opinie

Neem noodkreet Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel serieus

Hugo Lamon

In de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank van Brussel werken binnenkort nog zes magistraten terwijl het er volgens een audit zestien zouden moeten zijn. Zaken staan ‘on hold’ en de rechtbank wordt langzamerhand een ‘no-gozone’ voor ondernemers. Het toppunt is dat weinigen dat alarmerend vinden.

De voorzitster van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank van Brussel (de vroegere rechtbank van koophandel) slaakt een noodkreet. Er zijn te weinig rechters in haar rechtbank en daarom worden nu drastische maatregelen aangekondigd en zullen ‘gewone’ zaken minstens twee jaar vertraging oplopen.

De boodschap zelf is al alarmerend, maar erger nog is dat ze door bijna niemand wordt opgepikt. Die voorzitter moet zich nu een roepende in de woestijn voelen, maar zeker is wel dat de Brusselse rechtbank stilaan een ‘no-gozone’ wordt voor de groeiende groep ondernemers. Op die manier lijkt justitie de aansluiting te missen met het economisch weefsel van de samenleving.

De Nederlandstalige ondernemingsrechtbank in Brussel verwijst naar een audit van KPMG uit 2013, waaruit blijkt dat op grond van een objectieve werklastmeting die rechtbank over 16 rechters zou moeten beschikken. Niemand durft het nu blijkbaar nog luidop te herhalen, maar allicht zaten de Vlaamse politici te slapen toen bij de splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel het aantal rechters werd bepaald: het zijn er 11 voor de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank in Brussel.

Allicht zaten de Vlaamse politici te slapen toen bij de splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel het aantal rechters werd bepaald

Door allerhande omstandigheden blijken er daar nu slechts 7 magistraten, en vanaf volgende maand nog slechts 6 aan de slag te zijn. Dat noopt tot crisismanagement, en dat heeft de voorzitter van de Brusselse Nederlandstalige ondernemingsrechtbank dan ook gedaan. In een bericht wordt vastgesteld dat er geen tijd meer is voor de behandeling van de gewone zaken.

Stervenden

Er is enkel nog ruimte voor kort geding (dringende zaken waar slechts een voorlopig oordeel wordt geveld), de inleidingskamer (zaken worden daar ingeleid maar niet behandeld, waarbij de pleidooien ten vroegste in 2021 kunnen plaatsvinden), de collectie vorderingen (beperkt in aantal) en alles wat met stervensbegeleiding van ondernemingen te maken heeft (faillissementen, gerechtelijke reorganisatie, kamer voor ondernemingen in moeilijkheden). Er is dus nu meer aandacht voor de stervenden dan voor de levenden.

Dit is meer dan een ambtelijke mededeling. Het betekent dat ondernemers die in Brussel in het Nederlands een zaak willen laten behandelen, in een moeras terechtkomen. Er zijn allerhande wetten en er is een rechterlijke macht die als onderdeel van de staat moet zorgen dat iedere burger de rechtsbescherming krijgt die de wetten hem bieden, maar ze functioneren slecht.  Een rechtsstaat veronderstelt niet alleen de toegang tot onafhankelijke overheidsrechters, maar ook een behandeling binnen een korte termijn.

Hoe valt dit uit te leggen aan de kleine zelfstandige die wacht op de betaling van zijn factuur?

Dat is in Brussel dus niet langer gegarandeerd. Voor de hoofdstad, die zich graag als centrum van Europa positioneert met de erbij horende sleutelrol in de economie, is dat alarmerend.  Zaken ‘on hold’ zetten gewoon omwille van onvoldoende magistraten is eerder iets voor bananenrepublieken.

Het heeft ook iets surrealistisch, in het licht van de plannen van sommigen om nog vlak voor de verkiezingen een nieuwe Engelstalige rechtbank in Brussel op te richten voor een snelle afhandeling van grote commerciële geschillen. Hoe valt dit uit te leggen aan de kleine zelfstandige die wacht op de betaling van zijn factuur en dan meer dan twee jaar moet wachten eer de rechtbank hem een vonnis geeft waarmee hij zijn centen kan gaan terugvorderen?

Noodmaatregelen

Wat te denken over een rechtbank die openlijk moet toegeven enkel nog de hoogdringende zaken binnen een redelijke termijn te kunnen behandelen? Deze toestand vergt noodmaatregelen en het leggen van prioriteiten, willen we vermijden dat in de hoofdstad van dit land recht iets is voor de sterkste en waarbij de overheid faalt in een essentiële taak: de bescherming van de rechtzoekende.

Het ergste is misschien nog wel de grote onverschilligheid jegens de hulp- en noodkreten van geëngageerde magistraten

Die situatie valt niet aan te rekenen aan de rechtbank zelf. Zij bepaalt het aantal magistraten niet. En hoe zit het overigens met al die plannen voor het ‘verzelfstandigd beheer’, waardoor de rechtelijke orde zelf zijn eigen mensen en middelen kan alloceren?

De situatie in Brussel is ernstig en voor rechtzoekende ondernemingen ook redelijk hopeloos. Helaas is het op andere plaatsen niet altijd veel beter. Het ergste is misschien nog wel de grote onverschilligheid jegens de hulp- en noodkreten van geëngageerde magistraten die toch nog het beste van zichzelf geven.

In tijden van verhoogde aandacht voor het klimaat en met de hele politieke wereld plots in de ban van bosbrossende scholieren is het misschien tijd voor togabrossers of ander hippe manieren om iets op de politieke agenda te zetten. Want zonder rechtsstaat is er zelfs geen ruimte meer om zich zorgen te maken over het klimaat.

Lees verder

Tijd Connect