opinie

Pappen en nathouden zoals vanouds

België doet het slecht voor economische groei en krijgt zijn begroting niet op orde. Maar deze regering belast wel ­iedereen plat, net zoals de vorige regering. Centrumlinks of centrumrechts, het maakt blijkbaar niks uit.

De macro-economische verwachtingen van de Europese Commissie zijn ronduit slecht voor België. Ondanks de hoeraberichten uit regeringskringen bengelen we samen met Italië helemaal onderaan voor economische groei. Ook de begroting wordt maar niet op orde gezet. Zo was er in 2017 een tekort van 1 procent van het bruto binnenlands product. Dat blijkt zelfs verder op te lopen tot 1,3 procent in 2019.

De centrumrechtse regering van Michel doet zo haar duit in het zakje wat betreft begrotingsputten. Gelet op de ronkende verkiezingsbeloftes en viriele verklaringen is dat een vreemde vaststelling. Deze coalitie ging zich net onderscheiden van de regering-Di Rupo met een orthodox begrotingsbeleid in plaats van het geldverslindend links beleid.

Bij velen leefde de hoop dat met de N-VA in de regering de morbide obese Belgische staat ontvet zou worden. We zijn weer een illusie armer.

Maar wat leren de feiten? Centrumlinks of centrumrechts, het maakt niet uit. In België is geen regering mogelijk die niet meer uitgeeft dan ze ophaalt bij haar burgers. Het voor 2018 beloofde evenwicht komt er dus niet. Dat werd vorig jaar al bijgesteld naar 2019, en nu doodleuk naar 2020. De volgende regering zal de klus wel klaren.

Tegelijkertijd publiceerde de OESO haar jaarlijks loonlastenrapport. Daaruit blijkt dat de lasten op arbeid nergens zo hoog zijn als in België. Een alleenstaande zonder kinderen draagt maar liefst 53,7 procent bij. Met een OESO-gemiddelde van 35,9 procent is dat beschamend.

©RV DOC

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) blijft evenwel hoopvol. ‘We zijn er nog lang niet, maar we zetten het werk voort.’ Deze daadkrachtige noot steunt op het feit dat de belastingdruk de laatste jaren met 0,24 procent verminderd is. De minister is blij met een dode mus. In dit tempo zijn we nog lichtjaren verwijderd van een min of meer aanvaardbare belastingdruk.

In België betaalt iedereen (te) veel belasting. Op alle fronten hebben deze en de vorige regering de belastingkranen maximaal opengedraaid. De consumptiebelastingen (btw en accijnzen) pieken als nooit tevoren. De roerende voorheffing is de jongste jaren verdubbeld tot zelfs verdrievoudigd. De transactiebelastingen op de beurs zijn nergens in de mij bekende wereld zo hoog als in België. En als klap op de vuurpijl heeft deze centrumrechtse regering zelfs een taks op de effectenrekeningen uitgevonden boven op allerlei andere fiscale trouvailles.

Geldhonger

België heeft een niet te stillen geldhonger. Zonder enige schroom worden alle burgers plat belast. Of je nu werknemer, belegger, ambtenaar, ondernemer of gepensioneerde bent, de gecombineerde belastingdruk is onfatsoenlijk hoog. Voor arbeid (en vervangingsinkomsten) wordt dat bevestigd door de recente OESO-cijfers.

Maar ook voor inkomen uit kapitaal is de situatie ronduit dramatisch. Voor dividenden bedroeg de gecombineerde belastingdruk vorig jaar 53,79 procent. Voor een belegger die leeft van inkomen uit kasbons en obligaties kan de reële gecombineerde belastingdruk oplopen tot meer dan 90 procent. Iedereen zit met andere woorden op het tandvlees.

Hoewel we op alle fronten de hoogste belastingen betalen, slaagt België er maar niet in om de rekening te laten kloppen. Deze dramatische vaststelling verklaart het torenhoge overheidsbeslag.

Hoewel we op alle fronten de hoogste belastingen betalen, slaagt België er maar niet in om de rekening te laten kloppen. Deze dramatische vaststelling verklaart het torenhoge overheidsbeslag. Dat loopt op tot bijna 54 procent van het bbp. In Nederland bedraagt dit ongeveer 45 procent, in Zwitserland amper 34 procent. Die landen, die het met een stuk minder doen, kunnen toch niet beschouwd worden als apenlanden.

België leeft gewoon op te grote voet. Op het niveau van de uitgaven moet drastisch en moedig ingegrepen worden, maar dat kan de politieke klasse blijkbaar niet. Als zachte heelmeesters vermijdt ze het onvermijdelijke, uit schrik voor de reactie van de kiezer, van wie subsidies worden afgenomen of die meer moet betalen voor een publieke dienstverlening. Daarom volgt het zoveelste gemorrel in de marge: hier en daar een belastingverhoging, de kaasschaaf over de overheidsuitgaven, technische correcties en onverwachte meevallers.

Kerntaken

Maar dat is echt non-beleid. Een moedig beleid veronderstelt een kerntakendebat. Waar moeten onze publieke gelden voor dienen, en vooral: waarvoor niet? Ik kan me voorstellen dat onderwijs, pensioenen, sociale zekerheid, veiligheid, enzovoort belangrijk zijn. Daarin willen we niet schrappen, misschien zelfs integendeel. Maar moeten we publieke middelen hebben voor cultuur, sport, openbaar vervoer, subsidies, enzovoort? Dat debat moet worden gevoerd.

Bij velen leefde de hoop dat met de N-VA in de regering de morbide obese Belgische staat ontvet zou worden. Met het loslaten van een begroting in evenwicht in 2019 zijn we ook hier weer een illusie armer. De Belgische politieke klasse doet als vanouds, pappen en nathouden. Met een staatsschuld van 450 miljard en de vergrijzingstsunami die op ons afkomt, is dit schuldig verzuim. Bij een volgende diepe financiële of economische crisis dreigt het economisch - en dus ook het sociaal - kerkhof. Benieuwd wie we dan de zwarte piet toeschuiven.

Lees verder

Tijd Connect