opinie

Premier, u bent rijker dan u denkt

Docent Vrije Universiteit Brussel en Partner Eubelius

Wat indien we jaarlijks 15 miljard euro extra aan overheidsinkomsten konden genereren, enkel door wat we al hebben beter te beheren? Dat is zoveel als we federaal jaarlijks uitgeven aan werkloosheid, ziekte en invaliditeit. En dat zonder één cent extra belastingen.

Klinkt te mooi om waar te zijn? Dat is nochtans wat uit recente berekeningen van het IMF naar voren komt. Overheden zitten op een berg activa - overheidsbedrijven, vastgoed, infrastructuur, natuurlijke rijkdommen, ... – die in de traditionele manier van overheidsboekhouden niet aan de oppervlakte komen. En daardoor ook niet optimaal beheerd wordt. Het IMF berekende dat alleen al een beter beheer van die verborgen rijkdom een land gemiddeld 3 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) aan extra jaarlijkse inkomsten kan opleveren.

En neen, we spreken niet over een uitverkoop of privatisering. Het gaat erom je bezittingen optimaal te laten renderen. De overheid blijft eigenaar. Vandaar: 15 miljard extra inkomsten, jaarlijks. Alle overheden samen weliswaar, het is niet enkel federale koek.  Een meer leesbare versie van dit argument dan de droge IMF-tabellen is te vinden in het bekroonde boek 'The public Wealth of Nations: how Management of public Assets can boost or bust economic Growth', van de Zweedse economen Dag Detter en Stefan Fölster.

Toegegeven, om die 15 miljard extra inkomsten per jaar te halen zijn ambitieuze hervormingen nodig. Van het soort dat invloed heeft op ministeriële bevoegdheden en heilige huisjes sloopt.

Toegegeven, om die 15 miljard te halen zijn ambitieuze hervormingen nodig. Van het soort dat invloed heeft op ministeriële bevoegdheden en heilige huisjes sloopt. Dat zou een stevig uitgewerkte basis in een regeerakkoord vergen. En dus meer tijd dan nu - ironisch genoeg - beschikbaar was. Maar dat neemt niet weg dat alle beetjes helpen. Enkele tips.

Overheidsactiva

Plaats overheidsactiva onder centraal, professioneel en onafhankelijk beheer. Uit internationale studies en aanbevelingen blijkt steeds weer het belang van een duidelijke scheiding tussen financieel beheer en politiek beleid. De overheid als aandeelhouder van Bpost heeft een andere rol dan de overheid als opdrachtgever van openbare diensten of als regulator van de markt. Daarom helpt het om de overheidsbelangen te centraliseren bij een entiteit die zich enkel op die eigenaarsrol kan focussen, met een duidelijk mandaat. Op federaal niveau is de FPIM (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) geknipt voor die rol.

Het helpt overheidsbelangen te centraliseren bij een entiteit die zich enkel op die eigenaarsrol kan focussen, met een duidelijk mandaat.

In de vorige legislatuur waren er al plannen in die richting, maar die zijn verzand in getouwtrek. En ere wie ere toekomt: het nieuwe regeerakkoord poetst die ambitie opnieuw op. Maar de taal blijft voorzichtig, voorwaardelijk, de slag om de arm zit al ingebakken. En de politieke angel ook: een verschuiving van macht tussen ministers van verschillende partijen, tussen duur bevochten bevoegdheden. Het zou nochtans goed zijn om hier eindelijk werk van te maken. En geef de FPIM meteen ook voldoende armslag. Een aandeelhoudersentiteit op topniveau betaalt zichzelf vele malen terug, zoals onder meer de Scandinavische landen aantonen.

Op die manier kan je ook het proces van het benoemen en ontslagen van overheidsbestuurders professionaliseren. In de ‘gidslanden’ speelt de aandeelhoudersentiteit daarbij een sturende rol. Bij ons is dat al te vaak een wanvertoning. In de politieke molen raken overheidsbestuurders vaker niet dan wel tijdig benoemd of vervangen. Bedrijven krijgen niet de bestuurdersprofielen die ze nodig hebben. De zoektocht naar een nieuwe CEO verwordt systematisch tot een mediaspektakel. Dat kan veel beter. Een professioneel en transparant benoemingsproces via een sterke aandeelhoudersentiteit zou helpen.

Moderniseer de governance van overheidsbedrijven. Ons land was in de jaren 1990 op dat vlak een voortrekker. Daar zijn een aantal succesverhalen uit gegroeid, zoals Proximus en Bpost.

Moderniseer ook op andere vlakken de governance van overheidsbedrijven. Ons land was in de jaren 1990 op dat vlak een voortrekker. Er kwam een wettelijk kader dat op federaal niveau overheidsorganismen van diverse pluimage omvormde tot vennootschappen met meer autonomie, meer verantwoordelijkheid en een eigen, professioneler bestuur. Daar zijn een aantal succesverhalen uit gegroeid, zoals Proximus en Bpost.

Politieke schoonmoeder

Maar intussen hinken we achterop. De handvaten zijn nochtans beschikbaar. Onder meer in de historische hervorming van het vennootschapsrecht uit de vorige legislatuur. Een weerkerend pijnpunt in overheidsbedrijven is de politieke schoonmoederrol van de raad van bestuur. Het is logisch dat over overheidsbedrijven politieke verantwoording wordt afgelegd. Maar dat doe je niet door operationele bedrijfsbeslissingen vanuit de politiek te willen sturen.

Veranker de functiescheiding via het ‘duale bestuursmodel’ dat het hervormde vennootschapsrecht aanbiedt, en dat onder meer in Nederland en Duitsland zijn sporen verdiende.

Laat de raad van bestuur zich toeleggen op zijn kerntaak: de strategische lijnen uittekenen, de aanwerving van een sterk managementteam en het toezicht daarop. Leg de openbare taken van het bedrijf vast in een moderne beheersovereenkomst met heldere en meetbare doelstellingen, eerder dan oeverloze details. En laat de leiding voorts aan het management, volgens bedrijfsmatige eerder dan politieke wetmatigheden. De succesverhalen uit het verleden steunden op dat patroon. Veranker die functiescheiding via het ‘duale bestuursmodel’ dat het hervormde vennootschapsrecht aanbiedt, en dat onder meer in Nederland en Duitsland zijn sporen verdiende.

Regeltjes

Wied tenslotte in de wildgroei aan regeltjes die een engagement als overheidsbestuurder of -manager onaantrekkelijk maken. De bekommernis om hun lonen en vergoedingen is begrijpelijk en terecht. Maar de huidige koterijen werken enkel contraproductief. Zo moeten heel wat bestuurders en managers nu plots hun privé-inkomsten openbaar maken via het Rekenhof, omdat ze ergens een heel of en half overheidsmandaat hebben. Gevolg: de talentenvijver voor de overheid krimpt. Dat is geen goed bestuur.

Ik weet het wel. Deze enkele ideeën zullen geen 15 miljard per jaar opbrengen. Maar je moet ergens beginnen. Minstens zijn dit nieuwe impulsen voor een beter beheer van overheidsbedrijven en -activa. Zo gaat misschien een sneeuwbal aan het rollen. Want ja, premier, u, wij allen, zijn rijker dan we denken. En we kunnen die rijkdom maar beter maximaal laten renderen. Het zou zonde zijn dat niet te doen.

Jeroen Delvoie

Docent Vrije Universiteit Brussel en partner Eubelius. Schrijft in eigen naam.

Lees verder

Gesponsorde inhoud