opinie

Nieuw vijfjarenplan of niet, China verdient de status van markteconomie nog niet

Afwachten wat het 13de vijfjarenplan brengt, maar laten we ook de hoofdprijs die China ambieert niet uit het oog verliezen: van de Wereldhandelsorganisatie de status van markteconomie krijgen. Dàn pas is het hek van de dam voor de Chinese dumpingpolitiek.

Door Astrid Pepermans en Jonathan Holslag. Pepermans doctoreert over de handelsrelaties tussen China en Europa, Holslag doceert ­internationale politiek aan de VUB

Voor de dertiende keer al zit de Chinese top van maandag tot donderdag bijeen om de blauwdruk voor de Chinese economie van de komende vijf jaar vast te leggen. De focus ligt op beleid dat de verschuiving van een investerings- en exportgeleide economie naar een op consumptie gebaseerde markteconomie mee moet dragen. Daarin past ook een groot hervormingsplan om de inefficiënte staatssector nieuw leven in te blazen. Dat klinkt heel ambitieus, maar het verleden leert ons dat de Chinese vijfjarenplannen vaak niet meer zijn dan een bevestiging van het bestaande systeem.

Geen enkele andere belangrijke economie grijpt naar financiële repressie, waarbij burgers bijna verplicht zijn hun spaargeld goedkoop ter beschikking te stellen als krediet voor bedrijven en buitenlandse afnemers.

Volgend jaar wil China de hoofdprijs binnenhalen: de markteconomiestatus. Dat lijkt weinig spectaculair, maar als China door de Wereldhandelsorganisatie (WHO) officieel erkend wordt als markteconomie, wordt het flink lastiger om de Chinese dumpingpolitiek aan te pakken. Erkenning kan dus enorme gevolgen voor Europese producenten hebben, zeker omdat de Chinese dumpingpolitiek met de huidige handelsregels moeilijk aan te pakken is en Peking zijn gewicht meer en meer gebruikt om critici de mond te snoeren.

©RV DOC

De discussie over de markteconomiestatus dateert van 2001, toen China toetrad tot de WHO. Toen waren de basisregels vervuld en China had effectief ingrijpende hervormingen doorgevoerd. Toch waren andere leden van de WHO er niet van overtuigd dat China functioneerde als een volwaardige vrije markt, vooral dan wegens de grote rol van staatsbedrijven, de strikte regulering van de kapitaalmarkten en de beperkingen voor investeringen. Door de markteconomiestatus op dat moment niet toe te kennen, werd het gemakkelijker om mogelijke Chinese dumping aan te pakken.

Een grondige lezing van het toetredingsakkoord leert dat China zal moeten bewijzen dat het een markteconomie is. De juristen van de Europese Commissie hebben in een vertrouwelijke nota alvast geadviseerd dat dat het geval is.

China en de andere WHO-leden spraken echter af dat die regeling in 2016 zou worden herzien. De Chinese overheid heeft de voorbije jaren een zeer bewuste politiek gevoerd om die herziening voor te stellen als een automatische erkenning als markteconomie. China heeft dus recht op de markteconomiestatus. Maar de werkelijkheid is complexer. Een grondige lezing van het toetredingsakkoord leert dat China zal moeten bewijzen dat het een markteconomie is. De juristen van de Europese Commissie hebben in een vertrouwelijke nota alvast geadviseerd dat dat het geval is.

Bemoeienis

Nu zijn veel overheden zich sinds het uitbreken van de crisis in 2008 wel meer met de markt gaan bemoeien, denk maar aan de geldverruiming of de 130 miljoen euro aan Belgische subsidies voor Audi in Vorst, maar de Chinese bemoeienis met de economie blijft toch ongeëvenaard. Geen enkele andere belangrijke economie past financiële repressie toe, waarbij burgers bijna verplicht zijn hun spaargeld goedkoop ter beschikking te stellen als krediet voor bedrijven en buitenlandse afnemers.

©Tom Verbruggen

En het lijkt er echt niet op dat China dat beleid zal herzien. Het idee om nog extra te investeren in CRRC, een staatsbedrijf dat treinen bouwt, zal de overcapaciteit in die sector nog meer voeden en toont hoe China teruggrijpt naar zijn traditionele economische wapen: overinvestering bestrijden door nog meer te investeren. Ook de reddingsactie van Erzhong Group, een publiek bedrijf in de energie- en luchtvaartsector, bewijst hoe de Chinese beleidsmakers het niet kunnen laten geld te pompen in ondernemingen die eigenlijk ten dode zijn opgeschreven. Opnieuw, het is eigen aan overheden om te proberen noodlijdende bedrijven te helpen, maar het verschil én het risico zit in de schaal waarop China dat doet.

Miljarden exportsteun

Dat geldt ook voor de exportsteun. 190 miljard dollar aan leningen en krediet is meer dan wat alle andere grote economieën gezamenlijk uitgeven. Met het initiatief voor strategische opkomende industrieën van de Chinese overheid, het zogenoemde SEI, kreeg een aantal bedrijven in de hernieuwbare-energiesector bijvoorbeeld grote sommen om overzees marktaandeel te winnen. Zo stelde de Industrial & Commercial Bank of China 1,6 miljard dollar aan krediet ter beschikking voor Xinjiang Goldwind Science. Dat windenergiebedrijf kon in 2010 al rekenen op 6 miljard dollar van de China Development Bank. Bovendien gaf de bank een kredietlijn van 6,5 miljard dollar aan Sinovel Wind Group, een ander windenergiebedrijf.

China is een land dat erin slaagt een nieuwe economische machtspolitiek toe te passen die erop gericht is de globalisering te manipuleren. Dat onze eigen Belgische politieke leiders te gemakkelijk uitgaan van een volwaardige vrije markt getuigt van een enorme naïviteit

Of China’s ‘shí sān wu’ (dertiende vijfjarenplan) een echte ommekeer betekent, moet nog blijken. Critici vrezen daar alvast voor en zien de hervormingsplannen eerder als een manier van de Chinese staat om zijn greep op verschillende sectoren nog te versterken. China de status van markteconomie toekennen is dus nog niet aan de orde, aangezien het vandaag gewoon nog geen markteconomie is. Wel is het een land dat erin slaagt een nieuwe economische machtspolitiek toe te passen die erop gericht is de globalisering te manipuleren. Dat onze eigen Belgische politieke leiders te gemakkelijk uitgaan van een volwaardige vrije markt getuigt van een enorme naïviteit.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud