opinie

Reputatieschade beste afschrikking tegen handel met voorkennis

KPN heeft allicht moeten besluiten dat de benoeming van Dominique Leroy tot CEO vanuit goede corporate governance niet meer mogelijk is. Als beursgenoteerde vennootschappen onbesproken bestuurders niet meer kunnen of willen benoemen, dan is de reputatieschade allicht het beste middel tegen handel met voorkennis.

Door Peter-Jan Engelen. Hij doceert corporate finance aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Utrecht en doet onderzoek naar reputatieschade en naar handel met voorkennis

Breaking news op de laatste dag van september: KPN trekt de benoeming van Dominique Leroy tot CEO in. Eerder deze maand maakt Leroy haar overstap bekend van Proximus naar haar Nederlandse sectorgenoot KPN. Dat was op zich al boeiend nieuws. Het werd nog spectaculairder toen bleek dat de CEO van Proximus intussen een aandelenpakket ter waarde van 285.000 euro verkocht had. Gezien de timing van de transactie startte de toezichthouder FSMA een onderzoek op 6 september.

©rv

 De hamvraag is of Leroy wel mocht verkopen zolang het nieuws van haar overstap niet bekend was. Het vertrek van de CEO van een beursgenoteerd bedrijf is immers potentieel koersgevoelige informatie. Het doet er niet toe of markten ook effectief reageren. Soms is de koersreactie negatief, soms positief, soms is er geen reactie. In dit geval zakte de koers meer dan twee procent. Punt blijft dat dergelijk nieuws potentieel de koersen kan bewegen en dat insiders dan niet mogen handelen. Ik spreek mij hier verder niet uit over het concrete geval.

Feit is dat het nieuws meteen ongunstig onthaald werd in Nederland. Zo stelde beleggersvereniging VEB kritische vragen over het beoordelingsvermogen van Leroy en wilde ze de benoeming al uitstellen. De storm ging niet liggen toen ook een gerechtelijk onderzoek werd opgestart op 19 september. Allicht heeft de zichtbaarheid van de CEO van een overheidsbedrijf en het gemakkelijke karakter van de zaak meegespeeld in de beslissing om een gerechtelijk onderzoek op te starten. Hoewel vele commentatoren in België hier redelijk licht over gingen en veelal suggesties van een complottheorie opperden, werd dit in Nederland veel serieuzer opgepikt.

Straffeloosheid

Vervolgt het parket eindelijk eens een zaak van insider trading, weer niet goed. Hiermee raken we meteen aan het pijnpunt van de strijd tegen handel met voorkennis. Sinds dergelijke transacties strafbaar zijn in België, kan je niet echt spreken van een overtuigende track record. In de jaren negentig had de vervolging uitsluitend een strafrechtelijk karakter: van de 268 onderzoeken werden er 50 doorverwezen naar het parket. Dit leidde tot 3 vervolgingen en uiteindelijk tot een veroordeling. Eigenlijk heerst complete straffeloosheid.

Hoewel de FMSA de laatste jaren een betere track record heeft, blijft de pakkans erg laag

Sinds 2004 bestaat daarnaast ook de mogelijkheid tot administratieve sancties door de toezichthoudende marktautoriteit. Hierdoor is de vervolging iets verbeterd. Zo werden er tussen 2003 en 2010 drie administratieve sancties opgelegd. Over de laatste zes jaren werden er zelfs 4 minnelijke schikkingen (inclusief boetes) en 10 administratieve sancties getroffen. Hoewel de FMSA de laatste jaren dus een betere track record heeft, blijft de pakkans erg laag. Daarom heeft de vervolging van handel met voorkennis op dit moment allicht een laag afschrikkend effect.

Nochtans bestaat er een sanctiemiddel dat wel afschrikwekkend kan werken. Een van de elementen van dergelijke sancties is immers de publicatie van de veroordeling, vaak zelfs nominatief. Dat betekent concreet dat de insider met naam en toenaam vermeld wordt, wat potentieel een grote impact kan hebben op de reputatie van deze persoon. Ook in de zaak-Leroy speelde dit meteen. Haar onzorgvuldige transactie heeft meteen haar reputatie aangetast en haar nu zelfs haar benoeming bij KPN gekost.

Naming and shaming

Precies die naming and shaming ligt blijkbaar erg gevoelig. Vaak gaan insiders in beroep tegen hun administratieve veroordeling door de FMSA. In ongeveer 40% van de gevallen zelfs met succes en alsnog leidend tot de vrijspraak. Maar zelfs als de veroordeling gehandhaafd blijft, dan weerhoudt de rechter vaak niet de nominatieve bekendmaking. Zo oordeelde het Hof in verschillende zaken dat dergelijke naming and shaming een ernstig en onredelijk nadeel dreigt te berokkenen aan de professionele carrière van de insider.

Hieruit mag je besluiten dat reputatieschade wel degelijk kan werken. Laat nu precies dat sanctie-element waarvan er enig afschrikwekkend effect uitgaat, vaak wegvallen. Het lijkt me zinvol dat de toezichthouder en de wetgever precies op dit middel zouden inzetten in hun strijd tegen handel met voorkennis.

Meer nog, men mag zelfs verwachten dat  beursgenoteerde vennootschappen vanuit de optiek van behoorlijk bestuur moeten nagaan of de CEO of potentiele bestuurders wel van onbesproken gedrag zijn. Je ziet dat er meer en meer aandacht gaat naar een degelijke afweging van de kwaliteiten van bestuurders vanuit het oogpunt van professionaliteit, diversiteit en integriteit. Behoorlijk bestuur vereist dat soort zorgvuldige afweging vooraleer tot benoeming over te gaan.

Lees verder

Gesponsorde inhoud