opinie

Personeel bijscholen is maatwerk, geen cijferwerk

Het wetsontwerp van minister van Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne waarin werkgevers bijkomende opleidingsverplichtingen krijgen opgelegd, is onrealistisch en onwerkbaar. We roepen de regering op het in zijn huidige vorm niet goed te keuren.

Dinsdag publiceert de Nationale Arbeidsraad (NAR) zijn advies over het wetsontwerp van minister van Economie en Werk, Pierre-Yves Dermagne (PS) om de opleidingsinspanningen in ondernemingen te versterken. Hoe nobel de doelstellingen van het wetsontwerp ook mogen zijn, voor ons, werkgeversorganisaties in de NAR, houden ze geen steek en zijn ze onrealistisch. Dat de werknemersorganisaties daar anders over denken, is geen geheim. En dus ligt een verdeeld NAR-advies dinsdag voor de hand. Waardoor de bal in het kamp van de regering belandt. Voor die regering hebben we een duidelijke boodschap: schuif dit wetsontwerp van tafel.

De essentie
  • De auteurs
    Zijn de vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties die lid zijn van de Nationale Arbeidsraad (NAR), waarin ook de werknemersorganisaties zetelen.
  • De kwestie
    Vandaag, dinsdag, publiceert de NAR zijn advies over het wetsontwerp van minister van Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) om de opleidingsinspanningen in ondernemingen te versterken.
  • Het voorstel
    De regering haalt dit wetsontwerp het best van tafel, want het is onrealistisch en onwerkbaar.

Over een ding zijn we het allemaal eens: menselijk kapitaal is van cruciaal belang in elke onderneming. En dus investeren onze werkgevers graag en veel in de opleiding van medewerkers. De ene keer via formele trainingen en vakopleidingen, de andere keer via meer informele leermomenten op de werkvloer. Maar altijd in functie van een zo goed mogelijk resultaat, om samen vooruit te komen.

Dat we goed bezig zijn blijkt onder meer uit een aantal vaak nog onderbelichte Eurostat-cijfers. Wie weet dat onze Belgische ondernemingen gemiddeld minstens 2,4 procent van hun loonkosten in opleiding stoppen, waarmee zij tot de grootste investeerders in vorming in Europa behoren? En wie dat onze ondernemingen per werknemer 1.405 euro aan vorming en opleiding besteden, een bedrag dat bijna 2,5 keer hoger ligt dan het Europees gemiddelde van 585 euro?

Nu de krapte op de arbeidsmarkt zich alweer in al haar glorie aandient, verzetten werkgevers hemel en aarde om geschikt personeel te vinden, te houden en/of via opleiding te vormen. Die inspanningen passen ook binnen het engagement van de werkgevers om elk talent aan boord te hijsen en de werkzaamheidsgraad te helpen opkrikken naar 80 procent.

Sectorale vrijheid

Over de doelstellingen zijn we het met de minister en de regering eens. Maar niet over het te volgen pad. De minister wil dat de sectoren al hun medewerkers minstens vijf dagen opleiding per jaar (of het equivalent daarvan) laten volgen. Dat werkt zo niet. Personeel bijscholen is maatwerk, geen cijferwerk. Omdat elke onderneming en sector verschillend is en omdat de noden van ondernemingen en medewerkers variëren. Het wetsvoorstel druist ook in tegen de in het regeerakkoord vastgelegde sectorale vrijheid om op een pragmatische manier maximale opleidings- en tewerkstellingsdoelstellingen te halen. Voor ons zijn die principes uit het regeerakkoord heilig. We rekenen erop dat de regering woord houdt.

Het tijdperk waarin werknemers - betaald - afwezig konden zijn om pakweg een meditatiecursus te volgen ligt gelukkig al enige tijd achter ons.

Zoals in veel discussies is er ook hier een spreekwoordelijke olifant in de kamer: de eigen verantwoordelijkheid van de werknemers. Het valt op hoe het wetsontwerp zich andermaal toespitst op de plichten en de sancties voor de werkgevers, terwijl - zo blijkt uit de praktijk - vooral de werknemers een stok achter de deur nodig hebben. De Eurostat-cijfers liegen er niet om: amper 45,2 procent van de bevolking geeft aan recentelijk nog een opleiding te hebben gevolgd. En liefst 41,8 procent zegt niet bereid te zijn tot bijscholing.

Nuttig voor de job

Aan prikkels voor de werknemers is er nochtans geen gebrek. Het betaald educatief verlof (bev) en het tijdskrediet voor vorming springen meteen in het oog. En vooral de - nog altijd - grote opleidingskeuzevrijheid voor de leergierige medewerkers die van het systeem willen gebruikmaken. Het tijdperk waarin werknemers - betaald - afwezig konden zijn om pakweg een meditatiecursus te volgen ligt gelukkig al enige tijd achter ons. Maar via het bev kan een medewerker nog altijd tot 16 dagen afwezig blijven voor opleidingen die niet noodzakelijk nuttig zijn voor zijn huidige of toekomstige job in het bedrijf. Mogen de werkgeversorganisaties het abnormaal vinden dat ondernemers geen inspraak hebben in het opleidingstraject van hun personeelsleden, waaraan ze rechtstreeks of onrechtstreeks meebetalen?

Als werkgevers hebben we hetzelfde doel als de regering: vakbekwame en gemotiveerde medewerkers vormen, die zich goed voelen, goed presteren en onze economie maximaal ondersteunen. De motivatie om dat te realiseren komt intrinsiek van onszelf, we gaan daar alles aan doen. Maar alleen als het op onze eigen, pragmatische manier mag, met aandacht voor en op maat van de werknemer en de onderneming. Laat dat wetsontwerp niet zomaar passeren.

Voor de werkgeversorganisaties:

Danny Van Assche (gedelegeerd bestuurder UNIZO), Pieter Timmermans (gedelegeerd bestuurder VBO), Monica De Jonghe (directeur-generaal VBO), Pierre-Frédéric Nyst (voorzitter UCM), Sonja Beckers (voorzitter Boerenbond), Jean-Pierre Champagne (gedelegeerd bestuurder FWA), Michaël De Gols (directeur UNISOC).

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.