Paars-groene facturen van toen en nu

De paarse regering-Verhofstadt II (2003-2007). ©EPA

Europa tikt België op de vingers voor zijn povere begrotingswerk. Ondertussen lijken de regeringsonderhandelingen op te schuiven naar een paars-groene regering. Wat dat voor de begroting betekent, is afwachten, maar de indicaties zijn niet geruststellend.

In de aanloop naar de nieuwe coalitie wordt af en toe eens gekeken naar de eerdere paars-groene regering, de eerste regering-Verhofstadt van 1999 tot 2003, en haar paarse opvolgster (zonder groen) van 2003 tot 2007. Die regeringen zijn de enige Belgische van de voorbije 50 jaar die begrotingsoverschotten konden voorleggen. Dat voorstellen als het bewijs van degelijk begrotingswerk is misleidend of onwetend. De eerdere paarse regeringen konden profiteren van de jarenlange inspanningen van hun voorgangers, van een gunstige conjunctuur en van een stevige daling van de rentelasten. Niettemin leverden ze het zwakste begrotingswerk sinds begin jaren 80 af. Gecorrigeerd voor externe factoren zoals conjunctuur en rente en voor tijdelijke ingrepen verslechterde het begrotingssaldo van 1999 tot 2007 met 3,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In geld van vandaag is dat 16 miljard euro.

De eerdere paarse regeringen konden profiteren van de jarenlange inspanningen van hun voorgangers.

Paars-groen en paars gingen volop voor een lastenverlaging (1,2% van het bbp) en voor hogere uitgaven (2,3% van het bbp). De moeizaam opgebouwde budgettaire buffer werd in grote mate opgesoupeerd. Paars-groen begon in 1999 met een structureel primair overschot van 6 procent van het bbp, de belangrijkste indicator van het effectieve begrotingsbeleid, om in 2007 uit te komen op 2,5 procent van het bbp.

Nochtans was de regering toen ook al op de hoogte van de noodzaak om onze overheidsfinanciën voor te bereiden op de vergrijzing, maar dat zou via het Zilverfonds gebeuren. Achteraf is het een zinloze oefening, maar als paars het primaire overschot had gehandhaafd op het niveau van 2000 en de regering na de klap van de financiële crisis de budgettaire marge geleidelijk weer was gaan opbouwen, dan zou de overheidsschuld vandaag op 40 procent van het bbp liggen in plaats van op 100 procent.

Nieuw paars-groen

Informateur Paul Magnette (PS) lijkt vooruitgang te boeken richting een nieuwe paars-groene regering. Wat bekend is van de plannen van de deelnemende partijen roept herinneringen op aan de eerdere paarse regeringen. Het indrukwekkende lijstje ingrepen die de partijen voor de verkiezingen door het Planbureau lieten narekenen, voert ons direct terug naar 1999. De opvallendste voorstellen: de PS vraagt 8,5 miljard euro aan extra uitgaven voor onder meer hogere pensioenen en uitkeringen, terwijl DéFI, de MR en Open VLD belastingverlagingen willen van respectievelijk 10, 9 en 5 miljard euro. De andere betrokken partijen vragen een combinatie van extra uitgaven en lastenverlagingen. Dat was het recept van de eerdere paarse regeringen. Met één cruciaal verschil: de volgende federale regering vertrekt niet met een budgettaire buffer. Integendeel, ze moet op zoek naar veel geld voor ze nog maar aan nieuwe maatregelen kan beginnen.

De budgettaire kaarten voor de volgende federale regering liggen ontzettend moeilijk.

Om de overheidsfinanciën weer op de rails te krijgen, vraagt de Europese Commissie een jaarlijkse structurele inspanning van 0,6 procent van het bbp, een kleine 3 miljard in euro’s van vandaag, en een begrotingsevenwicht op middellange termijn. Daarnaast loopt de jaarlijkse vergrijzingsfactuur tegen 2024 op tot 5 miljard in euro’s van vandaag. Om tegen het einde van de legislatuur de begroting op federaal niveau structureel in evenwicht te krijgen en de vergrijzingsfactuur op te vangen is een inspanning van 2,4 procent van het bbp, of 11 miljard in euro’s van vandaag, nodig. Dat is nog voor Magnette begint aan de paars-groene verlanglijstjes voor nieuwe maatregelen.

In de doorrekening van het Planbureau hadden weinig partijen oog voor de financiering van hun voorstellen. Het concreetste voorstel kwam van de sp.a: een combinatie van 3 miljard euro aan besparingen en 12 miljard euro aan belastinginkomsten, vooral via belastingen op inkomsten uit vermogen en op ondernemingen en via de afschaffing van de bedrijfswagen.

Verkiezingsvoorstellen kunnen altijd vergeten worden, maar de budgettaire kaarten voor de volgende federale regering liggen ontzettend moeilijk. De vorige paars-groene en paarse regeringen konden meer uitgeven én de belastingen verlagen omdat er geld was, ook al hadden we dat geld toen al moeten opzijleggen voor de vergrijzingsfactuur. Vandaag willen de kandidaten voor een nieuw paars-groen kabinet weer hogere uitgaven en lagere belastingen. Maar het geld is op en de vergrijzingsfacturen liggen op tafel. Een begroting in evenwicht zit er voor veel jaren niet meer in. Veel waarschijnlijker is dat we in 2024 met een fors hoger tekort dan vandaag zitten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n