opinie

'Moment om in te zetten op gerichte overheidsinvesteringen'

Paul Magnette pleitte in deze krant voor een relanceplan van 30 tot 50 miljard euro. Een lange recessie zal volgens de PS-voorzitter veel meer kosten. Een massief relanceplan zal daarentegen een multiplicatoreffect hebben op de economie, waardoor de extra schulden wegsmelten door sneller te groeien. Hij verwijst daarvoor naar een studie die ik samen met mijn UGent-collega’s heb gemaakt.

Het pleidooi van Magnette is terecht. Na de bankencrisis hebben Europese regeringen veel te passief gereageerd, met een dubbelediprecessie als resultaat. Maar het is cruciaal dat zeer doordacht te doen, want anders dreigen we te eindigen met een begrotingskater zoals na de recessies van de jaren 70 en 80.

Schuldverwatering

Extra schulden kunnen verwateren door economische groei zonder te moeten besparen, maar alleen als ze het gevolg zijn van eenmalige (tijdelijke) overheidsuitgaven of belastingverlagingen. Bij recurrente overheidsuitgaven is er daarentegen een cumulatieve opstapeling van schulden waar verwatering niet tegenop kan. Begrotingstekorten die het gevolg zijn van bijvoorbeeld brugpensioenen, een stijging van het budget voor gezondheidszorg of btw-verlagingen leiden tot een permanente stijging van de overheidsschuld, en moeten vroeg of laat gefinancierd worden met besparingen of extra belastingen.

Multiplicatoreffecten

Zolang coronamaatregelen consumptie verhinderen, zullen de multiplicatoreffecten van overheidsuitgaven of belastingverlagingen beperkt zijn, maar daarna kan een grootschalig relanceplan onze economie effectief een serieuze boost geven.

Zolang coronamaatregelen consumptie verhinderen, zullen de multiplicatoreffecten van overheidsuitgaven of belastingverlagingen beperkt zijn, maar daarna kan een relanceplan onze economie een serieuze boost geven.

Uit onderzoek weten we dat multiplicatoreffecten tijdens recessies substantieel kunnen zijn. Veel gezinnen zitten dan krap bij kas, terwijl ze willen blijven consumeren. Bedrijven krijgen moeilijk krediet, waardoor ze afhankelijk zijn van hun omzet (cashflow) om te investeren. Als een werkloze dan een job vindt omdat de economie door het relancebeleid aantrekt, zal die daar bijvoorbeeld mee op restaurant gaan, waardoor de economische activiteit verder toeneemt. De restauranthouder zal dan op zijn beurt een zitbank kopen bij een meubelfabriek, waardoor de meubelfabriek meer kan investeren, enzovoort. Tijdens recessies is het uiteindelijke multiplicatoreffect gemiddeld 2,5: het bruto binnenlands product stijgt met 2,5 euro door 1 euro extra overheidsuitgaven. Studies vinden dat dat zelfs oploopt tot meer dan 4 als de recessie gepaard gaat met schulden- en liquiditeitsproblemen in de privésector. Hoe groter de multiplicatoreffecten, hoe meer terugverdieneffecten voor de begroting.

Opnieuw is het tijdelijke karakter van de uitgaven belangrijk. Als de economie op kruissnelheid koerst, parkeren gezinnen extra inkomsten grotendeels op hun spaarboekje, terwijl bedrijven vlot toegang hebben tot krediet, waardoor ze minder afhankelijk zijn van hun omzet om te kunnen investeren. Daarnaast zullen bedrijven bij een toename van de vraag eerder de prijzen verhogen dan meer te produceren. In normale omstandigheden is het uiteindelijke multiplicatoreffect kleiner dan 1. Voor recurrente uitgaven zijn er met andere woorden op een bepaald moment nog nauwelijks terugverdieneffecten, waardoor het gat in de begroting alsnog oploopt.

Type overheidsuitgaven

De multiplicatoreffecten zijn ook sterk afhankelijk van het type maatregelen. Opnieuw zijn btw-verlagingen een slecht idee, omdat ze de economie nauwelijks stimuleren. Zo heeft Frankrijk in 2009 de btw voor restaurantmaaltijden met 14 procentpunten verlaagd. Het effect op de werkgelegenheid bleek nihil te zijn.

Overheidsinvesteringen die de productiviteit van werknemers en bedrijven verhogen, zijn het meest doeltreffend om de economie te stimuleren. Uit onderzoek blijkt dat het uiteindelijke multiplicatoreffect van publieke investeringen zelfs in normale tijden oploopt tot 3. Tijdens recessies is het multiplicatoreffect nog een stuk groter door bovenstaande effecten. Het is met andere woorden het uitgelezen moment om de komende jaren fors in te zetten op overheidsinvesteringen.

Kanttekeningen

Magnette wil het relanceplan koppelen aan de federale regeringsonderhandelingen, maar hij moet wel enkele kanttekeningen in het achterhoofd houden. Ten eerste blijken multiplicatoreffecten kleiner te zijn voor een open economie zoals België, omdat heel wat consumptie en bedrijfsinvesteringen geïmporteerd worden, waardoor een deel van de stimulans naar het buitenland vloeit. Omgekeerd is de relance van onze economie sterk afhankelijk van het beleid in andere landen. Het is bijgevolg belangrijk dat op Europees niveau een gecoördineerd relancebeleid wordt gevoerd.

Een succesvol relancebeleid vereist ook structurele ingrepen aan de aanbodzijde van de economie, zoals pensioen- en arbeidsmarkthervormingen.

Er circuleren heel wat verlanglijstjes die als investeringen worden verpakt, maar de sterke multiplicatoreffecten gelden alleen voor investeringen die de productiviteit verhogen. Voorbeelden zijn investeringen in infrastructuur, mobiliteit, opleiding van werknemers, wetenschappelijk onderzoek en innovatie. Dat zijn bijna allemaal bevoegdheden op regionaal niveau. Vooral de regionale regeringen moeten het relancebeleid trekken.

Dat neemt niet weg dat er ook federale hefbomen zijn. Een succesvol relancebeleid vereist ook structurele ingrepen aan de aanbodzijde van de economie, zoals pensioen- en arbeidsmarkthervormingen. Dat zijn dan weer voornamelijk federale bevoegdheden. Maar zou het kunnen dat Magnette en de kandidaat-regeringspartijen daar minder appetijt voor hebben?

Gert Peersman is hoogleraar Economie aan UGent

Lees verder

Gesponsorde inhoud