opinie

Nieuwe winstpremies voor enkelen eten ieders loonmarge op

De uitbreiding van het systeem van winstpremies ligt vandaag op de regeringstafel. Werkgevers zouden werk- nemers makkelijker kunnen belonen naar prestatie. Aanlokkelijk, maar we betwijfelen of excellerende werknemers daadwerkelijk de vruchten van dat systeem zullen plukken.

Door Rudy De Leeuw en Robert Vertenueil, voorzitter en algemeen secretaris van het ABVV

Met de nieuwe regeling voor winstpremies wil de regering dat bedrijven op een simpele en flexibele manier een bedrag kunnen toekennen als winstpremie aan hun personeel. Die premie mag maximaal 30 procent van de totaliteit van de brutolonen bedragen. Om dat type van ‘verloning’ aantrekkelijk te maken, wordt het systeem zowel sociaal - geen overleg met werknemers meer nodig - als fiscaal aantrekkelijk gemaakt.

De nieuwe regeling voor winstpremies zal een impact hebben op de tweejaarlijkse loononderhandelingen.

De mogelijkheid tot winstdeelname bestaat al geruime tijd in België. Een wet van 2001 bepaalt dat ze in overleg met de werknemers moet worden vastgelegd. Ze legt een plafond op van 10 procent van de loonmassa. Een andere mogelijkheid biedt de cao 90. Op basis van collectieve doelstellingen kunnen werknemers een bonus krijgen als die worden behaald. Zo wordt willekeur tegengegaan.

De uitbreiding van het systeem moet werkgevers de mogelijkheid bieden beloning naar prestatie te vergemakkelijken. Wie excelleert, moet beloond kunnen worden. Klinkt aanlokkelijk, maar het valt te betwijfelen dat de ‘excellerende’ werknemer in kwestie effectief de vruchten van het systeem zal kunnen plukken.

Robert Vertenueil en Rudy De Leeuw ©Photo News

Het systeem staat niet open voor iedereen. De werkgever kan een bevoorrechte categorie werknemers selecteren. Bovendien hangt die premie af van hoe je sector of bedrijf presteert. En dat hangt niet enkel af van je eigen prestaties als werknemer, maar ook van de sector waarin je werkt en van de algemene conjunctuur. Ben je een excellerende werknemer, maar zit de conjunctuur tegen? Of werk je in de non-profit? Jammer voor jou.

Loononderhandelingen

Nog belangrijker is de impact van het nieuwe premiesysteem op de tweejaarlijkse loononderhandelingen. Via interprofessioneel overleg wordt iedere twee jaar een marge voor loonstijgingen vastgelegd. Die marge wordt bepaald door de evolutie van de loonmassa in de buurlanden en België te vergelijken. Als macro-economische modellen aangeven dat de uurlonen in de drie buurlanden sneller zullen stijgen dan in België, kan er extra loon - de marge - worden onderhandeld boven op de index. De maximale marge voor de periode 2017-2018 werd vastgelegd op 1,1 procent.

Een klein kind beseft dat als een bedrijf het ene jaar aan de helft van zijn personeel een winstpremie geeft van 30 procent van de loonmassa, het het volgende jaar weigerachtig zal staan om de brutolonen voor alle personeelsleden conform de marge te verhogen

De regering stelt dat de loonmarge met de nieuwe regeling voor winstpremies niet wordt aangetast. Een klein kind beseft dat als een bedrijf het ene jaar aan de helft van zijn personeel een winstpremie geeft van 30 procent van de loonmassa, het het volgende jaar weigerachtig zal staan om de brutolonen voor alle personeelsleden conform de marge te verhogen. Winstpremies die aan enkelen worden toegekend, zullen de loonmarge van iedereen opeten. Een premie nu ontvangen staat gelijk aan een lagere (of geen) bruto loonsverhogingen in de toekomst.

Het voorstel van de regering veroorzaakt niet enkel een achteruitgang op het vlak van de brutolonen. Door voluit te kiezen voor de deregulering van de loonvorming zet ze opnieuw een stap in de verdere uitholling van de sociale zekerheid en de overheidsfinanciën. Het systeem is namelijk zo ontwikkeld dat het alle concurrentie op fiscaal en parafiscaal vlak wegspeelt: op de premies zijn geen patronale bijdragen te betalen, enkel een gewone persoonlijke bijdrage (13,07%) en een taxatie in de personenbelasting van 7%. Het applaus op alle werkgeversbanken doet een explosie van dit systeem vermoeden.

Vergrijzing

Iedereen heeft de mond vol van de uitdagingen van de vergrijzing. Vooral dan de betaalbaarheid ervan. Hoe kan het dan dat we systeem na systeem blijven opzetten dat de bekostiging van de vergrijzing onderuithaalt? Dat de regering ons dat eens uitlegt.

Als je de inkomsten voor staat en sociale zekerheid vergelijkt in de beide systemen (winstpremie versus brutoloonsverhoging) dan zijn de inkomsten 1 tegen 3,22. Stel dat de loonmassa van 125 miljard euro door de uitkering van winstpremies met 3 procent stijgt. Dan betekent dat een onmiddellijke minderwaarde voor de staat en de sociale zekerheid van 1,6 miljard euro. Geld dat we kunnen gebruiken. Show me the money, weet u nog?

De sociale zekerheid is geen speeltje maar een bouwwerk dat vakbonden en werkgevers samen hebben opgebouwd.

De regering doet er alles aan om de inkomsten van de staat droog te leggen. Flexi-jobs, de tweede pensioenpijler, bedrijfswagens, het systeem ‘cash for cars’, extraatjes bijverdienen zonder belastingen te betalen, uitbreiding studentenarbeid: amper of geen bijdragen te betalen. Allemaal helpen ze de band tussen werken en het opbouwen van sociale rechten door te knippen.

De sociale zekerheid is geen speeltje maar een bouwwerk dat vakbonden en werkgevers de afgelopen decennia samen hebben opgebouwd. We hebben moedige metselaars en timmermannen nodig die dit mee in stand durven te houden.

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n