opinie

Parlement moet al beginnen aan hervormingen

We zitten al 200 dagen zonder volwaardige federale regering, maar moeten nog altijd een miljardengat in de begroting dichten. Het parlement heeft de plicht over de partijgrenzen heen te onderzoeken hoe het België weer op de rails kan zetten.

Vandaag viert België de 200ste dag zonder reguliere federale regering. Het record van 2011, 541 dagen, is voorlopig buiten bereik, maar de formatie van 2007 is al mooi geklopt. De Kamercommissie Begroting en Financiën komt vandaag samen om zich te buigen over de volgende reeks voorlopige twaalfden om de federale staat draaiende te houden.

©BELGA

Sommige specialisten zullen in de marge van die commissie weer verklaren dat zulke lange periodes van voorlopige twaalfden impliciete besparingsrondes zijn. In naam van de volgende generaties - die de budgettaire factuur doorgeschoven krijgen - bestrijd ik als nieuw federaal parlementslid die stelling. Ik vraag me af hoeveel meer we hadden kunnen hervormen tijdens de bijna 1.000 gemiste dagen van de jongste drie periodes zonder effectieve regering.

De overheidsfinanciën hadden er allicht beter voor gestaan. 2018 zag er op het eerste zicht nog redelijk goed uit. De nv België klokte af op een begrotingstekort van 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en een schuldgraad van 102 procent. De bittere realiteit is evenwel dat ons land nog altijd op de rand van een budgettaire vulkaan danst. Het begrotingstekort - vorig jaar gered door tijdelijke meevallers in de vennootschapsbelasting - dreigt dit jaar op te lopen tot 1,6 procent. Met andere woorden: er moet minimaal 8 miljard euro worden gezocht. Uit de sociale zekerheid kwam vorige week bovendien het slechte nieuws dat een gat van minstens 1,5 miljard extra moet worden dichtgereden.

Zijden draadje

Europa redt - wellicht - deels de meubelen dankzij een zogenaamde flexibiliteitsclausule, waardoor België 0,5 procent aan besparingen wellicht mag opschuiven naar volgend jaar. Maar dat verandert niks aan onze schuldgraad, die ons in een niet zo flatterend rijtje plaatst tussen Griekenland, Italië en Spanje.

De kaasschaaf voldoet niet meer. We moeten het mes zetten in de institutionele wildgroei in dit land.

De Zweedse coalitie heeft onmiskenbaar het begrotingstekort verminderd, maar kon haar werk niet afmaken. Het primaire saldo - het begrotingsresultaat zonder rentelasten - is in de jongste regeerperiode onvoldoende verbeterd. De regering surfte mee op de golven van een hoogconjunctuur met lage rentevoeten, maar verzuimde om ingrijpend te hervormen. De taxshift lijkt de economie wat zuurstof te hebben gegeven, maar dreigt een budgettaire kater te veroorzaken.

Door het getalm hangt onze toekomst aan een zijden draadje. Een harde brexit, een woelig internationaal handelsklimaat, een op termijn onvermijdelijke dip in de conjunctuur en het effect van een renteopstoot hangen als een zwaard van Damocles boven onze overheidsfinanciën. En in tegenstelling tot bij de vorige formatiecrisis 2011 staat Europa klaar om ons onder curatele te plaatsen.

Arbeidsmarkt

Hoog tijd dus dat we ingrijpen, vóór Europa ons komt zeggen hoe. Uiteraard is tijd nodig om nieuwe, solide regeringen in het zadel te brengen, maar dat mag ons na 200 dagen zonder regering niet tegenhouden. Het parlement moet zijn kans grijpen om in de mate van het mogelijke hervormingen op de rails te zetten. Pistes onderzoeken en voorstellen uitwerken - over de partijgrenzen heen - is niet alleen een recht van het halfrond, het is vandaag een plicht. Laat ons voorkomen dat na 2019 ook 2020 een verloren begrotingsjaar wordt, en dat onze (klein)kinderen de factuur moeten betalen.

Hoog tijd dat we ingrijpen, vóór Europa ons komt zeggen hoe

Er is maar één redelijke manier om dat in België te doen. We moeten met een langetermijnperspectief structurele hervormingen doorvoeren om onze overheidsfinanciën op orde te krijgen én een duurzame economische groei te realiseren. In de eerste plaats moet de arbeidsmarkt flexibeler, wat erop neerkomt dat de sociale overlegstructuren uit de 20ste eeuw worden vervangen. Een groei van 2 procent wordt almaar moeilijker door de vergrijzing, dus we moeten zoveel mogelijk mensen aan de slag krijgen.

Ook moet ons overheidsapparaat tegen het licht worden gehouden. We moeten het beter laten werken tegen een betere prijs. De kaasschaaf voldoet niet meer. We moeten het mes zetten in de institutionele wildgroei in dit land. Als we niet-kerntaken afstoten en overbodige instellingen als de Senaat en de provincieraden afschaffen, creëren we ruimte om ons investeringspeil naar het Europees gemiddelde te brengen. Alleen zo kunnen we evolueren naar een weerbare economie, en een acceptabel overheidsbeslag.

Lees verder

Tijd Connect