Mobiliteitsbudget is onvolmaakt maar welkom

Bedrijfswagens ©Illias Teirlinck/ID

Het parlement heeft de invoering van het mobiliteitsbudget goedgekeurd. Nu nog de alternatieven voor de salarisauto zo aantrekkelijk maken dat de maatregel een onverdeeld succes wordt.

Het is er eindelijk van gekomen. Sinds donderdag is het mobiliteitsbudget een feit. Dat is een goede zaak voor het verduurzamen van de mobiliteit, in een land dat geteisterd wordt door zowel congestie als slechte luchtkwaliteit en dat dringend moet werken aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen.

Elf maanden na de invoering van het doodgeboren cash for cars is er nu een alternatief dat uitzicht biedt op reële promotie voor de alternatieven voor de klassieke salariswagen. Die duurzame alternatieven - openbaar vervoer, deelsystemen, al dan niet elektrische tweewielers - kunnen eindelijk rekenen op een even interessante (para)fiscale behandeling.

De evidentie van de klassieke salarisauto - en dat zijn er in België toch vlot 400.000 - wordt door het mobiliteitsbudget in vraag gesteld. Er is een vorm van sturing naar kleinere, milieu- en klimaatvriendelijker salariswagens, eventueel gecombineerd met duurzamere modi als de fiets en/of het openbaar vervoer en andere deelsystemen. Het werd tijd.

Opvullen

Toch wordt die evidentie maar een beetje in vraag gesteld. In de debatten werd er meestal van uitgegaan dat wie in aanmerking komt voor een mobiliteitsbudget nog altijd de - kleinere, schonere - salariswagen als basiskeuze neemt en de rest van het mobiliteitsbudget ‘opvult’ met duurzamere manieren van vervoer.

Een zwakheid zit hem in de toetredingsvoorwaarden. Je moet - luttele uitzonderingen niet te na gesproken - al geruime tijd een salariswagen hebben of ervoor in aanmerking komen om van het mobiliteitsbudget te kunnen gebruikmaken. Als werkgever moet je ook al eerder salariswagens ter beschikking hebben gesteld. Om misbruiken te voorkomen, heet het. Lees: om te vermijden dat bedrijven hun car policy nog snel versoepelen om een grotere groep te kunnen aanspreken.

Op zich misschien begrijpelijk, maar het beperkt de mogelijke impact van de maatregel. Wie met zijn eigen auto naar het werk rijdt - en dat is vooralsnog een flinke meerderheid - grijpt ernaast. Het systeem is ook gebaseerd op vrijwilligheid van zowel werkgever als werknemer. De persoon uit het bovenvermelde voorbeeld kan dus gerust met de Audi A7 diesel blijven rondrijden.

Maar goed, voor wie van goeie wil is, is het op zich onvolmaakte mobiliteitsbudget toch een significante stap vooruit. Een van de mooie kanten ervan is dat niet alleen duurzame verplaatsingen worden gestimuleerd, maar ook nabijheid. Wie binnen een straal van 5 kilometer van het werk woont, kan met het mobiliteitsbudget ook huur of leningintrest betalen. De vermeden verplaatsing is nog altijd de duurzaamste.

Rest nu de opdracht de alternatieven voor de salarisauto zo aantrekkelijk te maken dat de maatregel een succes wordt. Daarvoor moet de kwaliteit van die alternatieven omhoog: hoogfrequent, comfortabeler en betrouwbaarder openbaar vervoer (inclusief betere doorstroming), een sterker en veilig uitgebouwd fietsnetwerk, performante deelsystemen... En voor het gebruiksgemak: liefst allemaal te combineren in één app, inclusief routeplanning en betaalfaciliteit. Mobiliteitsbudget en ‘mobility as a service’: het kunnen twee onderling verbonden hefbomen worden voor een reële evolutie naar duurzaam verplaatsingsgedrag.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect