opinie

Oorlogsretoriek als wapen tegen de crisis in Turkije

Hoofddocent internationale politiek aan de KU Leuven/Campus Antwerpen.

President Erdogan droomt ervan de honderdste verjaardag van de Turkse republiek op 29 oktober 2023 te kunnen vieren als herkozen staatshoofd. Maar door de economische crisis is zijn populariteit fors afgenomen.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft iets met oorlog. In november 2016 zei hij dat Turkije een ‘nieuwe onafhankelijkheidsoorlog’ uitvocht tegen zijn binnenlandse vijanden: de aanhangers van de prediker Fethullah Gülen, die zogezegd achter de mislukte putsch van enkele maanden daarvoor zou zitten. Bedoeld waren uiteraard ook hun buitenlandse bondgenoten, die overal op de loer zouden liggen om het land te ondermijnen.

Te groot is de nood, te diep snijdt het mes van de crisis in Turkije. Het is ook de vraag of buitenlandse investeerders soelaas kunnen bieden.

Vijf jaar later, op maandag 22 november, gewaagde Erdogan weer van een ‘onafhankelijkheidsoorlog’. Deze keer voert hij een economische oorlog tegen de inflatie, die 20 procent bedraagt. Met zijn geloof dat hoge rentevoeten een hoge inflatie tot gevolg hebben, gaat Erdogan regelrecht in tegen de waarschuwingen van vooraanstaande economen dat die nu net nodig zijn om de geldontwaarding te bestrijden. Vanuit die onwrikbare overtuiging prees hij maandag dan ook de beslissing van de Turkse centrale bank om de basisrente te verlagen.

De essentie

  • De auteur
  • Dirk Rochtus is hoofddocent internationale politiek aan de KU Leuven/Campus Antwerpen.
  • De kwestie
  • De Turkse president Recep Tayyip Erdogan voert een 'economische oorlog' tegen de inflatie, die in zijn land 20 procent bedraagt. De Turkse munt, de lira, is fors gezakt.
  • De conclusie
  • Erdogan droomt ervan de honderdste verjaardag van de Turkse republiek op 29 oktober 2023 te kunnen vieren als herkozen staatshoofd. Zijn oorlogsretoriek past daarin. Maar wil de bevolking nog wel meedromen?

De terugslag liet niet lang op zich wachten. De Turkse lira verloor de volgende dag 18 procent aan waarde zodat nu al 13 lira voor 1 dollar (of 14,03 lira voor 1 euro) moet worden opgehoest. De koopkracht van de Turken krijgt zo opnieuw een flinke knauw. Dit jaar ging de lira al met 40 procent achteruit tegenover de dollar. De benarde financiële situatie van de burgers laat zich op vele vlakken voelen. Zeker nu de winter voor de deur staat, en die kan heel koud zijn in Centraal-Anatolië.

82 procent van alle Turken en 65 procent van de aanhangers van Erdogan maken zich zorgen over hoe ze die winter zullen doorkomen. Het aardgas dat Turkije tegen harde deviezen uit het buitenland betrekt, is in de afgelopen elf maanden tien keer duurder geworden. De verwarmingskosten rijzen zo de pan uit dat vele Turken overschakelen op hout en steenkool. De helft van de loontrekkenden leeft van een minimumloon van 312 euro per maand, wat door de recente devaluaties van de lira neerkomt op nog maar 246 euro.

Verkiezingen

De populariteit van de Turkse president is - niet verwonderlijk - fors afgenomen. Opiniepeilingen geven zijn AKP-partij 31 procent van de stemmen (tegenover 42,6% bij de verkiezingen van 2018) en zijn ultranationalistische kartelpartner MHP 8 procent (tegenover 11% in 2018). Zes oppositiepartijen overleggen hoe ze samen Erdogan uit het zadel kunnen wippen om dan het parlementaire systeem weer in te voeren in de plaats van het executieve presidentiële systeem. Mochten er vervroegde verkiezingen komen, zoals her en der wordt gesuggereerd, dan zou Erdogan zijn meerderheid in het parlement kwijt zijn. De president houdt dan ook vast aan de geplande verkiezingsdatum in juni 2023.

Wat denkt Erdogan te moeten doen om weer een - naar eigen zeggen - klinkende overwinning te behalen? Hij kan hameren op de groei van de Turkse economie, die volgens de prognoses van het Internationaal Monetair Fonds dit jaar 9 procent zou bedragen. De zware verliezen van de lira doen die prognoses echter teniet.

Met het stelselmatige afweren van het ‘gevaar’ dat de Syrische Koerden zouden vormen, heeft de Turkse president altijd al goed weten scoren in eigen land.

Erdogan kan zich ook weer wagen aan een buitenlandse militaire operatie. In 2016, 2018 en 2019 heeft hij de Turkse troepen telkens een stuk land in Noord-Syrië, aan de Turkse grens, laten bezetten. Nu zou hij er weer een offensief plannen, met het oog op het inrichten van een bufferzone tussen Jarablus en Tell Abyad. Met het stelselmatig afweren van het ‘gevaar’ dat de Syrische Koerden zouden vormen, wist de Turkse president altijd al goed te scoren in eigen land.

Zo'n offensief is meer dan een afleidingsmanoeuvre van de economische crisis in eigen land. Het past in Erdogans retoriek over een ‘onafhankelijkheidsoorlog’. Elke Turk weet wat de president met dat begrip bedoelt. Precies een eeuw geleden streden de Turken tegen de Griekse invasietroepen. De overwinning leverde hen de onafhankelijkheid op en de erkenning van de Turkse republiek door de Westerse mogendheden. Erdogan droomt ervan de honderdste verjaardag van de republiek op 29 oktober 2023 te kunnen vieren in zijn hoedanigheid als herkozen staatshoofd.

De vraag is of de Turkse burgers nog wel mee willen dromen. Te groot is de nood, te diep snijdt het mes van de crisis. En het is ook de vraag of buitenlandse investeerders soelaas kunnen bieden. Daarvoor is vertrouwen nodig in de rechtsstaat en in het monetaire en economische beleid van het land in kwestie. 

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud