die op datzelfde moment door de OESO werd uitgewerkt, zou het belasten van de uiteindelijke inkomensgenieters echter mogelijk maken.

Een aantal beleidsmakers concluderen euforisch dat ‘laat de rijke bedrijven de crisis betalen’ onze begrotingsproblemen oplost.

De redenering werd door het fiscale departement van de OESO en het fiscale comité weggewerkt. Ze botste met de politieke realiteit dat de minister van Financiën iedere euro of dollar belasting die de bedrijven betalen niet moet halen bij zijn belastingbetalers/kiezers.

Ook de Verenigde Staten zaten op die lijn. Daar was een consensus gegroeid over de partijgrenzen heen: de inkomsten uit bedrijfsbelasting verhogen door een strijd tegen de fiscale paradijzen en de activiteit en werkgelegenheid in eigen land opkrikken. De tarieven van de bedrijfsbelasting verlagen zou de smeerolie zijn om die twee doelstellingen te verzoenen.

De essentie

  • De auteur
  • Eric Kirsch, gepensioneerd inspecteur-generaal van Financiën.
  • De kwestie
  • Het Amerikaanse voorstel voor een wereldwijde minimumvennootschapsbelasting riskeert in het voordeel van de VS en in het nadeel van Europa uit te draaien.
  • Het voorstel
  • De Europese Unie moet met één stem spreken. Meer dan ooit moet de vennootschapsbelasting als een Europese bevoegdheid worden georganiseerd.

Het voorstel van Yellen om de (multinationale) bedrijven wereldwijd aan een minimale winstbelasting van 21 procent te onderwerpen is dan ook geen plotse ommezwaai richting ‘global fairness’, maar volgt de eerder uitgezette lijn.

Een aantal beleidsmakers concluderen daaruit dat ‘laat de rijke bedrijven de crisis betalen’ onze begrotingsproblemen oplost. Enige randbemerkingen bij die euforie zijn op hun plaats.

Extraterritoriaal

De betrokken bedrijven zullen zich uiteraard wenden tot fiscale consultants om hun globale factuur te ‘optimaliseren’. Zeker in de EU, waar die consultants alle mogelijkheden van 27 verschillende belastingregimes zullen uitputten.

Het voorstel van Yellen lijkt de belofte in te houden dat niet alleen in de VS, maar ook in andere landen de ministers van Financiën hogere inkomsten uit de vennootschapsbelastingen mogen verwachten, niettegenstaande de uitzonderingen die zij aan ‘hun’ bedrijven - in naam van werkgelegenheids- of innovatiedoelstellingen - graag toestaan.

De betrokken bedrijven zullen zich wenden tot fiscale consultants om hun globale factuur te ‘optimaliseren’. Zeker in de EU, waar die consultants alle mogelijkheden van 27 verschillende belastingregimes zullen uitputten.

Dit zal niet beletten dat de uiteindelijke rekening in het voordeel van de VS zal zijn, dank zij de ‘extraterritoriale’ aspecten van hun maatregelen. Met hun Foreign Account Tax Compliance Act verplichtten de VS eertijds alle financiële instellingen die in de VS actief waren om al hun klanten in alle landen te onderwerpen aan de vraag of zij al dan niet belastingplichtig zijn in de VS en, zo ja, alle info over hun rekeningen over te maken aan de Amerikaanse fiscus. Banken die het spel niet meespeelden werden voor de duidelijke keuze gesteld: betalen of ophoepelen. Gevolg: het onvergankelijk geachte Zwitserse bankgeheim was in een mum van tijd gesloopt.

We moeten ons dus geen illusies maken. Als de VS op een blauwe maandag beslissen dat bijvoorbeeld belastingvoordelen die aan farmaceutisch onderzoek in Europese landen worden toegekend niet ‘compliant’ zijn met de wereldwijde minimale vennootschapsbelasting, zullen de betrokken bedrijven voor hun activiteiten in de VS zeer snel voor de keuze worden geplaatst: betalen of ophoepelen. Het valt te vrezen dat de retorsiemaatregelen die de VS al in het vooruitzicht gesteld hebben bij de invoering van een Europese digitaks in die strijd een nuttig wapen zullen zijn.

Als de VS op een blauwe maandag beslissen dat de in Europese landen toegekende belastingvoordelen niet ‘compliant’ zijn met de wereldwijde minimale vennootschapsbelasting, zullen de betrokken bedrijven zeer snel voor de keuze worden geplaatst: betalen of ophoepelen.

Strijd

Want het gaat inderdaad om een strijd. Een strijd waarin de VS met één goed uitgerust leger tegenover de 27 in verspreide slagorde opgestelde Europese legers zullen staan.

Het is dus meer dan ooit dringend aangewezen dat de Europese ministers van Financiën eindelijk de moed opbrengen om - minstens voor de Europese bedrijven die in meerdere Europese landen actief zijn - de vennootschapsbelasting als een Europese bevoegdheid te organiseren.

Laten we niet vergeten dat een Europese vennootschapsbelasting de bedrijven grotendeels zal verlossen van de torenhoge facturen die zij betalen om fiscale ‘optimalisatie’ na te streven tussen 27 verschillende belastingregimes. Facturen die in de meeste gevallen afkomstig zijn van Amerikaanse consultants.

Het is meer dan ooit aangewezen dat de Europese ministers van Financiën eindelijk de moed opbrengen om de vennootschapsbelasting als een Europese bevoegdheid te organiseren.

Misschien kan bij die oefening het hierboven vermelde ontwerprapport van de economische afdeling van de OESO opnieuw ter hand genomen worden. Daarbij mag niet worden vergeten dat ook vennootschapsbelasting voor de bedrijven een kostprijs inhoudt die verhaald wordt op de finale consument. Op die manier valt ook vennootschapsbelasting uiteindelijk op de schouders van de burger/consument/kiezer. Alleen wordt de vraag wie wat betaalt niet beslist door de minister van Financiën, maar door de onzichtbare hand van vraag en aanbod.

Eric Kirsch

Gepensioneerd inspecteur-generaal van Financiën

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud