opinie

Overheid moet risicokapitaal mobiliseren

In tegenstelling tot Geert Noels (‘Overheid veroorzaakt mee private-equitybubbel’, De Tijd 14 april) vind ik dat de overheid wel degelijk een rol te spelen heeft op het domein van het risicokapitaal.

Door Rudy Aernoudt, professor corporate finance Universiteit Gent

Er is geen schaarste aan risicokapitaal, dus overheid handen af. Met die korte zin zou ik de stelling van Geert Noels kunnen samenvatten. De onderliggende analyse klopt echter niet. Op één punt heeft Noels gelijk: er circuleert veel geld in de economie. Veel beleggers weten gewoon niet meer wat te doen met hun (overtollige) fondsen. Maar een aantal denkfouten maakt dat zijn conclusies niet kloppen. Ik bekijk een paar van zijn stellingen nader.

©BELGA

Stelling 1. De goede ondernemingen zijn vandaag erg winstgevend en kunnen hun nieuwe projecten gemakkelijk zelf financieren.

Inderdaad, maar risicokapitaal gaat niet over winstgevende ondernemingen maar over ondernemingen die nog een negatieve kasstroom (burn rate) realiseren en dus nog geen reserve hebben opgebouwd. Ze kunnen ook bij geen enkele bank terecht om zich te financieren. Goede winstgevende ondernemingen gaan niet naar risicokapitalisten, dat is zoals om brood gaan bij de slager. Voor hen is eigen financiering en/of bankfinanciering immers stukken goedkoper.

Stelling 2. Belastinggeld zal eerder in geblutste projecten dan bij pareltjes terechtkomen.

Noels verwart subsidies met beleid inzake risicokapitaal. Bij risicokapitaal doet de overheid een due diligence (een competentieonderzoek) op de fondsen, niet op de bedrijven. De fondsen bepalen hun strategie en bepalen in welke bedrijven ze investeren. De overheid zal alleen bepaalde prioriteiten stellen, zoals aandacht voor starters of voor scale-ups. Het kiezen van de bedrijven gebeurt dus uitsluitend door de private fondsmanagers.

Stelling 3. Uit wanhoop om rendement te halen zijn allerlei fondsen in risicokapitaal gestapt, in de hoop dat de risico’s en de verwachte rendementen een extrapolatie zijn van de voorbije periode.

Als men extrapoleert op basis van de voorgaande periode zou niemand in risicokapitaalfondsen investeren: een hoog risico en weinig rendement gaan hier immers samen. Noels ziet blijkbaar over het hoofd dat het grote probleem van de risicokapitaalsector in Europa is dat de return historisch laag is. De jongste tien jaar lag het rendement op risicokapitaal in Europa tussen 0 en 2 procent, met trouwens heel wat jaren een negatief rendement. Noels verwart hier risicokapitaal met private equity en management buy-outs.

Stelling 4. De doelstelling van de Europese Unie oogt nobel: ‘unicorns’ kweken

De doelstelling is niet unicorns te kweken. In Europa kweken wij er heel wat, daar ligt het probleem niet. Het probleem is wel dat 44 procent van de unicorns die in Europa zijn gestart voor hun scale-upfase naar de Verenigde Staten emigreren. Bedrijven die hier werden gesteund, verlaten Europa. Denken we maar aan Collibra (Belgisch databeheerbedrijf), Kukka (Duits robotbedrijf), Criteo (Frans internetplatform), Skype (Ests digitaal communicatiebedrijf), om er maar een paar te noemen. Dat is pas slecht gebruik van belastinggeld.

De overheid moet private fondsen kanaliseren naar ondernemingen met een groeipotentieel en vermijden dat ze trans-Atlantisch moeten gaan.

Als deze bedrijven wordt gevraagd waarom ze Europa hebben verlaten antwoordt 95 procent dat dat is omdat ze de nodige fondsen niet in Europa vinden maar wel in de VS (studie Roland Berger). Dat de markt daar bovendien minder gefragmenteerd is, is mooi meegenomen. Ook academische studies bevestigen dat bedrijven gaan waar de fondsen voorhanden zijn.

De cijfers liegen er niet om. Het risicokapitaal voor scale-ups in de VS bedraagt 35 miljard euro per jaar, tegenover 1,6 miljard of 21 keer minder in Europa. De gemiddelde deal in de VS is goed voor 6,3 miljoen dollar, tegenover 1,6 miljoen dollar in België. Als men weet dat de gemiddelde behoefte van bedrijven in de scale-upfase 18 miljoen dollar bedraagt (Skype zocht 122 miljoen dollar, Collibra 20 miljoen), dan is het duidelijk waarom er in Europa sprake is van een scale-upkloof, een gebrek aan fondsen voor bedrijven die in de scale-upfase zitten. Dit marktfalen kan overheidsinterventie legitimeren.

SBIC

Weet u trouwens wat onder meer Tesla, Fedex, Intel, en Federal Express gemeen hebben? Ze deden allemaal een beroep op het Amerikaanse overheidssysteem dat risicokapitaal levert, het zogenaamde SBIC-programma. Dat pompte al 82 miljard dollar risicokapitaal in de Amerikaanse economie. Ter vergelijking: de totale risicokapitaalmarkt in Europa bedraagt op jaarbasis ongeveer 6 miljard euro. De tegenstelling dat risicokapitaal privaat is in Amerika en publiek in Europa moet dus worden genuanceerd.

De tegenstelling dat risicokapitaal privaat is in Amerika en publiek in Europa moet worden genuanceerd.

Omdat de onderliggende stellingen van Noels verkeerd zijn, kan ik zijn conclusie niet onderschrijven. Het is een feit dat er in Europa niet voldoende wordt geïnvesteerd in bedrijven met groeipotentieel en door een gebrek aan voldoende echt risicokapitaal verliezen we heel wat pareltjes die hier hun eerste stappen hebben gezet. Daardoor gaat heel wat werkgelegenheidspotentieel en hier gefinancierde intellectuele eigendom verloren.

Op de vraag of de overheid risicokapitaal moet verstrekken is het antwoord dan ook dat de overheid er moet in slagen private fondsen - die er inderdaad in overvloed zijn - te kanaliseren naar ondernemingen met een groeipotentieel, en vermijden dat ze trans-Atlantisch moeten gaan om de nodige fondsen te vinden. Het probleem is geen aanbodprobleem, maar een transmissieprobleem naar de bedrijven met groeipotentieel.

De overheid moet de rol van katalysator op zich nemen. Dat leidt niet tot een equitybubbel maar tot een - althans gedeeltelijk - dichten van de scale-upgap, opdat onze pareltjes zich in Europa verder kunnen ontwikkelen, groeien en er tewerkstelling creëren.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content