opinie

Niets staat beter sociaal overleg in de weg

Advocaat-vennoot bij Bird & Bird

Naar aanleiding van de lopende sociale verkiezingen pleit de onderzoeker Stan De Spiegelaere voor een beter sociaal overleg op ondernemingsniveau. Maar wat is het probleem? Alles wat hij voorstelt, kan al.

Geef werknemers in kmo’s (met minder dan 100 werknemers) de mogelijkheid om een soort ondernemingsraad aan te vragen. Laat de werking van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk beter samenvallen in kleine ondernemingen en geef werknemers de mogelijkheid van medebeheer, zegt De Spiegelaere in deze krant. Dat moet volgens hem kunnen op vrijwillige basis, zonder dwang, maar in een ‘gecontroleerde omgeving’ via onderhandelingen en beperkt in de tijd.  

Pieter De Koster. ©RV DOC

Wat is het probleem? Alles wat De Spiegelaere suggereert, kan al. Er bestaat geen enkel wettelijk of juridisch obstakel. Als partijen in een kmo overeenkomen een of andere vorm van overlegorgaan op te richten, dan kan dat.  In de praktijk bestaan voorbeelden van dergelijke initiatieven op ondernemingsvlak (zogenaamde quality circles) waar werknemers over allerlei thema’s van rechtstreeks belang in de bedrijfsvoering (productieprocessen, werkorganisatie) informatie ontvangen en ze worden geconsulteerd. Nogal wat bedrijven leggen onder meer via zelfsturende teams operationele bevoegdheden en beslissingsstromen rechtstreeks bij teams van werknemers.

Blijkbaar holt men dermate achter de feiten aan zonder te zien dat in nogal wat bedrijven wel reële inspraak bestaat in bedrijfsvoering, dat er wel vormen van zelfdeterminatie functioneren, en er wel financiële betrokkenheid aanslaat.

Over zitjes voor werknemers in bestuursorganen in België bestaan weinig gegevens of voorbeelden, maar ook daar zijn er op zich geen hindernissen of bezwaren, zeker nu een duale beheersstructuur in vennootschappen mogelijk is. En er zijn zeker bedrijven waar de werkzaamheden van de ondernemingsraad en het comité naadloos in elkaar overlopen of samenvallen. 

Verwonderlijk

Het is verwonderlijk dat je anno 2020 nog over die thema’s (uit de jaren 70 en 80) lijkt te struikelen. Blijkbaar holt De Spiegelaere dermate achter de feiten aan dat hij niet ziet dat in nogal wat bedrijven wel degelijk reële inspraak in de bedrijfsvoering bestaat, dat er wel vormen van zelfdeterminatie functioneren en dat financiële betrokkenheid (via allerlei systemen van participatie) wel aanslaat. Veel van die systemen en modellen lopen echter niet via de institutionele vakbondspaden.

De uitgesproken verzuchting van de auteur heeft misschien veel meer te maken met de wens dat men ook hier aan vakorganisaties het monopolie van de onderhandeling zou verlenen.

De verzuchtingen hebben heeft dan ook misschien meer te maken met de wens dat men ook hier aan vakorganisaties het monopolie van de onderhandeling verleent. Dat blijkt ook uit de verwijzing naar de experimenten uit de jaren 80. Het grote verschil is dat men indertijd aan beschermende regels van openbare orde ging sleutelen ten voordele van de bedrijven (en niet noodzakelijk voor het gemak van de werknemers). Toen was de ‘garde fou’ van de vakbondsbescherming allicht verantwoord.

Sociaal overleg op ondernemingsvlak ruimer, breder en dieper maken dreigt echter geen inbreuk te vormen op beschermende regels van openbare orde tegen het belang van werknemers in, wel integendeel. De vergelijking loopt dus mank. Als de ‘experimenten’ waar De Spiegelaere om vraagt al mogelijk zijn en met succes bestaan, waarom zou je ze dan anders en verder moeten reguleren? 

Vrijwillig

De ervaring leert dat vakorganisaties een bijna genetische afschuw hebben van enige verantwoordelijkheid en enig risico (laat staan aansprakelijkheid) bij deelname aan of inmenging in de bedrijfsvoering.

De Spiegelaere benadrukt terecht de vrijwilligheid. Werknemers die vrijwillig instappen in een overlegorgaan bij een kleine onderneming of die bestuursverantwoordelijkheid opnemen in een groot bedrijf beseffen dat met die bevoegdheid verantwoordelijkheid, aansprakelijkheid en soms zelfs risico gepaard gaan. De ervaring leert dat vakorganisaties een bijna genetische afschuw hebben van enige verantwoordelijkheid en enig risico (laat staan aansprakelijkheid) bij deelname aan of inmenging in de bedrijfsvoering. 

Of gaat het hier om een verhoopte uitbreiding van de bescherming tegen ontslag? Als dat de reden voor dit pleidooi is, lijkt de discussie bij voorbaat verloren, temeer omdat die archaïsche bescherming in een erg kwalijk daglicht blijft staan.

Het is begrijpelijk dat de vakorganisaties op zoek zijn naar een nieuw elan in deze postmoderne tijden van vlakke en fluïde organisaties, van de opkomst van de gig economy, van telethuiswerk, van internationale mobiliteit en van robotisering, waar werknemers tegelijk ook consumenten (van hun werkgever) en zelfs investeerder (in hun werkgever) zijn. Maar een pleidooi voor een diepere verankering van vakbondsinvloed in sociaal overleg op ondernemingsniveau spoort niet echt goed met die maatschappelijke ontwikkelingen. Men zal het vernieuwde elan elders moeten vinden.

Pieter De Koster, advocaat bij Bird & Bird LLP

Lees verder

Gesponsorde inhoud