opinie

Openbaar vervoer kan grootste troef niet uitspelen

lid beleidswerkgroep TreinTramBus

De maatschappijen voor openbaar vervoer prijzen op het Autosalon hun troeven gezamenlijk aan, en dat is goed. Hun grootste troef, één geïntegreerd tarief voor trein, tram en bus, kunnen ze niet uitspelen. Met dank aan de gewestelijke en federale overheden.

De vier Belgische maatschappijen van openbaar vervoer bevolken samen een stand op het Autosalon. De NMBS, De Lijn, de TEC en de MIVB willen de troeven van de ‘intermodaliteit’ promoten. Dat is een moeilijk woord om aan te geven dat bijna alle verplaatsingen uit een combinatie van vervoerswijzen bestaan: je rijdt met de fiets, de bus of de auto tot aan het station, je neemt de trein, je stapt over op een bus en je loopt een stukje te voet tot op je bestemming.

©rv

Zo’n verplaatsingsketen verdient de voorkeur boven een volledige rit met de auto (waar vaak enkel de chauffeur inzit), want die vervuilt, is duur en staat steeds vaker vast in de files. Door het openbaar vervoer te gebruiken maak je files korter, heb je meer tijd voor jezelf, verplaats je je veiliger en verklein je je ecologische voetafdruk.

Het openbaar vervoer beschikt dus over heel wat troeven en de NMBS, De Lijn, de TEC en de MIVB hebben overschot van gelijk dat ze deze verplaatsingscultuur willen promoten op de plek waar mensen nadenken over de aankoop van een auto. Extra goed nieuws is dat ze dat samen doen.

De schuld voor het feit dat wij in ons land intussen enkele decennia achterlopen op de buurlanden voor tariefintegratie ligt overduidelijk bij de federale en gewestelijke overheden

Alleen is het jammer dat ze hun grootste troef niet kunnen uitspelen: één geïntegreerd tarief voor trein, tram en bus binnen een bepaald vervoersgebied. Toegegeven, ze zagen in het verleden soms meer de obstakels dan de kansen van een geïntegreerd tarief en wat protectionisme was hen niet vreemd. Maar de schuld voor het feit dat wij in ons land intussen enkele decennia achterlopen op de buurlanden voor tariefintegratie ligt overduidelijk bij de federale en gewestelijke overheden.

Op 30 november 1999 bereikten de federale staat en de drie gewesten in de schoot van de Interministeriële Conferentie van Mobiliteit, Infrastructuur en Telecommunicatie een akkoord om in en rond Brussel in het kader van het GEN (Gewestelijk Expresnet voor Brussel) geleidelijk een tariefintegratie in te voeren. Meer dan het JUMP-ticket heeft dat 20 jaar later niet opgeleverd, net zoals er van een echt GEN nog altijd geen sprake is.

Beheersovereenkomst

De NMBS-beheersovereenkomst van 2005 laat in artikel 17 zelfs het woord ‘tariefintegratie’ vallen, maar de ambitie voor samenwerking met andere vervoersbedrijven - wat de overheid van de NMBS verwacht - is erg vrijblijvend geformuleerd. In de volgende beheersovereenkomst, geldig van 2008 tot en met 2012, is het begrip tariefintegratie opnieuw zoek. Aangezien die overeenkomst inmiddels meer dan zes jaar geleden afliep, maar nog steeds niet door een nieuwe vervangen is, blijft de federale overheid zonder meer in gebreke.

In het najaar van 2017 hebben de NMBS en De Lijn in Antwerpen en Gent een City Pass ingevoerd. Met dat abonnement mag je in beide steden alle treinen en alle trams en bussen gebruiken. Het succes is erg bescheiden, om het beleefd uit te drukken. De redenen liggen voor de hand: het geldigheidsgebied is veel te klein, de prijs is ten opzichte van de bestaande tarieven redelijk hoog en het ticketgamma is beperkt tot abonnementen. Niet alleen talloze Duitse steden en agglomeraties, maar ook grootsteden als Berlijn, Parijs en Londen hebben ons al lang voorgedaan hoe echte tariefintegratie er moet uitzien. Waar wacht de overheid dus nog op? En overigens niet alleen voor Brussel, Antwerpen en Gent, maar voor het hele land.

Met de City Pass mag je in Antwerpen en Gent alle treinen en alle trams en bussen gebruiken. Het succes is erg bescheiden, om het beleefd uit te drukken

Is het dan niet beter op Vlaams niveau? Immers, voor het stads- en streekvervoer in Vlaanderen geldt één uniform tarief. Maar zelfs dat staat onder druk. Want met de basisbereikbaarheid, die Vlaams mobiliteitsminister Ben Weyts, wil invoeren, zal ook dat verdwijnen. Vlaanderen wordt in 15 vervoersregio’s opgedeeld en elke vervoersregio zal voor het lokaal vervoer op maat een eigen tarievenbeleid mogen voeren. Dan zijn we verder van huis dan ooit.

Met de moeder aller verkiezingen voor de deur verwacht wij van de politieke partijen toch dat ze tariefintegratie in het openbaar vervoer niet alleen in hun verkiezingsprogramma zetten, maar na de verkiezingen ook onverwijld in beleid omzetten. Dat is niet alleen goed voor de reizigers, ook de vervoersmaatschappijen zouden zich zo gesteund weten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud