opinie

Ook mentaal moet bevolking overkant pandemie bereiken

Klinisch psycholoog en professor gezondheids­ en medische psychologie en eerstelijnspsychologie VUB

Het grootste psychosociale experiment ter wereld is een jaar bezig en de schrik voor ziekmakende stress, burn-out en absenteïsme zit er almaar meer in. Hoe krijgen we zoveel mogelijk Belgen mentaal gezond naar de overkant van de pandemie?

Uit de eerste bevindingen blijkt dat de gemiddelde werkende Belg standhoudt. Het overgrote deel van de werkende bevolking stelt zich veerkrachtig op en zal de crisis zonder te veel kleerscheuren doorkomen. Maar laten we niet te snel victorie kraaien. Veel risicogroepen worden niet meegerekend en dreigen tussen de plooien van de maatschappij te vallen: jongeren, ouderen, alleenstaanden, ondernemers, laaggeschoolden en mensen die in sectoren werken die al maanden stilliggen.

©Gert Jochems

De bevolking wordt wel geconfronteerd met drie grote uitdagingen: een dalend vertrouwen in de maatregelen, de infodemie en tijdelijke werkloosheid. Waar in de eerste lockdown nog vertrouwen was in de maatregelen en de creativiteit, vindt men het nu almaar moeilijker om binnen de beperkingen manieren te vinden om zich goed te voelen. En dus kleurt men steeds meer buiten de lijnen.

Psychologisch moet het ergste nog komen. We moeten ons voorbereiden op een golf van uitval van ongeveer een tiende van de werkende Belgische bevolking drie tot zes maanden na de boodschap dat alles weer kan.

Op psychologisch vlak moet het ergste nog komen. We moeten ons voorbereiden op een golf van uitval van ongeveer een tiende van de werkende Belgische bevolking, en dat drie tot zes maanden na de boodschap dat alles weer kan, behalve afstand houden, handen wassen en mondmaskers op drukke plaatsen. Net wanneer we iedereen nodig zullen hebben om de economie te herstellen.

Daarnaast zaait de infodemie - een overdaad aan laagwaardige, soms foutieve en tegenstrijdige informatie - verwarring. Experten, politici en middenveldorganisaties spreken elkaar tegen en vechten beslissingen uit in de pers. Nochtans hebben mensen nood aan betrouwbare informatie.

Tot slot blijkt uit onderzoek van de Hoge Gezondheidsraad dat kunnen werken cruciaal is. Het geeft niet alleen financiële stabiliteit - wat indirect een impact kan hebben op het psychosociaal welzijn - maar ook zin, een doel en sociale verbondenheid.

Pauzeknop

Het wordt hoog tijd dat de overheid haar rol opneemt om de schade te beperken. Ten eerste door samen aan een zeel te trekken. Mensen hebben nood aan betrouwbare informatie en een realistisch positief perspectief: geef hen dat en inspireer hen ook. Hoe kunnen we met deze maatregelen toch zo veel mogelijk plezier maken en niet de pauzeknop blijven induwen? Overheidsinstanties en mediamakers moeten de handen in elkaar slaan om een doelmatige communicatiestrategie uit te bouwen waarbij het taalgebruik zorgvuldig wordt afgestemd op de doelgroep.

Werk is een cruciale en meteen inzetbare hefboom om het geestelijk welzijn te bevorderen.

Ten tweede moeten we focussen op de werkvloer om burn-out en uitval zo veel mogelijk in te perken. Werk is een cruciale en meteen inzetbare hefboom om het geestelijk welzijn te bevorderen: probeer dus ook tijdens de crisis een zo groot mogelijk deel van de bevolking aan de slag te houden. Uit de financiële crisis van 2007-2008 hebben we geleerd dat landen die zwaar investeren om iedereen die uitvalt weer naar de werkvloer te leiden, minder zwaar lijden onder de economische gevolgen van zo’n crisis. Hetzelfde scenario verwachten we voor deze pandemie. Overheden doen er dus goed aan te investeren in langdurig zieken, in het vermijden van uitval op het werk, in werklozen aan te moedigen en in focussen op de arbeidsmarkt. 

Eigen veerkracht

De kunst zal zijn goed en proactief te monitoren, alarmsignalen vroegtijdig te detecteren en goed te dispatchen. Dat moet gebeuren via een vroegtijdige opvang en behandeling en een efficiënte begeleiding naar de arbeidsmarkt. Daarbij kan verwezen worden naar eerstelijnspsychologen en centra voor geestelijke gezondheidszorg. Er valt nog zeker winst te boeken. Uit cijfers van de VUB en Acerta blijkt dat slechts vier op de tien bedrijven al een goed geïntegreerd welzijnsbeleid hebben uitgebouwd.

De overheid kan niet al het werk doen, net zoals niet al het onwelbevinden door psychologen behandeld kan en moet worden.

Tot slot kan de overheid niet al het werk doen, net zoals niet al het onwelbevinden door psychologen behandeld kan en moet worden. Daarom moeten we de bevolking aanleren hoe ze haar veerkracht en aanpassingsvermogen kan versterken. Scholen, organisaties en bedrijven hebben daarin een belangrijke rol te spelen. Via de monitoring van de impact, de effectiviteit en de tevredenheid kan je zien waar je moet bijsturen.

In een ideaal scenario kent iedereen de principes van ‘eerste hulp bij stress en onwelbevinden’. En weet iedereen hoe hij zijn natuurlijk aanpassingsvermogen en veerkracht kan versterken: bouw structuur op zodat je je eigen perspectief creëert met aandacht voor wat wel goed gaat, beweeg en probeer nieuwe dingen.

Elke Van Hoof

Klinisch psycholoog en professor gezondheids­- en medische psychologie en eerstelijnspsychologie aan de Vrije Universiteit Brussel

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud