opinie

Ondernemersdrive gaat boven overheidsinitiatief

Docent Hogeschool UCLL en oprichter leerplatform Learnable

De overheidscampagnes om transformatie en opleidingen te stimuleren bereiken minder mensen dan gehoopt. Onze werk- en schoolcultuur veranderen kan wel zoden aan de dijk zetten.

Innovatie is de basis van alle vooruitgang. Wat beter dan enkele goed gemikte campagnes om onze economie na een desastreus 2020 weer vlot te trekken? Dat moet de Vlaamse overheid gedacht hebben toen ze eind vorig jaar met nieuwe plannen kwam om werknemers en ondernemers een duwtje in de rug te geven.

Onder leiding van Vlaams minister van Economie Hilde Crevits lanceerde de overheid eind vorig jaar een spervuur aan initiatieven. In december was er de maritiem geïnspireerde Alle hens aan dek-campagne, waarbij de sociale partners en de regering 190 miljoen euro uittrokken voor een transformatie van de arbeidsmarkt. Alle zeilen bijzetten met extra opleidingen en werkbaar digitaal werk was het devies. Ship ahoy!

Recenter volgden nog twee andere campagnes in het kielzog van kapitein Crevits, dit keer met iets minder nautisch-prozaïsche titels. Het Actieplan Telewerk en Work-up Call waren net zoals het eerdere initiatief gericht op digitalisering en duurzame tewerkstelling.

De essentie

  • De auteur
    Kutlu Taskin Tuna is docent aan Hogeschool UCLL en oprichter van het onlineleerplatform Learnable.
  • De kwestie
    De campagnes van de Vlaamse overheid om opleidingen te stimuleren bereiken minder mensen dan gehoopt.
  • Het voorstel
    Alleen onze werk- en schoolcultuur veranderen kan echt zoden aan de dijk zetten.

De vraag is of het nodig is altijd weer in extra budgetten te voorzien. Er bestaan al een heleboel steunmaatregelen voor bedrijven en werknemers die zich willen bijscholen.  Denk maar aan de loopbaancheques, het betaald educatief verlof en de gratis VDAB-cursussen.

Ontnuchterend

En heeft de Vlaming wel zin in al die opleidingen? Zijn we in ons kot massaal ontpopt tot digitaal getransformeerde bollebozen? De cijfers zijn ontnuchterend. In 2019 maakte slechts 2 procent van de Vlaamse werknemers gebruik van de mogelijkheid betaald afwezig te blijven van het werk voor een opleiding.

Opleidingen die niet rechtstreeks te maken hebben met iemands dagelijkse taken, worden door werkgevers nog te vaak beschouwd als tijdverspilling.

De VDAB-opleidingen vertellen een gelijkaardig verhaal. Op een actieve beroepsbevolking van 4 miljoen Vlamingen volgden amper 73.000 mensen een onlinetraining via het VDAB-portaal, en dat in volle thuiswerktijd.

Betekenen die resultaten dat we het collectief vertikken bij te leren? Dat geloof ik allerminst. Ik kom dagelijks in contact met talloze werknemers die voortdurend op zoek zijn naar nieuwe inzichten, alleen niet via de kanalen die de overheid voor hen heeft voorzien. Volgens mij ligt de oorzaak van onze vermeende opleidingsaversie elders.

Pompen of verzuipen

Vlaanderen is bezaaid met kleine kmo’s die onderling hard concurreren. Voor de meeste zaakvoerders zijn vooral de harde indicatoren van tel. De verkoop en het productieniveau zijn allesoverheersend. Recentere graadmeters, zoals werkgeluk, intrapreneurship, retentiegraad en werkgeversreputatie zijn voor de gemiddelde Vlaamse onderneming bijkomstig. Dat neem ik zaakvoerders helemaal niet kwalijk: in een kleine markt als Vlaanderen is het voor veel bedrijven pompen of verzuipen.

Als we meer leerkrachten willen, moet het onderwijs ook durven te experimenteren met een modernere hr-aanpak.

Opleidingen die niet rechtstreeks te maken hebben met iemands dagelijkse taken, worden door werkgevers nog te vaak beschouwd als tijdverspilling. Training en zelfontplooiing, allemaal goed en wel, maar liefst na de werkuren. Zonder een positieve houding van de managers staan werknemers niet te springen een opleiding te volgen over 3D-printing of emotionele intelligentie.

De overheid probeert wel in extra werkingsmiddelen te voorzien en communicatieprojecten te lanceren, maar dat lijkt vooral te leiden tot de aanwerving van extra ambtenaren en bijkomende financiering van bestaande projecten.

Schoolcultuur

Op korte termijn hebben we vooral moedige ondernemers en leidinggevenden nodig die hun horizon verruimen en die internationaal durven te denken en te concurreren, zonder schroom. In combinatie met een werkcultuur die multi-inzetbaarheid en interne mobiliteit promoot als een concurrentievoordeel, zullen de verborgen visionairs in velen van ons durven op te staan. Zij zullen op hun beurt hun collega’s en klanten inspireren.

Op middellange termijn hebben we een schoolcultuur nodig die levenslang leren centraal stelt. Een waarbij de beste leerkrachten van het land via streamingdiensten toegankelijk worden voor onze kinderen. Scholen worden op hun beurt de plekken om leerstof te verwerken aan de hand van discussie, experimenten en projectwerk. In die visie nemen leerkrachten vooral een rol als coach op, iets waar ze nu al erg goed in zijn. Met de huidige capaciteitsproblemen in het onderwijs wordt de uitvoering van die visie helaas een moeilijke opdracht. Als we meer leerkrachten willen, moet het onderwijs durven te experimenteren met een modernere hr-aanpak, zegt ook Lieven Boeve, de topman van het Katholiek Onderwijs.

Zolang niet aan die voorwaarden is voldaan, kunnen we zelfs met een groots opgezet overheidsoffensief geen collectieve goesting creëren om te blijven leren en om het kleinschalige denken te doorbreken. Dan blijft er maar één optie over: leerplicht tot aan ons pensioen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud