opinie

Relancebeleid zonder hervormingen is lege doos

Het debat moet vooral gaan over wat we gaan doen met de 5,15 miljard euro Europees geld waarmee de relance wordt ondersteund, en niet zozeer over wie welk stuk krijgt.

2021 moet het jaar worden van de economische wederopstanding na Covid-19. De federale regering heeft terecht hoge ambities om ons land weer op de rails te zetten. Met de deelstaten wordt gediscussieerd over de verdeling van 5,15 miljard euro Europees geld waarmee de relance moet worden ondersteund. Voor sommigen is de verleiding groot om alles bij het oude te laten of het Belgische wafelijzer weer boven te halen.

Kathleen Verhelst en Christian Leysen

De ambitie moet het echter halen van de angst voor de verandering en de valse geborgenheid van het status-quo. Het relancedebat moet niet zozeer gaan over wie welk deel van de centen krijgt, maar wel over wat we ermee gaan doen. Hoe buigen we deze crisis om naar een kans op een land dat beter werkt en iedereen die vooruit wil ruimte geeft?

Waarom niet eindelijk een gedeelte van de opzegvergoedingen omvormen tot een opleidingsbudget dat gericht is op toekomstgerichte tewerkstelling, zoals al lang aangekaart wordt in de Nationale Arbeidsraad?

De Europese Commissie heeft met het Herstelplan voor Europa geen blanco cheque uitgeschreven. Dat geld zal vooral gebruikt moeten worden voor vergroening en innovatie. De hoeksteen zijn investeringen in publieke infrastructuur. Publieke investeringen bedragen vandaag nog slechts 2,3 procent van het bruto binnenlands product (ter vergelijking: in Frankrijk is dat 4,0 procent en in Nederland 3,9 procent). De overheidsinvesteringen zijn tussen 1970 en 2015 met de helft afgenomen. Tijdens begrotingsconclaven in de jaren 80 gingen overheidsinvesteringen steevast eerst voor de bijl. Stenen kunnen immers niet staken.

Er moet vanzelfsprekend meer geïnvesteerd worden in publieke infrastructuur. Om keuzes te maken moeten we kijken naar het zogenaamde multiplicatoreffect. Het mogen natuurlijk geen verdoken exploitatiesubsidies zijn. Een overkoepelende strategische visie is cruciaal om gericht te investeren. De nood is het grootst aan investeringen in energie-efficiëntie, duurzaam transport, het beperken van klimaatrisico’s, en in digitale infrastructuur.

Toegevoegde waarde

Relancebeleid betekent ook de moed hebben om onze arbeidsmarkt eindelijk te hervormen. De Europese Commissie stelt dat ook als voorwaarde. De economische groei van een land wordt immers bepaald door de toename van het arbeidsvolume (aantal actieven gemeten in aantal gewerkte uren per inwoner) en de productiviteitsgroei. Het eerste kan door onder meer de werkelijke pensioenleeftijd, het aandeel van de beroepsactieve bevolking en het aantal gewerkte uren per werkende te verhogen. België heeft op dat vlak progressiemarge, maar die groei is ook niet oneindig. Daarom moet ook de toegevoegde waarde per eenheid arbeid en per eenheid kapitaal omhoog.

Tijdens de periode 2000-2018 lag de groeivoet van de arbeidsproductiviteit van de Belgische economie weliswaar boven die van de eurozone, maar lager dan die van de voornaamste buurlanden. De groei vertraagde sterk de afgelopen 20 jaar. Het aandeel van de dienstensector in de economische groei steeg sterk, terwijl de productiviteit sterk groeide in de maakindustrie, waar schaalvoordelen eenvoudiger te realiseren zijn. Tenslotte is er een geringe innovatie-intensiteit in de openbare sector, waar de efficiëntie duidelijk nog versterkt kan worden.

Nachtarbeid

De productiviteit wordt uiteraard voor een groot stuk ook bepaald door wetgeving. Onze wet op de nachtarbeid bijvoorbeeld bepaalt dat nachtwerk al start vanaf 20 uur, in plaats van om middernacht zoals in de buurlanden. Dat is een competitief nadeel. Onze noorderburen maakten daar dankbaar gebruik van door distributiecentra dicht bij de Belgische grens te bouwen, waardoor we blijven achterop hinken in de e-commerce. Waarom niet eindelijk een gedeelte van de opzegvergoedingen omvormen tot opleidingsbudget dat gericht is op toekomstgerichte tewerkstelling, zoals al lang aangekaart wordt in de Nationale Arbeidsraad?

De impact van een relancebeleid is maar maximaal indien particulieren door een herwonnen vertrouwen in de toekomst ook worden gestimuleerd om hun geld niet te parkeren op spaarboekjes .

Een extra factor is het gebrek aan mobilisatie van particulier kapitaal. De spaarquote is nog nooit zo hoog geweest. De inkomens bleven weliswaar behouden, maar lockdowns en angst voor een onzekere toekomst en verandering fnuikten de consumptie. De impact van een relancebeleid is maar maximaal indien particulieren door een herwonnen vertrouwen in de toekomst ook worden gestimuleerd om hun geld niet te parkeren op spaarboekjes, maar om daadwerkelijk mee te investeren in de relance. Bijvoorbeeld via de uitgifte van groene OLO’s, de aanmoediging van de bouw, een gemoderniseerde versie van de wet Cooreman-De Clercq en een (al dan niet tijdelijk) verlaagde roerende voorheffing.

Speerpunten

Als we een krachtig relancebeleid op de rails willen zetten, moeten we dus niet alleen investeren, maar ook hervormen. We moeten ons richten op onze economische speerpunten, want de middelen zijn schaars en we kunnen als klein land onmogelijk op alle fronten een wereldspeler zijn. Dat betekent doordachte keuzes maken. Laten we ons focussen op die projecten die energietransitie versnellen en waarvan de verschillende deelstaten de expertise in huis hebben om gezamenlijk impact te hebben.

Laten we ook starten met het hervormen van de arbeidsmarkt. Toekomstgerichte jobs creëren en ook maken dat ze ingevuld kunnen worden. Als de sociale partners de impact van het overlegmodel in de toekomst willen behouden, moeten ze nu over hun eigen schaduw heen durven te stappen. Enkel door verantwoordelijk leiderschap en doordachte keuzes en actie vinden we een uitweg uit deze ongeziene crisis.

Christian Leysen & Kathleen Verhelst

Ondernemers en volksvertegenwoordigers Open VLD

Lees verder

Gesponsorde inhoud