opinie

Ook uitzendkracht is de pineut bij staking

Manou Doutrepont

Vandaag staken werknemers voor het klimaat. Kunnen uitzendkrachten daardoor noodgedwongen niet aan het werk? De sociale partners moeten een nieuw compromis zoeken. Of doet hun inertie politieke partijen het heft in handen nemen?

In cao 108 heeft de Nationale Arbeidsraad een ongenuanceerd verbod van tewerkstelling van uitzendkrachten in geval van staking neergeschreven. Een uitzendbureau mag geen uitzendkrachten tewerkstellen of aan het werk houden in geval van staking of lock-out.

©RV DOC

De sociale partners hebben noch voorwaarden noch uitzonderingen bepaald, maar bij letterlijke toepassing van de regeling kan een staking een buitensporig hefboomeffect hebben. Nemen we het voorbeeld van een onderneming van 208 medewerkers waar ook 23 uitzendkrachten werken. Als zes werknemers staken om deel te nemen aan de klimaatstaking, moet de werkgever dan geconfronteerd worden met het productieverlies van 29 mandagen (6 + 23) per dag dat zijn werknemers staken? Moeten dan 23 tijdelijke werknemers noodgedwongen hun arbeidsinkomen verliezen door de sociale actie van zes vaste werknemers?

De overtreding van dat ongenuanceerde verbod heeft bovendien grote gevolgen. Het uitzendkantoor kan zijn vergunning verliezen. De gebruiker kan onder bepaalde omstandigheden gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur van de interim-medewerker.

Gedoogbeleid

In de praktijk voert de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg een genuanceerd beleid en stelt dat het verbod per vestiging en per personeelscategorie geldt. Het is een officiële vorm van gedoogbeleid die veel interpretaties toelaat. Waar blijft de rechtszekerheid? Er is mij geen jurisprudentie bekend over dat vraagstuk. Juristen kijken nieuwsgierig uit naar de rechtspraak in de procedure die de socialistische vakbond introduceerde bij de Antwerpse rechter op 13 december 2018, dag van de voorlaatste interprofessionele staking.

Op de keper beschouwd ligt de tewerkstelling van uitzendkrachten tijdens een staking op het kruispunt van twee juridische principes: het internationaal aanvaarde verbod om een staking te breken met personeel dat niet tot de betrokken onderneming behoort, en de vrijheid om niet te staken voor alle werknemers, dus ook voor interims.

Wie neemt de handschoen op? De sociale partners of de politieke partijen?

Het is goed de analyse van het probleem te verruimen met drie vaststellingen: het verbod is ongenuanceerd en niet gebonden aan enige voorwaarde waaraan de staking moet voldoen. De vakbonden wijzen terecht op de relatieve vrijheid van uitzendkrachten om al dan niet te staken. Als zij staken verliezen ze de kans op een volgende uitzendopdracht, omdat het uitzendkantoor en/of de gebruiker hen op een zwarte lijst kunnen zetten. En het Belgisch recht verbiedt de werkgever niet om tijdens een staking een beroep te doen op onderaanneming.

Zijn dat niet genoeg redenen om de bestaande regeling te herbekijken? De onderhandelaars zouden minstens vier vragen moeten beantwoorden: geldt het verbod voor alle uitzendkrachten of alleen voor uitzendkrachten die ingeschakeld worden ná een stakingsaanzegging? Geldt het in alle gevallen van staking of alleen als een gekwalificeerde meerderheid van de werknemers beslist te staken? Hoe ver strekt het verbod: geldt het voor een hele onderneming, voor één afdeling of alleen voor de betrokken werknemerscategorie? En is een verbod op een beroep doen op onderaanneming om het werk van stakers over te nemen bespreekbaar?

Wie neemt de handschoen op? De sociale partners of de politieke partijen?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content