opinie

Pak het lerarentekort doortastender aan

Was leerkracht wiskunde en tot eind augustus 2021 directeur van het Sint-Andreaslyceum Sint-Kruis (Brugge).

De Vlaamse minister van Onderwijs neemt maatregelen tegen het lerarentekort. Het lijken zinvolle eerste stappen. Maar ga verder en neem maatregelen die echt een verschil kunnen maken.

Het optrekken van de mee te nemen anciënniteit van acht naar tien jaar door zij-instromers is een peulschil. Twintig jaar kan wel iets betekenen. Het grootste potentieel aan zij-instromers zit immers in de groep met veel jaren anciënniteit. Voor enkele knelpuntvakken geldt die twintig jaar al, maar de nood is ruimer dan dat en een vooruitziend beleid zou sneller moeten inspelen op toekomstige noden. Bovendien krijgen leerkrachten vaak meerdere vakken toebedeeld. Wat doe je dan als het over een knelpuntvak en een ander vak gaat?

Een andere drempel voor zij-instromers is dat ze naast hun vakdiploma vaak nog een pedagogisch diploma moeten behalen. Laat hen halftijds beginnen en ondertussen die studie afwerken, mét een voltijdse betaling.

De essentie

  • De auteur
    Chris Bouton is voormalig directeur van het Sint-Andreaslyceum Sint-Kruis (Brugge).
  • De kwestie
    Het lerarentekort is schrijnend en Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) neemt maatregelen.
  • De conclusie
    De maatregelen lijken zinvolle eerste stappen, maar het blijft wachten op maatregelen die echt een verschil kunnen maken.

De maatregel om de opdrachtenlimiet met 40 procent te mogen overschrijden, springt ook in het oog. Die was al van toepassing voor vervangingen en ik heb daar als schooldirecteur ook gebruik van gemaakt. Of liever moeten van maken, om vervangingsproblemen opgelost te krijgen. Leerkrachten toonden zich bereid, maar voor een beperkte tijd. Weinigen zouden een ruimere opdracht een heel schooljaar haalbaar hebben geacht. Elk lesuur moet kwalitatief ingevuld kunnen worden. Een 100 procent opdracht in het onderwijs is al een hele uitdaging. Vaak wordt gekozen voor 80 procent, om tot een haalbare werk-privébalans te komen.

Verloning

In een school zijn er naast het lesgeven nog veel andere taken. Hoe moeten directeurs daarmee omgaan? Sommige leerkrachten zullen 140 procent betaald worden voor een uitgebreide lesopdracht en geen ruimte meer hebben voor extra’s, terwijl anderen 100 procent betaald worden voor een ‘normale’ lesopdracht en toch evenveel zullen werken, omdat ze andere engagementen opnemen. Dat verschil in verloning is moeilijk te verantwoorden. Bovendien vrees ik dat vaak net die duivel-doet-al zal kiezen voor een ruimere opdracht en het dus extra moeilijk wordt om de andere engagementen ingevuld te krijgen.

De opdracht verruimen kan misschien de directe nood lenigen, maar is geen goede keuze op langere termijn.

Is het niet hoog tijd om het weer over de ‘globale schoolopdracht’ te hebben, in plaats van de opdracht uit te drukken in een aantal lesuren? Dat biedt veel kansen om tot een goede werk- en lastenverdeling te komen en om iedereen volgens zijn competenties in te zetten. Als reflectiebegeleider voor startende directeurs bij CVA (UAntwerpen) stel ik ook vast dat het thema ‘goede werkverdeling’ vaak aan bod komt en bij veel directies een grote zorg is. De opdracht verruimen kan de directe nood lenigen, maar is geen goede keuze op langere termijn.

Lastig

Om het beroep van leerkracht aantrekkelijker te maken moet vooral gekeken worden naar wat het zo lastig maakt. (Jonge) leerkrachten worden dikwijls geconfronteerd met moeilijke klassen, niet alle leerlingen zijn gemotiveerd en de klassen zijn vaak heterogeen, met leerlingen die de taal amper begrijpen. De leerkracht moet ook psychologische ondersteuning geven en remediëren, krijgt te maken met ouders die soms (te) veeleisend zijn, moet tijdens zijn pauzes vaak toezicht houden, en moet al eens inspringen om klassen van afwezige collega’s op te vangen. Al die zaken zijn eigen aan de job en in elke school is daarvoor veel knowhow en bereidwilligheid. Maar de omkadering ontbreekt om dat allemaal kwaliteitsvol te kunnen doen.

In mijn vroegere school heb ik geld vrijgemaakt voor een extra studiemeester die de leerlingen opvangt bij afwezigheid van een leerkracht. Dat maakt een verschil. Het doet me plezier dat de minister van Onderwijs daarvoor een opening maakt, maar met 20 procent van de niet vervangen afwezigheden spring je niet ver. Bovendien moet je zoiets structureel kunnen voorzien voor een heel schooljaar.

Leerlingenbegeleider

En waar blijft het statuut van de leerlingenbegeleider? Men heeft de mond vol over het mentale welzijn van de leerlingen, in coronatijden meer dan ooit. Maar als school moet je lesuren gebruiken om een leerlingenbegeleider te kunnen aanstellen. Is die niet even hard en misschien nog meer nodig dan bijvoorbeeld een ICT-coördinator?

Waar blijft het statuut van de leerlingenbegeleider? Men heeft de mond vol over het mentale welzijn van de leerlingen, in coronatijden meer dan ooit, maar als school moet je lesuren gebruiken om een leerlingenbegeleider te kunnen aanstellen.

Ten slotte moet er een betere begeleiding komen voor startende leerkrachten. In mijn vroegere school hebben we er altijd voor gekozen om die in onze werking te voorzien (alweer gefinancierd met lesuren en sinds twee jaar met speciaal daarvoor voorziene middelen). Maar dat moet veel uitgebreider kunnen gebeuren om kwaliteitsvol werk te kunnen leveren. Ook structurele (psychologische) begeleiding voor ervaren leerkrachten is geen overbodige luxe.

Ironisch is dat elke school jaarlijks slechts 96,57 procent mag gebruiken van de lesuren waar ze recht op heeft. Dat was een ‘tijdelijke’ besparingsmaatregel van bijna 20 jaar geleden. Is het niet hoog tijd daar komaf mee te maken?

Ik besef dat de uitdaging groot is voor onze minister. Maar het is een mooie kluif en een boeiende uitdaging om een langetermijnbeleid uit te werken dat de echte noden kan opvangen. Hopelijk is wat nu voorgesteld werd een eerste stap naar een uitgebreidere aanpak in een ruime visie. Ik blijf hoopvol.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud