opinie

Pak het profvoetbal structureel aan

Professor sportondernemingsrecht UA en houder Club Brugge Leerstoel

Het profvoetbal moet naar rustiger vaarwater worden geloodst. Dat kan niet met steekvlamdiscussies en steekvlamnormering. Wel structureel en Europees.

Het profvoetbal zit in een perfecte storm: het federaal parket stelde eind vorige week 57 personen in verdenking in Operatie Propere Handen. De sector lijdt structurele verliezen. En de covidcrisis hakt nog verder in op de balansen. Een duurzame oplossing is nodig.

Het profvoetbal aanpakken moet Europees gebeuren, via een door de EU ingevoerd en beheerd Europees licentiesysteem voor professionele voetbalclubs en voetbalmakelaars.

Even wat context. Het profvoetbal is mondiaal de leidende, meest gecommercialiseerde en gemediatiseerde sport, en een groeiende sector van de economie. Het spelletje wordt gespeeld op een globale markt, maar is tegelijk sterk lokaal verankerd. Clubs hebben een bijzondere maatschappelijk impact. Ze zetten zich in voor onder meer de promotie van de jeugdsport en de ondersteuning van het amateurvoetbal, het vrouwenvoetbal en het wetenschappelijk onderzoek. Als mediatieke, lokaal en maatschappelijk verankerde ondernemingen genieten profvoetbalclubs en het profvoetbal van beleidsmatige aandacht.

De essentie

  • De auteur
    Robby Houben is professor sportondernemingsrecht aan de Universiteit Antwerpen en houder van de Club Brugge Leerstoel.
  • De kwestie
    Het profvoetbal moet naar rustiger vaarwater worden geloodst. De kernvraag is hoe.
  • Het voorstel
    Het beleid focust te veel op de korte termijn, is te lokaal of te reactief. Dat leidt tot steekvlamdiscussies en steekvlamnormering, terwijl structureler en proactiever moet worden opgetreden.

Die aandacht is vaak reactief. Dat moet anders. Uiteraard moet criminaliteit worden bestraft, maar dat is slechts een momentopname. De beleidsmatige aanpak van het profvoetbal vergt meer proactieve actie in functie van duurzame oplossingen, waarbij de overheid en de sector elk hun rol te spelen hebben.

De sector deed al goede stappen, zoals de invoering van een clearingkamer voor makelaarsvergoedingen. Maar er kan meer. Het profvoetbal kan de komende maanden bijdragen aan de verdere implementatie van de principes van (financieel) goed bestuur in het Belgisch profvoetbal. Dat behelst de identificatie en de remediëring van ondermaats bestuur met de algemene normen van behoorlijk bestuur als benchmark, zij het met voldoende aandacht voor de specificiteit van de sector.

Overheid

Een belangrijke rol is weggelegd voor de overheid. Die moet de goed menende actoren in de sector de hand reiken en een rechtszekere omgeving creëren met voldoende hoge standaarden van goed bestuur en regelnaleving en - uiteraard - als sluitstuk een passend sanctieapparaat. Om echt efficiënt te zijn in de mondiale context van het profvoetbal, moet dat Europees gebeuren, via een door de EU ingevoerd en beheerd Europees licentiesysteem voor professionele voetbalclubs en voetbalmakelaars. Dat systeem zou idealiter ook voor de Britse Premier League gelden, bijvoorbeeld via een internationaal akkoord van de EU met Londen.

Zo wordt het goed menende profvoetbal robuuster om de uitdagingen aan te gaan, terwijl de actoren met kwade wil de markt niet kunnen betreden of eruit worden geduwd. Bovendien ontstaan gelijkere speelvelden voor clubs en makelaars in Europa. Voor makelaars bijvoorbeeld zijn de regels erg verschillend en voor aanscherping vatbaar.

Hoe beter clubs (financieel) worden geleid en hoe beter het toezicht, hoe (financieel) gezonder het profvoetbal wordt. Voor de overheid betekent een gezond profvoetbal, een profvoetbal dat winstgevend is. Winst die kan worden belast.

Met een door de EU beheerd licentiesysteem belandt de beleidsmatige focus op preventie. Daarbij geldt dat hoe beter clubs (financieel) worden geleid en hoe beter het toezicht daarop is, hoe (financieel) gezonder het profvoetbal wordt. Voor de overheid betekent een gezond profvoetbal, een profvoetbal dat winstgevend is. Winst die kan worden belast.

Die oplossing is constructief, zowel voor de sector als voor de overheid en de maatschappij. Ze vergt een blik op de langere termijn en moed. Belgische politici kunnen een voortrekkersrol spelen en dit dossier op de Europese agenda zetten, vanuit het hart van Europa en als thuisbasis van de Rode Duivels, de nummer 1 van de wereld.

Antiwitwaswet

Het beleid focust te veel op de korte termijn en is te lokaal of te reactief, met steekvlamdiscussies en steekvlamnormering tot gevolg. Neem de antiwitwaswet. Die is sinds de zomer van toepassing op onder meer de Belgische profclubs (maar nog altijd niet op de makelaars). Clubs moeten achtergrondchecks doen op cliënten en verdachte transacties melden aan de overheid.

De antiwitwaswet kon met meer nuance worden geïmplementeerd. Een mondiaal probleem wordt louter nationaal benaderd: alleen in België bestaat de antiwitwasnormering, in de buurlanden niet. Bovendien is de wet conceptueel niet afgestemd op de voetbalsector, waardoor transacties met makelaars mogelijk niet aan de wet onderworpen zijn, evenmin als inkomende transfers vanuit het buitenland. Uitvoeringsmaatregelen zullen de gaten proberen te dichten, maar of die verenigbaar zijn met de wet is een terechte vraag. Extra transparantie in het profvoetbal, via de antiwitwasnormering of anders, is toe te juichen. Maar dat moet gebeuren met kennis van zaken en context, proportioneel en op het juiste niveau: Europees.

Beleidsmakers van en voor het voetbal, gebruik de perfecte storm om het profvoetbal duurzaam naar de beste standaarden van goed bestuur te tillen, voor een blijvend financieel gezond profvoetbal in een rechtszekere en betrouwbare omgeving, met gelijke speelvelden voor clubs en makelaars in heel Europa. Bij zo een structurele aanpak zijn alle betrokken partijen gebaat.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud