opinie

Sloop de pendelmuren tussen Wallonië en Vlaanderen

De pendelmuren tussen de Vlaamse en de Waalse arbeidsmarkt zijn huizenhoog. Dat is na zes staatshervormingen nog altijd vooral de schuld van de federale overheid.

De Belgische gewestregeringen zijn eindelijk gevormd. Arbeidsmarkt is een gewestbevoegdheid en alle gewestregeringen hebben nogmaals plechtig beloofd de overal vrij lage werkzaamheid te verhogen. Met een ‘pacte d’excellence’ voor haar onderwijs wil ook de Franse Gemeenschap haar steentje bijdragen. Dat voornemen is terecht. Het is schrijnend dat de lange lijst van knelpuntberoepen - lees: maatschappelijke noden - in België gepaard gaat met een werkzaamheid van slechts zo’n 64 procent.

©rv

Even schrijnend is dat Wallonië voor het verhogen van zijn hardnekkig veel lagere werkzaamheid - bijna 60 procent tegenover bijna 70 procent in Vlaanderen- nog altijd niet resoluut richting Vlaanderen kijkt. Terwijl in Wallonië werknemers wachten op werkgevers, wachten in Vlaanderen werkgevers op werknemers. Onder de 2.350.000 werknemers die in 2016 in Vlaanderen aan de slag waren, waren er 51.000 (2%) pendelaars uit Wallonië.

Een anekdote is dat er al jaren dubbel zoveel pendel naar West-Vlaanderen is vanuit Frankrijk (12.000) dan vanuit Henegouwen (6.000). Daardoor grenst Belgiës werkzaamste provincie, West-Vlaanderen (71%), aan de minst werkzame, Henegouwen (56%). Uit Oost-Vlaanderen (69% werkzaamheid) vinden liefst 24.000 inwoners het de moeite naar West-Vlaanderen te pendelen.

Andere tv-programma’s

De Belgische taalgrens blijkt een joekel van een pendelgrens, zelfs voor Henegouwers die vlak bij Kortrijk wonen. Ook cultureel liggen Vlaanderen en Wallonië mijlenver van elkaar. Ook Vlamingen zouden niet graag collega’s hebben die tijdens de koffiepauze in een andere taal over wildvreemde tv-programma’s kletsen.

Los van taalkundige en culturele redenen zijn er minstens drie vormen van falend federaal beleid die een Berlijnse muur optrekken voor Walen die naar Vlaanderen zouden kunnen pendelen.

Het is schrijnend dat Wallonië voor het verhogen van zijn hardnekkig veel lagere werkzaamheid nog altijd niet resoluut richting Vlaanderen kijkt.

De eerste pendelmuur is de loonvorming. Die is in België centraal, en dus hetzelfde voor bedrijven in Wallonië en Vlaanderen. De lonen die werkgevers in het door lagere productiviteit geplaagde Wallonië moeten betalen, zijn daardoor zo hoog dat ze het vaak vertikken meer werknemers aan te werven. Tegelijk blijven veel Waalse werklozen door die hoge lonen hopen op een Waalse job. Ze verkiezen de hoop boven de stress- en cultuurkosten van het gependel naar het productievere Vlaanderen.

De tweede pendelmuur tussen Wallonië en Vlaanderen zijn de federale personenbelasting en de federale sociale zekerheid. Die herverdelen nog altijd sterk tussen werkenden en niet-werkenden, ondanks de recente federale taxshift. Ook die herverdeling beloont werkloos blijven in Wallonië tegenover werkzaam worden in Vlaanderen.

Een derde pendelmuur is de werkloosheidsuitkering. De federale overheid heeft een 'chômeur’ in Wallonië altijd dezelfde uitkering gegeven als een werkloze in Vlaanderen. Nochtans is een appartement in Wallonië gemiddeld 25 procent goedkoper dan in Vlaanderen. De grote geografische verschillen in levensduurte in ons land zijn een argument om de federale uitkeringen - en de federale belastingen - aan de lokale levensduurte te koppelen. Dat zou lagere belastingen impliceren voor de Waal die zich in een drukke Zuid-West-Vlaamse kmo komt uitsloven in een andere taal, en lagere uitkeringen voor de Waal die in zijn gemoedelijke en goedkope Wallonië wacht op een job.

Welvaartscreatie

Dat de Vlaamse vraag naar en het Waalse aanbod van arbeidskrachten elkaar maar niet ontmoeten, doet het Belgisch bruto binnenlands product elke dag pijn. Nijvere Vlaamse werkgevers missen Waalse arbeidskrachten. En die werkgevers en hun Vlaamse arbeidskrachten dragen torenhoge belastingen - en een hoge werkdruk - om onder meer die gemiste Waalse arbeidskrachten over de taalgrens een uitkering te verschaffen.

Dat de Vlaamse vraag naar en het Waalse aanbod van arbeidskrachten elkaar maar niet ontmoeten, doet het Belgisch bruto binnenlands product elke dag pijn.

Idealisten berekenden even nijver de transferts die de federale overheid jaarlijks versluist uit het hardwerkende en lelijke Vlaanderen naar het schattige Wallonië. Maar de gemiste welvaartscreatie in Vlaanderen die achter die transferts schuilt, heeft nog niemand berekend. Dat geldt ook voor de welzijnskosten als gevolg van stressvol werk. Nochtans vormen ze de echte schade die de transferts aanrichten. Welvaartscreatie is nodig om ook de volgende generaties - de Vlaamse én de Waalse - een goede sociale zekerheid te geven.

Mensen met een slecht karakter denken dat het behoud van de drie systeemfouten bedoeld is door de Waalse politici. Politici zijn verkozen om herverkozen te worden, en dus om vormen van korte pijn te vermijden. Ook van Waalse politici kan je niet verwachten dat ze de tak afzagen waarop ze zitten. Bovendien is het federale niveau zo confederaal georganiseerd dat een Franstalige regeringspartij niet eens met de vingers hoeft te knippen om de systeemfouten te behouden.

Anders gezegd: zelfs als de gewestregeringen zich nog maar eens ontroerend hard voornemen hun werkzaamheidsgraad te verhogen, en zelfs als we binnen een paar maanden eindelijk een nieuwe federale regering hebben, blijven de systeemfouten bestaan. Het confederalisme is dus een vierde federale systeemfout. Op naar een zevende staatshervorming dan maar, met als inzet de echte regionalisering van het arbeidsmarktbeleid, de belasting op arbeid en de sociale zekerheid? Momentje, daarvoor is natuurlijk de goedkeuring van de Waalse politici nodig.

Lees verder

Tijd Connect