opinie

Neen, vrouwen verdienen geen 20% minder dan mannen

Traditioneel regent het op de internationale vrouwendag van 8 maart statistieken rond de loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Maar gaat het daarom om discriminatie?

Eurostat berichtte dat vrouwen in ons land gemiddeld 10 % minder verdienen dan hun mannelijke collega’s. Volgens de organisatoren van Equal Pay Day is er zelfs een kloof van 20%. Maar betekent dit echt dat vrouwen 10 eurocent minder vangen voor elke euro die een man bij gelijk werk binnenrijft? Uiteraard niet. Als dat het geval was, zouden advocatenbureaus gespecialiseerd in anti-discriminatiewetgeving wel erg veel kansen laten liggen om bedrijven aan te klagen.

Waar ligt het dan wel aan? Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen brengt in zijn Loonkloofrapport een reeks statistieken naar voor. De loonwig blijkt daaruit voor de helft te verklaren door objectieve verschillen. Vrouwen werken meer deeltijds en zijn ook nog eens oververtegenwoordigd in sectoren die minder goed verdienen.

Niet zo verrassend blijkt de keuze voor studies naar die minder goed betaalde jobs ook enorm bepalend te zijn. Een grootschalig onderzoek van de VUB toont bijvoorbeeld aan dat de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke studenten in de meeste richtingen de voorbije vijftig jaar nauwelijks is veranderd: vrouwelijke studenten hebben een voorkeur voor sociale richtingen, terwijl er bij technologische studies nog steeds meer testosteron op de banken zit. Gooi dat in de mix en de loonkloof ziet er al een pak genuanceerder uit.

Desondanks blijft dit één van de meest aangehaalde thema’s wanneer het over genderdiscriminatie in de westerse wereld gaat. Van Patricia Arquette’s opmerkelijke Oscarspeech tot Obama’s State of the Union: allen verklaren ze de oorlog aan loondiscriminatie op basis van X-en-Y chromosomen, alsof het gaat om hét strijdpunt van vrouwelijke emancipatie in een door mannen gedomineerde arbeidsmarkt.

Dat is opmerkelijk. Want hoewel botte discriminatie ongetwijfeld nog in sommige donkere bedrijfshoekjes regeert, liggen de werkelijke oorzaken toch duidelijk dieper. De verschillen in keuzes die vrouwen en mannen maken, beïnvloeden de loonverschillen veel sterker dan de overblijfselen van de old boys network-mentaliteit.

Dat die keuzes bestaan en niet per definitie vrouwonvriendelijk hoeven te zijn, wordt nogal gauw vergeten. Zo zegt het loonkloofrapport dat discriminatie ook inhoudt dat jonge meisjes systematisch 'verwezen worden' naar opleidingen die minder mogelijkheden bieden. Ze worden volgens het rapport ook 'gestuurd naar' werkregimes die financieel nadelig zijn. Werkelijk? Worden weerloze meisjes per definitie richting snit en draad geleid? Hebben vrouwen, die vandaag overigens meer hooggeschoold zijn dan mannen, geen enkele zeggenschap in hun keuze over gezinsplanning en werkritme? Zeggen dat vrouwen zo beperkt zijn in hun keuzevrijheid is pas stereotyperend.

Genderongelijkheid is een issue, ook op de arbeidsmarkt. Laat daar geen twijfel over bestaan. Dat vrouwen zwaar ondervertegenwoordigd zijn in topfuncties valt bijvoorbeeld niet eindeloos dood te nuanceren. En ja, het maken van keuzes over werk is voor vrouwen geen evidente opdracht, al geldt dat evenmin voor mannen. Kiezen is nu éénmaal ergens verliezen.

Er zou op de wereldvrouwendag misschien wat meer aandacht mogen zijn over de vrijheid die vrouwen vandaag hebben om die keuzes te maken. Een getalenteerde kabinetschef die tot middernacht paraat staat of 4/5e werken en meer tijd spenderen aan andere zaken? Geen van beiden is fout. Hoewel financieel soms nadelig, betekent het niet dat de gevolgen van die keuzevrijheid daarom per definitie discriminerend zijn.

Maurits Vande Reyde

Man en Bestuurslid Jong VLD, schrijft dit stuk in eigen naam.

Lees verder

Gesponsorde inhoud