opinie

Overheidsinvesteringen zijn broodnodig om klimaatdoelen te halen

Unit manager VITO

Om onze klimaatdoelen te halen en de duurzame transitie van de Vlaamse industrie te ondersteunen zijn bijkomende overheidsinvesteringen broodnodig.

Sectoren als chemie, staal en raffinage vormen de economische ruggengraat van onze moderne samenleving. Met die sectoren beschikt Vlaanderen over een sterke basisindustrie, al is die erg energie-intensief en afhankelijk van fossiele grondstoffen. Hoewel die drie sectoren hun uitstoot de afgelopen decennia al duidelijk wisten te verminderen, vertegenwoordigen ze vandaag nog altijd het leeuwendeel van de industriële CO2-uitstoot in Vlaanderen, zo’n 27 Mton per jaar.

De essentie

  • De auteur: Bert Bouwman, unit manager bij VITO, en de academici Johan Martens, Korneel Rabaey, Kevin Van Geem, Lieve Helsen en Tomas Wyns.
  • De kwestie: Industriële sectoren als chemie, staal en raffinage doen inspanningen om hun fossiele uitstoot te beperken.
  • Het voorstel: Overheidsinvesteringen moeten de energietransitie begeleiden en bestendigen.

Om die uitstoot terug te dringen en de klimaatdoelen te halen werkt de industrie volop aan duurzame alternatieven voor de fossiele grondstoffen die ze vandaag gebruikt. Het gaat bijvoorbeeld om biogebaseerde grondstoffen, of het gebruik van CO, CO2 en waterstof als grondstof. Daarnaast zet de industrie ook in op materiaalrecyclage, de elektrificatie van processen, hernieuwbare energiebronnen en restwarmte.

'No regret'-investeringen

Om die duurzame alternatieven een volwaardige kans te geven, zijn begeleidende investeringen vanuit de overheid broodnodig. Wij stellen zes zogenoemde ‘no regret'-investeringen’ voor.

We stellen zes overheidsinvesteringen in infrastructuur voor die we de komende jaren sowieso moeten aanleggen.

Het gaat om overheidsinvesteringen in infrastructuur die we de komende jaren sowieso moeten aanleggen en die geen aanleiding geeft tot lock-ins: de voorgestelde investeringen staan op zichzelf en vergen geen verdere investeringen die onverwacht en/of onomkeerbaar zijn, zoals bijvoorbeeld spoorlijnen aanleggen naar locaties waar niemand een trein nodig heeft. Kortom, het zijn investeringen waar we als samenleving geen spijt van zullen krijgen.

1. Investeer in infrastructuur om CO2 op te vangen, te zuiveren en vloeibaar te maken

De Vlaamse industrie is geconcentreerd in een relatief klein gebied. CO2 komt daar vrij ter hoogte van een beperkt aantal puntbronnen. Dat laat toe om maximaal in te zetten op koolstofcirculariteit, waarbij koolstof zo veel en zo lang mogelijk in materialen vastgezet wordt. Concreet: vang de CO2 op bij de bron en gebruik het opnieuw als grondstof.

2. Investeer in infrastructuur om opgevangen CO2 te transporteren

Een pijpleiding kan CO2 vervoeren van en naar de industrie- en chemieclusters van Gent, Antwerpen en het Albertkanaal.

Koolstofcirculariteit vraagt om synergie tussen bedrijven, en dus ook om een adequate logistieke keten die de opgevangen CO2 transporteert naar de locatie van gebruik. In eerste instantie is een CO2-pijpleiding nodig die de industrie- en chemieclusters van Gent, Antwerpen en het Albertkanaal met elkaar verbindt. Verder kan ook gekeken worden naar samenwerking in de regio Antwerpen-Rotterdam-Rijn-Ruhr, het industriële hart van Europa.

3. Investeer in een elektriciteitsnet dat Vlaanderen optimaal met de rest van Europa verbindt

Door de elektrificatie van industriële processen zal de vraag naar elektriciteit de komende jaren sterk toenemen. Vlaanderen is te klein om al die elektriciteit op een hernieuwbare manier op te wekken. Import zal nodig zijn. Dat kan direct, bijvoorbeeld via hoogspanningsleidingen die offshorewindenergie uit andere Noordwest-Europese landen naar Vlaanderen brengen.

Import kan ook indirect, waarbij hernieuwbare elektriciteit uit het buitenland eerst wordt omgezet naar dragers zoals bijvoorbeeld waterstof of ammoniak. Door de verwachte grootte en fluctuatie van de duurzame elektriciteitsvraag zal zowel directe als indirecte import nodig zijn.

4. Investeer in een Vlaamse backbone voor waterstof

De industrie gebruikt waterstof vandaag al als grondstof. Koolstofcirculariteit kan maken dat de vraag naar duurzame waterstof de komende jaren vertienvoudigt. Op korte termijn kan de industrie waterstof recupereren die voorkomt als nevenproduct uit bestaande processen. Ook de lokale productie van groene waterstof zal toenemen. Toch blijft import nodig om aan de groeiende vraag te voldoen.

Vlaanderen dient de fysieke koppeling van aanvoer, productie en gebruik te verbeteren via opslagmogelijkheden en waterstofpijpleidingen tussen zijn industrieclusters en havengebieden (Zeebrugge, Gent, Antwerpen en Albertkanaal).

5. Investeer in CCU-innovaties

CCU-technologieën (carbon capture & utilization) laten onder meer toe om CO2 met groene stroom om te vormen tot waardevolle producten. Die innovatieve technologieën bestaan al, maar vragen nog heel wat onderzoek om ze succesvol en rendabel op te schalen. In Vlaanderen behoren we op tot de wereldtop in dat domein. We kunnen belangrijke spelers worden in het wereldwijd exporteren van CCU-technologie. Daarbij moet wel voldoende  aandacht zijn voor opschaling en het uittesten van systemische oplossingen. Dat kan bijvoorbeeld door regelluwe zones in te richten, waar slimme koppelingen gemaakt kunnen worden met sectoren als landbouw, transport en bouw. 

6. Richt een ‘taskforce/observatorium’ op.

Om internationale opportuniteiten, zoals grote hernieuwbare energieprojecten of CO2-conversieprojecten, in kaart te brengen moet de overheid een taskforce in het leven roepen. Die kan proactief de koppeling maken met die projecten met het oog op toekomstige bevoorrading. Dat zal in de industrie een hogere mate van vraagsturing, en dus flexibiliteit, mogelijk maken.

Voor de industrie zijn die zes overheidsinvesteringen een noodzakelijke voorwaarde om haar CO2-uitstoot tegen 2030 verder te verminderen en haar klimaatneutrale targets tegen 2050 te halen. Bovendien vormen ze een katalysator voor nieuwe investeringen door de industrie zelf. Beide kunnen niet los van elkaar gezien worden. Het is een en-enverhaal, waarbij de overheid en de industrie de handen in elkaar slaan.

Door als overheid te investeren in wat nu noodzakelijk is, kan de Vlaamse industrie op korte termijn structurele stappen zetten in de klimaattransitie. We dringen er bij de overheid dan ook op aan maximaal in te zetten op de voorgestelde investeringen, die bovendien passen in een groene relance. Zo kunnen we samen met de Vlaamse industrie een duurzame en competitieve toekomst verzekeren.

Auteurs: Bert Bouwman (VITO), Johan Martens (KU Leuven), Korneel Rabaey (UGent), Kevin Van Geem (UGent), Lieve Helsen (KU Leuven - EnergyVille) en Tomas Wyns (VUB - IES).

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud