opinie

Never waste a good crisis. Een evaluatie in functie van de toekomst

In een open brief aan de federale, regionale en gemeenschapsregeringen vragen een reeks Franstalige en Nederlandstalige medische, juridische en andere experts om een grondige evaluatie van het coronabeleid met het oog op een efficiënte aanpak in de toekomst.

De coronapandemie, die zo'n 15 maanden geleden begon, heeft niet alleen via het virus slachtoffers gemaakt, ook de maatregelen hebben een zware tol geëist van de burgers, zowel op beroepsmatig als op privévlak. Ondernemingen werden gesloten, reizen werd beperkt, bijeenkomsten en vergaderingen werden verboden, niet-virusgerelateerde gezondheidszorg werd ontmoedigd, alles met de bekende negatieve gevolgen.

Die strategie, die eerst geïmproviseerd en vervolgens geconsolideerd werd, had twijfelachtige grondslagen. De effecten ervan op de circulatie van het virus zijn moeilijk te meten en werden weinig of niet geëvalueerd. In de kleine kring van deskundigen die sinds het begin van de crisis werden geraadpleegd bestaat blijkbaar consensus over de geschiktheid van deze interventiestrategie, maar in de brede academische wereld is dat niet het geval, in het bijzonder niet over de effecten ervan op de lange termijn.

De strategie, die eerst geïmproviseerd en vervolgens geconsolideerd werd, had twijfelachtige grondslagen.

De indirecte gevolgen van het verbodsbeleid zijn velerlei: faillissementen, jobverlies, armoede, sociale nood, depressie, alcoholisme, zelfmoord, het opofferen van onderwijs en cultuur, uitstel van essentiële zorg, enzovoort.  Concreet betekent dat talrijke niet-gediagnosticeerde gevallen van kanker, een groter risico op gezondheidsproblemen in het algemeen en Covid-19 in het bijzonder (door een sedentaire levensstijl, overgewicht, stress…), vergroting van de ongelijkheden in de samenleving en blijvende inperkingen van de fundamentele vrijheden, zelfs zonder stricto sensu noodsituaties.

Er werd inderdaad steun vrijgemaakt voor de sectoren die het zwaarst door de maatregelen zijn getroffen maar die steun was niet voor iedereen voldoende. Bovendien nam het overheidstekort toe in een mate die sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer was gezien. De verarming die daarvan het gevolg is, zal op langere termijn leiden tot een daling van het vermogen om toekomstige crisissen het hoofd te bieden (vergrijzing, milieu, democratie, onderwijs, enzovoort).

Er werd inderdaad steun vrijgemaakt voor de sectoren die het zwaarst door de maatregelen zijn getroffen, maar die volstond niet voor iedereen.

Zoals de Wereldgezondheidsorganisatie haar lidstaten aanbeveelt, moet het volksgezondheidsbeleid enerzijds gebaseerd zijn op een inclusieve en transparante politieke dialoog en anderzijds op duidelijke besluitvormingscriteria die de waarden van de samenleving weerspiegelen.

Het vergelijken van de kosten en baten van interventies is een van die criteria. Zo zouden wij bijvoorbeeld moeten kunnen inschatten hoeveel levensjaren er door de maatregelen verloren gegaan zijn (door verlies aan arbeidsplaatsen, ernstige materiële deprivatie, ontwrichting van het onderwijs, ontreddering, chronische ziekten enzovoort) en hoeveel erdoor gewonnen werden (door vermeden besmettingen). We mogen van elke beleidsmaker verwachten dat hij die elementaire afweging maakt.

Noodklok

Sinds het voorjaar van 2020 luiden tal van gezondheidswerkers, burgers, sociale groeperingen en deskundigen de noodklok via open brieven, multidisciplinaire analyses en tussenkomsten in de media. Het mocht tot nu toe allemaal niet baten. Als wetenschappers hebben wij de plicht om alle burgers van dit land te informeren over wat de wetenschap zegt en niet zegt. Daarom  vragen we uitdrukkelijk een evaluatie, vanuit verschillende invalshoeken, van het Covid-19-beleid dat door onze regeringen sinds maart 2020 is gevoerd (en door hun respectieve parlementen wordt gesteund).

In de eerste plaats moet het effect van de genomen maatregelen worden geëvalueerd. Niet alleen de directe effecten ervan op de beheersing van de epidemie, maar ook de indirecte effecten.

In de eerste plaats moet het effect van de genomen maatregelen worden geëvalueerd. Niet alleen de directe effecten ervan op de beheersing van de epidemie (waarvoor scenario's moeten worden opgesteld waarmee de huidige situatie kan worden vergeleken), maar ook de indirecte effecten ervan op alle andere dimensies van de gezondheid en de samenleving.

Dat moet leiden tot meer inzicht in de complexe effecten die zich in verschillende contexten manifesteerden. In dezelfde geest vragen wij een kosten-batenanalyse van de belangrijkste maatregelen die zijn genomen, zoals de strikte lockdown in 2020, het verbod op zogenaamde niet-essentiële reizen, het verbod op of de sluiting van ‘niet-essentiële activiteiten’, de specifieke maatregelen voor het onderwijs, enzovoort.

Tot slot vragen wij een evaluatie van de politieke besluitvormingsprocessen, met inbegrip van de kwaliteit van de probleemanalyse, de raadpleging van belanghebbenden en de diversiteit van de in aanmerking genomen standpunten, de politieke dialoog, de transparantie van de gegevens en de besluitvormingscriteria, de communicatie, de eerbiediging van de nationale en internationale wetten en de evenredigheid van de genomen besluiten.

Deze evaluatie vormt een essentiële stap in de aanpassing van het wetgevingssysteem die de autoriteiten in staat moet stellen bij een toekomstige epidemie of andere gezondheidscrisis nuttig en proportioneel te reageren. Het ontwerp van de ‘pandemiewet’ voorziet in een evaluatie, maar pas na de aanneming van die wet. Het lijkt ons duidelijk dat een evaluatie op voorhand moet worden uitgevoerd.

Bovendien gaat dat project nog altijd voorbij aan de beperkingen die eigen zijn aan het inschakelen van experten tijdens een crisis (welke deskundigen? welke disciplines? welke vragen?) en aan de eis van transparantie bij het maken van politieke keuzes over de te nemen maatregelen. Hoe kan men het proportionele en adequate karakter van de maatregelen garanderen zonder een open debat tussen diverse disciplines en sociale groepen?

Om het vertrouwen van de burger terug te winnen, moeten de evaluaties onafhankelijk zijn.

Om het vertrouwen van de burger terug te winnen, moeten een evaluatie onafhankelijk zijn. De evaluatoren mogen geen banden hebben met leden van de regering, politieke partijen, deskundigen die deel uitmaakten van tijdens de crisis opgerichte adviesorganen of bedrijven die voordelen ervaren hebben van de crisis. Belangenconflicten moeten worden gemeld en tot een minimum worden beperkt.

Ook moet een beroep worden gedaan op internationale deskundigheid. Het selectieproces moet transparant zijn en de vrijheid van meningsuiting van de aangewezen beoordelaars waarborgen. Ze moeten worden geleid door een onafhankelijke stuurgroep waarin de voornaamste belanghebbenden uit de gezondheidszorg en andere betrokken sectoren zijn vertegenwoordigd.

Elke evaluatie moet gebaseerd zijn op een taakomschrijving met doelstellingen die vertaald zijn in duidelijke evaluatievragen en -criteria, moet reproduceerbaar zijn en onderworpen zijn aan een open proces van collegiale toetsing, en moet gebaseerd zijn op informatie waarover de politieke vertegenwoordigers beschikten op het tijdstip dat het besluit werd genomen. Die evaluaties moeten openbaar zijn en moeten worden uitgevoerd in een geest van hoor en wederhoor: de politieke verantwoordelijkheid houdt niet op bij de daad, maar wordt afgemeten aan de gevolgen. Het is op basis van die evaluaties dat de politieke consequenties zullen moeten worden getrokken en dat men zal kunnen bepalen of het crisisbeheer efficiënt en correct is geweest.

Ondertekenaars

  • Elisabeth Paul (maatschappelijke gezondheidkunde, ULB)
  • Martin Buysse (fysicus, UCLouvain)
  • Catherine Fallon (maatschappelijke politiek, ULiège)
  • Lieven Annemans (gezondheids- en welzijnseconomie, UGent en VUB)
  • Nicolas Antoine-Moussiaux (dierenarts en welvaartseconoom, ULiège)
  • Michaël Bauwens (wijsbegeerte, UAntwerpen)
  • Gilles Berger (scheikunde en farmaceutische wetenschappen, ULB)
  • Marc Bourgeois (fiscaal en publiek financieel recht, ULiège)
  • Sam Brokken (maatschappelijke gezondheidkunde, RGU Aberdeen)
  • Zeger Debyser (moleculaire biologie en gentherapie, KULeuven)
  • Bert De Munck (historicus, UAntwerpen)
  • Mattias Desmet (klinische psychologie, UGent)
  • Els De Vos (ontwerpwetenschappen, UAntwerpen)
  • Marie-Sophie Devresse (criminologie, UCLouvain)
  • Christine Dupont (bioingenieur, UCLouvain)
  • Alain Finet (management, UMons)
  • Denis Flandre (ingenieur, UCLouvain)
  • Raphaël Jungers (ingenieur, UCLouvain)
  • Vincent Laborderie (politieke wetenschappen, UCLouvain)
  • Christian Laes (historicus, UAntwerpen)
  • Dirk Lafaut (filosofie en ethiek, VUB)
  • Kenneth Lasoen (veiligheidsstudies, UAntwerpen)
  • Raphaël Lefevere (mathematica, Université de Paris)
  • Jean-Michel Longneaux (filosofie, UNamur)
  • Herwig Mannaert (ingenieurswetenschappen, UAntwerpen)
  • Peter Petré (linguïstiek & cognitieve wetenschappen, UAntwerpen)
  • Mikaël Petitjean (econoom, UCLouvain et IESEG School of Management)
  • Bernard Rentier (viroloog en oud-rector, ULiège)
  • Nicolas Thirion (rechten, ULiège)
  • Rik Torfs (kerkjurist, KULeuven)
  • Edoardo Traversa (fiscaal recht, UCLouvain)
  • Olivier Servais (sociale antropologie, UCLouvain)
  • Erik Van den Haute (rechten, ULB)
  • Stijn Verdonck (kwantitatieve psychologie, KU Leuven)
  • Paul Verhaeghe (klinische psychologie, UGent)
  • Nicolas Vermeulen (psychologie, UCLouvain)
  • Joris Vlieghe (wijsgerige pedagogiek, KULeuven)
  • Martin Zizi (arts en biofysicus, ex-VUB)
  • Michael Alafakis (huisarts)
  • Frédéric Caruso (anesthesie-reanimatie)
  • Alexandre Clotuche (huisarts)
  • Christine Coremans (pediater)
  • Mélanie Deschamps (intensivist)
  • Véronique Defays (tandarts)
  • Joël Deprez (anesthesie-reanimatie)
  • Agnès Duchesne (verpleegkundige chirurgie)
  • Anne Franchimont Beuken (huisarts)
  • Laurent Gauthier (verzekerings- en expertisegeneeskunde)
  • Jean-Louis Lamboray (expert maatschappelijke gezondheid)
  • Pierre-François Laterre (intensivist)
  • Sara Mentens, psychologe-psychotherapeute
  • Roland Lemaire (pediater)
  • Olivier Lhoest (anesthesie-reanimatie)
  • Frédéric Louis (anesthesie-pijnspecialist)
  • Réginald Moreels (oud-minister en humanitair chirurg)
  • Audrey Neuprez (arts en doctor in maatschappelijke gezondheid)
  • Benoit Nicolay (anesthesie-reanimatie)
  • Anabelle Piron (huisarts)
  • Olivier Richardeau (gynaecoloog)
  • Nathalie Rigau (KNO-arts)
  • Philippe Servais (anesthesie-reanimatie)
  • Benoit Skrzypek (huisarts)
  • Sabine Vandenbosch (anesthesie-reanimatie)
  • Henk Van Hootegem (arts)
  • Ru-Yin Yeh (oftalmoloog)
  • Denis Brusselmans (advocaat)
  • Véronique Brusselmans (advocaat)
  • Pierre de Bandt (advocaat)
  • Nathalie Demarque (advocaat)
  • Séverine Evrard (advocaat  en bemiddelaar)
  • Arnaud Jansen (advocaat, mensenrechten)
  • Blanche Magarinos-Rey (advocaat)
  • Thierry Soubestre (ondernemer)

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud