opinie

Nieuwe verkiezingen! Of nee, toch maar niet

Als je er na acht maanden niet uitraakt, zijn nieuwe verkiezingen de enige democratische oplossing. Het besef dat die tot een stoelendans leiden en een extra campagne aardig wat kost, doet het enthousiasme snel bekoelen.

Stelt u het zich even voor: in een vlaag van democratische ethiek beslissen de partijvoorzitters nieuwe verkiezingen te organiseren. Na acht maanden van informeren staat de regeringsvorming nergens. Gelukkig biedt het democratische systeem een uitweg: de bal terugspelen naar de kiezer. Is die niet de belangrijkste actor in een democratie? Als de politici er niet meer uitraken, is het dan niet de normaalste zaak van de wereld de kiezer even aan het woord te laten?

©Photo News

De gemakkelijkste manier om nieuwe verkiezingen te organiseren is door een verklaring tot herziening van de grondwet goed te keuren. Daarvoor is alleen een gewone meerderheid vereist (meer stemmen voor dan tegen) en geen absolute (minstens 76 Kamerleden). Dat zou een bonus zijn van nieuwe verkiezingen. Door de grondwet ruim open te stellen, wordt een grote staatshervorming mogelijk, die op haar beurt eventueel de regeringsvorming makkelijker maakt.

Zo gezegd, zo gedaan. Maar niet iedereen blijkt even enthousiast over die ruime grondwetsherziening. Bij de verkiezingen van vorig jaar klopte de MR zich op de borst omdat de partij een verregaande herzieningsverklaring had afgeblokt. ‘Pas d’institutionnel’, was toen het ordewoord bij de Franstalige liberalen. De mensen liggen nu niet wakker van institutionele avonturen.

Zomaar eventjes drie miljoen over de balk gooien voor een extra verkiezingscampagne? Terwijl de kans groot is dat de inkomsten nadien nog lager zullen zijn?

Een boodschap die aansloeg en voor herhaling vatbaar is, vindt de MR. Dus stelt de partij in de regering een veto tegen een ruime herzieningsverklaring. En de regering, die moet die verklaring nu eenmaal mee goedkeuren.

Het is een eerste domper op de feestvreugde. De herzieningsverklaring blijkt opnieuw een mager beestje. Maar niet getreurd: de verklaring is goedgekeurd en veertig dagen later mag de kiezer zijn zegje doen. De partijen kunnen beginnen aan het samenstellen van de lijsten.

Naar het front

Iedereen beseft dat er veel op het spel staat, dus is het alle hens aan dek. Alles wat een beetje kopstuk is, moet op de lijst: allemaal naar het front. Tot iemand zich herinnert wat bij de zesde staatshervorming werd beslist. Kandidaten die verkozen worden, verliezen automatisch hun eventuele mandaat in een andere assemblee.

Neem nu Bart De Wever, momenteel Vlaams Parlementslid. Het zou ondenkbaar zijn dat hij geen lijsttrekker is bij nieuwe Kamerverkiezingen, en dus wordt verkozen. Dan is hij automatisch Kamerlid en wordt hij in het Vlaams Parlement vervangen.

Nieuwe verkiezingen leiden tot een enorme stoelendans. En je zou denken dat het bij die eenmalige stoelendans blijft, maar dat klopt niet.

Nieuwe verkiezingen leiden met andere woorden tot een enorme stoelendans. Alle stemmentrekkers die nu in het Vlaams Parlement zetelen, verhuizen naar de Kamer. In het Vlaams Parlement worden ze vervangen door hun opvolgers, vaak nobele onbekenden. In de Kamer duwen de haastig overgevlogen sterspelers de mindere goden weg. En die sukkelaars hebben geen terugvalpositie.

Je zou denken dat het bij die eenmalige stoelendans blijft, maar dat klopt niet. Als er nu vervroegde verkiezingen komen, zijn de regionale en federale verkiezingen weer losgekoppeld. De volgende federale verkiezingen vinden dan in principe plaats in het voorjaar van 2025, een jaar na de regionale verkiezingen van 2024. Dan verschuiven de kopstukken opnieuw van het Vlaams Parlement naar de Kamer, terwijl ze een jaar eerder al de omgekeerde beweging maakten.

Het kan natuurlijk altijd dat parlementsleden volwassen genoeg zijn om niet voortdurend van het ene parlement naar het andere te hoppen. Alleen hebben de politici daar zelf niet zoveel aan te zeggen. Het zijn de partijvoorzitters die hen verschuiven als pionnen op een schaakbord.

Penningmeester

Voelt u het enthousiasme voor nieuwe verkiezingen al wat bekoelen? En dan is de penningmeester nog niet langs geweest. Voor nieuwe verkiezingen moet een gemiddelde partij ongeveer drie miljoen euro van de bankrekening halen.

Een peulschil voor een partij als de N-VA, die met haar geld geen blijf weet. De traditionele partijen daarentegen zitten op hun tandvlees, nadat ze verkiezing na verkiezing stemmen en centen verloren. Personeel ontslaan is de boodschap, een pijnlijke zaak. En dan zomaar eventjes drie miljoen over de balk gooien voor een extra verkiezingscampagne? Terwijl de kans groot is dat de inkomsten nadien nog lager zullen zijn?

Bij nader inzien is dat toch niet zo’n goed idee. Maar wat dan met die vlaag van democratische ethiek van daarnet? Ach, die is al lang weer overgewaaid.

Lees verder

Tijd Connect