opinie

Overheid met meerdere petjes komt zichzelf tegen

Ivan Van de Cloot

De saga rond Proximus toont dat de Wetstraat de spelregels zelf niet volgt die ze andere spelers oplegt. Daarmee gooit ze haar legitimiteit om het algemeen belang te verdedigen te grabbel.

Omdat de CEO van het beursgenoteerde telecombedrijf Proximus zich wil voorbereiden na onder meer de aankondiging van de liberale vicepremier om meer telecomspelers op de markt toe te laten, moet ze bij de liberale premier op het matje komen. Nochtans is het de verdomde plicht van elke bedrijfsleider om de toekomst van zijn bedrijf zo goed mogelijk voor te bereiden. Het personeelsbestand efficiënter maken en aanpassen behoort tot de kern van de ‘license to operate’ van de ondernemer. Je kan niet staan roepen dat meer ondernemerschap nodig is en tegelijk spaken in de wielen steken van een onderneming die enkel kan voortbestaan door zich continu aan te passen aan de veranderende omgeving.

©IMAGEGLOBE

Het is niet de eerste keer dat de regering en Proximus clashen. Eerder was er al een conflict over prijsverhogingen die Proximus wilde doorvoeren.

Onze overheid heeft in veel domeinen nog altijd de neiging te interveniëren via staatscontrole en staatseigendom, instituties waarop - geen verrassing - Frankrijk nog zwaarder leunt. Dat is minder het geval in Nederland en Duitsland, terwijl die landen volgens vele maatstaven een stuk performanter zijn dan België. Ons land is ook meer dirigistisch dan bijvoorbeeld de noorderburen omdat het de autonomie van overheidsbedrijven minder respecteert.

Het bedrijfsbeleid afstemmen op de persoonlijke verkiezingscampagne van politici behoort niet tot de opdracht van een bedrijfsleiding.

Via de zogenaamde ‘command and control’-regulering legt de overheid op wat mag en niet mag, eerder dan de markt haar werk te laten doen en economische prikkels uit te sturen. Die zware hand van de overheid verstoort onze markt en verhindert dat een gezond economisch weefsel organisch tot stand komt.

Een gezonde marktomgeving houdt in dat ‘mutaties’, experimenten met nieuwe processen en producten, ruimte krijgen om plaats te vinden. Ongehinderd wil niet zeggen ongecontroleerd. Een sterke mededingingsautoriteit, die zelf onder toezicht van een transparant werkende democratie staat, moet de ‘animal spirits’ in goede banen leiden. Marktmacht mag niet tot verstarring leiden.

Die inzichten zijn in de Wetstraat nog niet helemaal doorgedrongen. De overheid heeft een rol te spelen om publieke belangen te verdedigen, maar ze kan dat alleen met enige legitimiteit als ze zelf de spelregels volgt die ze de andere spelers oplegt. Een land kan zich met goed bestuur onderscheiden.

Wendbaar

Een bedrijf als Proximus moet wegens de uitdagingen van de digitalisering en de regulering extreem wendbaar zijn. Telecomoperatoren moeten bijvoorbeeld het schrappen door Europa van de roamingtarieven voor internationaal mobiel dataverkeer verwerken.

Anno 2019 nog steeds meer dan de helft van de aandelen van een beursgenoteerd telecombedrijf aanhouden, is de keuze van de politiek. Dat impliceert dat men de spelregels volgt en herstructureringen niet bemoeilijkt, omdat de regering de verkiezingen in wil met de slogan ‘jobs, jobs, jobs’. Nu wordt hemel en aarde bewogen opdat het Proximus tegelijk aankondigt nog een pak mensen te zullen aanwerven. De vraag is of al die politieke inmenging goed is voor het bedrijf en het land.

De regering neemt bij Proximus maatregelen die de toekomstige inkomsten van het bedrijf ernstig bepalen, bemoeit zich met de pogingen van de operator om zijn kosten te beheren en snakt vervolgens naar de volgende dividendbetaling van het bedrijf

Gezonde concurrentie op de telecommarkt is een zaak van algemeen belang. Aan de regulator om in te schatten wat daarvoor nodig is. Voorwaar geen eenvoudige klus. Zijn de prijsverschillen met de buurlanden werkelijk te wijten aan het aantal operatoren? In welke mate speelt bijvoorbeeld de kwaliteit van de wifi-netwerken mee?

Ook hier kan de overheid zichzelf tegenkomen als ze tegelijk het petje draagt van eigenaar van een telecomoperator. Dat wordt geïllustreerd door het absurde gegeven dat de vraag naar een vierde operator niet afkomstig is van de markt, maar wel van de overheid, terwijl het verkrijgen van de nodige bouw -en leefmilieuvergunningen voor duizenden sites, pylonen en antennes ook in handen van de overheid ligt. Opnieuw is het de overheid zelf die verantwoordelijk is voor de veel strengere stralingsnormen in Brussel. Een overheid met te veel petjes op gaat zeker niet helderder denken.

De regering neemt bij Proximus maatregelen die de toekomstige inkomsten van het bedrijf ernstig bepalen, bemoeit zich met de pogingen van de operator om zijn kosten te beheren en snakt vervolgens naar de volgende dividendbetaling van het bedrijf. Misschien is het gewoon te veel geworden. Ook voor de overheid gelden de regels van deugdelijk bestuur. Het bedrijfsbeleid afstemmen op de persoonlijke verkiezingscampagne van politici behoort niet tot de opdracht van een bedrijfsleiding.

Lees verder

Tijd Connect