opinie

Pleidooi voor een Brusselse stadstaat

Voormalig Vlaams minister-president (CD&V)

Vijfentwintig jaar geleden, op 29 februari 1996, stelde de Vlaamse regering de Schrikkelnota op, officieel luidde de titel 'Discussienota voor een verdere staatshervorming'. Het is nu tijd om verdere stappen te zetten.

Drie jaar na de nota werden in het Vlaams Parlement vijf resoluties gestemd die de volgende 13 jaar de staatshervormingen zouden bepalen. Die staatshervormingen waren positieve stappen, maar ze gaven maar gedeeltelijk en gefragmenteerd invulling aan de vijf resoluties.

De coronapandemie heeft de zenuw van ons onvoldoende functionerende en gefragmenteerde staatsbestel blootgelegd. Verandering en evolutie zijn inherent aan elk federaal systeem, ook het onze.

De uitdaging waar we voor staan, vertrekt niet van een scheiding of een verzwakking van de ander, maar van een versterking van iedereen. In een complex en niet-homogeen land kan dat alleen met een sterke autonomie van de deelstaten die bijdraagt tot een lenige, wendbare en werkbare staat.

De afspraak in het federaal regeerakkoord om te werken aan een grondige staatshervorming dwingt ons daarover na te denken en in dialoog te treden. Ik som vijf uitgangspunten op.

Vijf uitgangspunten

1. Het beleid moet zo dicht mogelijk bij de mensen staan, op het niveau waar het meest effectief resultaten kunnen worden geboekt. Subsidiariteit dus als basis voor democratische besluitvorming van onderuit, met meer betrokkenheid en participatie van de burgers. Het is opvallend dat men het lokale als het meest nabije ervaart. Dat is een goede reden om ook een 'interne staatshervorming' binnen de deelstaten zelf te bekijken.

2. Duidelijkheid is belangrijk voor de democratische organisatie van een staat. Daarom is  een federaal bestuursniveau met deelstaten aangewezen: de deelstaten Vlaanderen en Wallonië, de Brusselse (hoofdstedelijke) stadstaat en de Duitstalige deelstaat. Vlaanderen en Wallonië oefenen de gewestbevoegdheden uit op hun grondgebied en ook hun gemeenschapsbevoegdheden in de Brusselse stadstaat, waarbij ieder onderling zijn eigen afspraken kan maken.

Vlaanderen financiert zijn gemeenschapsbevoegdheden in Brussel. De Brusselse stadstaat oefent op zijn grondgebied zijn gewestbevoegdheden uit en de Duitstalige deelstaat oefent op zijn grondgebied zijn gemeenschapsbevoegdheden uit, samen met die  gewestbevoegdheden die de Waalse deelstaat overdraagt. De taalgrens ligt daarbij vast, ook in de toekomst.

Bij de volgende staatshervorming is een federaal bestuursniveau met deelstaten aangewezen: de deelstaten Vlaanderen en Wallonië, de Brusselse (hoofdstedelijke) stadstaat en de Duitstalige deelstaat.

Zoals in andere federaal of regionaal georganiseerde landen is er een gedifferentieerde autonomie die samenhangt met historische elementen, steunt op de verschillende eigenheden van de deelstaten of te maken heeft met de intrinsieke belangen die ze dienen te behartigen. Zo vervult Brussel een aantal taken als hoofdstad, ook Europees en internationaal, wat niet het geval is voor de andere deelstaten. De deelstaten zijn in de feiten niet gelijkaardig, maar wel gelijkwaardig. Het verdient aanbeveling om, zoals in andere federale landen, een bondsraad op te richten waarvan ze allemaal deel uitmaken en waarin hun vertegenwoordiging rekening houdt met hun bevolkingsaantal.

Gelet op het officieel tweetalige karakter van Brussel is het vanzelfsprekend dat vanuit Vlaams oogpunt de band tussen de Vlaamse gemeenschapsbevoegdheden en Brussel behouden blijft. Overigens is Brussel ook de Vlaamse hoofdstad. Institutioneel zijn de waarborgen van de Franstaligen op federaal vlak gekoppeld aan die van de Vlamingen in Brussel.

Dat leidt tot een bestuurssysteem dat de onduidelijkheid van gemeenschappen en gewesten beëindigt, meer transparant is en verankerd wordt in de Grondwet.

3.  De overheveling van homogene bevoegdheden was het meest succesvol. Cultuur, onderwijs en infrastructuur zijn het beste bewijs. Hoe goedbedoeld ze ook is om knopen te ontwarren, een overheveling van gefragmenteerde bevoegdheden geeft op het terrein onduidelijkheid en achterdocht. Dat leidt vaak tot onwerkzame toestanden. Homogene bevoegdheden op de verschillende beleidsniveaus vormen daarom een sluitstuk voor goed bestuur.

Een heldere bevoegdheidsafbakening sluit samenwerking niet uit, maar maakt die net makkelijker. De huidige homogene bevoegdheidspakketten bewijzen dat.

4. Exclusieve bevoegdheden zijn nooit absoluut omdat ze aan elkaar raken. Een heldere bevoegdheidsafbakening sluit samenwerking niet uit, maar maakt die net makkelijker. De huidige homogene bevoegdheidspakketten bewijzen dat. Een afstemming tussen de Belgische beleidsniveaus en het Europese is een noodzaak. De strategie voor duurzame groei en jobs, onlangs de inzet van de middelen van het Europese herstelfonds en niet het minst de bestrijding van de pandemie, hebben dat duidelijk aangetoond.

Het gaat hier niet om formele coördinatie, want die leidt tot centralisatie. Wel om afstemming van beleid. Daarbij is de toepassing van de principes van meerlagig bestuur van nut: functionele samenwerking wanneer dat noodzakelijk is, met respect voor ieders bevoegdheid. Het Samenwerkingsakkoord van 1994 over het Europees en buitenlands beleid kan inspiratie geven: een samenwerkingsakkoord tussen het federaal bestuursniveau en de deelstaten op basis van enkele algemene vuistregels.

5. Ten slotte blijft de vraag: hoe realiseren we dat? Het antwoord ligt vervat in artikel 35 van de Grondwet, dat eindelijk moet worden uitgevoerd. De residuaire bevoegdheden liggen bij de deelstaten en de federale bevoegdheden worden vastgelegd. Om dat voor te staan kan ik in geen beter gezelschap verkeren dan dat van professor André Alen, voormalige rechter bij het Grondwettelijk Hof, die daar ongehinderd en overtuigend voor pleitte en die, bij mijn weten, geen revolutionair is.

Op basis van die uitgangspunten kan ieder zijn eigen ontwikkeling en toegevoegde waarde opzoeken. Het gaat niet alleen om het eigenbelang van een deelstaat ten koste van een andere of een tweedeling tussen noord en zuid en waarbij de federale bevoegdheden ook duidelijk afgelijnd zijn.

Kortom, we moeten komen tot een eenvoudiger en beter werkend staatsbestel. De grote structurele uitdagingen waar we voor staan - de vergroening van de economie, mobiliteit, digitale agenda, nieuwe arbeidsverhoudingen, armoedeaanpak - laten ons geen andere keuze. Die keuze moeten we samen maken met het middenveld, met de sociale, economische, zorg- en culturele actoren. Staatshervorming is zaak van de hele samenleving.

Luc Van den Brande (CD&V), voormalig minister-president

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud