opinie

Minder werken voor zelfde loon is sciencefiction

Het idee van een arbeidsduurverkorting met loonbehoud blijft opduiken. Ook om burn-outs aan te pakken. Maar de gevolgen zouden rampzalig zijn: hogere loonkosten, een lagere tewerkstelling, en mogelijk niet eens minder burn-outs.

Door Stijn Baert, professor arbeidseconomie aan de Universiteit Gent en Universiteit Antwerpen

Toen PS-voorzitter Elio Di Rupo enkele maanden geleden opnieuw pleitte voor een werkweek van 32 uur met loonbehoud werd dat in Vlaanderen afgedaan als niet ernstig. Zelfs zijn Vlaamse evenknie, sp.a-voorzitter John Crombez, nam er afstand van.

Wie zegt dat een arbeidsduurverkorting het burn-outprobleem verkleint, negeert dat we met z’n allen minder gaan werken zijn.

Ook toen de PS-burgemeester van Sint-Joost-ten-Node, Emir Kir, vorig jaar besliste een vierdaagse werkweek met loonbehoud in te voeren voor zijn gemeentepersoneel, wekte dat in Vlaanderen hoongelach op: makkelijk met belastinggeld, onmogelijk in een private context.

Groot was dan ook mijn verbazing toen de VRT afgelopen weekend de voor- en nadelen van arbeidsduurverkorting uiteenzette - tijdens ‘De markt’ en in een bijdrage op vrtnws.be - en niet meldde dat het academisch onderzoek bijna unaniem tegen is.

Op zich is er niks mis mee dat mensen minder werken, zolang ze zich tevreden stellen met een lager loon. Ik ben een grote voorstander van vier vijfde werken. Maar het probleem is dat de typische voorstellen over arbeidsduurverkorting uitgaan van een behoud van loon (en een gelijke pensioenopbouw). In dat geval is het invoeren van een arbeidsduurverkorting op het niveau van een land of regio economische nonsens.

©RV-DOC

Als we minder werken voor hetzelfde maandloon, stijgt het uurloon dat werkgevers dienen te betalen automatisch. Het aanhouden, laat staan verhogen, van de tewerkstelling in het land of de regio wordt zo onmogelijk. Werkgevers zullen arbeid proberen te automatiseren of hun activiteiten verplaatsen naar het buitenland.

Het is, ietwat oneerbiedig voorgesteld, alsof in de supermarkt precies dezelfde producten plots veel duurder zouden worden. Dan zouden klanten die producten links laten liggen voor andere goederen of in een andere supermarkt hun boodschappen doen. Hogere loonkosten en daardoor een lagere tewerkstelling kunnen België en zijn gewesten zich absoluut niet permitteren. Onze werkzaamheidsgraad is al beschamend laag.

Wondermiddel

Wat me ook erg stoort aan de recente discussie over arbeidsduurverkorting is dat het in de markt wordt gezet als een wondermiddel tegen burn-outs. Ook de VRT koppelde een arbeidsduurverkorting, mijns inziens onterecht, aan een verlaging van het aantal burn-outs. Wie dat argument aanhaalt, negeert dat het burn-outfenomeen de jongste jaren prominenter werd zonder dat de gemiddelde arbeidsduur steeg. Integendeel: we zijn de afgelopen jaren met z’n allen minder gaan werken. Ook hebben mensen via het systeem van tijdskrediet al de mogelijkheid gas terug te nemen als ze aanvoelen dat hun energiebronnen opraken.

Een burn-out volledig voorkomen mag dan onmogelijk zijn, er niet alles aan doen om mensen na een burn-out opnieuw te integreren in de arbeidsmarkt is onvergefelijk.

Dat neemt niet weg dat we het burn-outprobleem moeten aanpakken. Bij een bevraging van 4.520 werkende Vlamingen in 2017 verwachtte een kwart binnen vijf jaar een burn-out te krijgen. Het spreekt voor zich dat de problematiek onze arbeidsmarkt én gezondheidszorg voor heel grote uitdagingen stelt, als die verwachtingen zelfs maar enigszins bewaarheid worden.

Hoewel meer onderzoek nodig is dat de oorzaken van burn-outs in kaart brengt, is het duidelijk dat een burn-out in zekere zin voorspelbaar is (of zal worden). Wie te maken heeft met onder andere hoge werkeisen (door bijvoorbeeld werkdruk, tijdsdruk, zware fysieke inspanningen en veel multitasking) heeft een hoge kans op een burn-out. Als burn-outs kunnen worden voorspeld, dan kunnen ze ook beter dan nu worden voorkomen. Meer investeren in professionele preventie, zowel door de overheid als de werkgevers, lijkt zich dan ook terug te betalen.

Herintrede

Daarnaast dienen we veel meer te doen om van de arbeidsmarktherintrede na een burn-out een succes te maken. Door het contact met wie uitvalt veel beter aan te houden. Door wie terugkeert na een uitval op maat te coachen. En door elke vorm van arbeidsmarktdiscriminatie op basis van een (eerdere) ziekte - het bestaat, toont ons onderzoek met fictieve sollicitaties - streng te bestraffen. Een burn-out volledig voorkomen mag dan onmogelijk zijn, er niet alles aan doen om mensen na een burn-out opnieuw te integreren in de arbeidsmarkt is onvergefelijk.

Laat ons discussiëren over zulke beleidsopties om burn-outs fundamenteel aan te pakken. De economische sciencefiction van de arbeidsduurverkorting met behoud van loon laten we beter voor wat die is.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud