opinie

Splitsing gezondheidszorg dient patiënt niet

Bij een hervorming van de gezondheidszorg moet de patiënt centraal staan. De federale overheid is de meest aangewezen overheid om de volledige verantwoordelijkheid voor gezondheidszorg op te nemen.

De coronacrisis leert ons dat de organisatie van de gezondheidszorg hopeloos versnipperd is. Dat staat een efficiënt en krachtdadig beleid in de weg. Wij staan achter het principe van de homogenisering van bevoegdheidspakketten, maar dat kan in twee richtingen. Herfederaliseren in plaats van verder splitsen is voor de sociale zekerheid logischer, want die is voor 80 procent federaal. Uitgedrukt in termen van budget geldt dat ook voor de gezondheidszorg op zich.  

De gezondheidszorg hangt bovendien sterk samen met de arbeidsongeschiktheidsverzekering. De arts die aan zijn patiënt een geneesmiddel voorschrijft, schrijft dikwijls ook een attest van arbeidsongeschiktheid uit. Is het dan logisch gezondheidszorg en arbeidsongeschiktheidsverzekering op verschillende niveaus te leggen?

Een splitsing kan leiden tot een verschil in prijs van geneesmiddelen en van behandelingen bij geconventioneerde artsen.

De federale interpersoonlijke solidariteit moeten we behouden. Het argument van de transfers is bedenkelijk. De transfers vloeien in werkelijkheid niet van Vlaanderen naar Wallonië, maar wel bijvoorbeeld van rijke naar arme gezinnen, en van gezonden naar zieken. Transfers zijn het wezen zelf van de sociale zekerheid. Ze garanderen het gelijkheidsbeginsel. Elke arbeidsongeschikte Belg heeft recht op een uitkering, begroot volgens uniforme maatstaven. De gezondheidszorg splitsen betekent dat men de toepassing van het gelijkheidsbeginsel verlaat. Een splitsing kan leiden tot een verschil in prijs van geneesmiddelen en van behandelingen bij geconventioneerde artsen.

Financiering

Het compromis om het gezondheidsbeleid te splitsen en de financiering federaal te houden is wankel. Efficiëntie vereist dat het niveau dat instaat voor de financiering ook het niveau is dat instaat voor de besteding. Het is aartsmoeilijk objectieve criteria vast te leggen voor de verdeling van de dotatie van de federale overheid aan de deelgebieden. Nationalistisch ingestelde Vlaamse politici hebben het moeilijk met de federale financiering, vooral gelet op de grotere noden in Wallonië. Maar ook zij moeten beseffen dat de Vlamingen na de splitsing geen impact meer  hebben op het beleid in Franstalig België.

Weerklinkt dan al niet snel de roep om ook de financiering te splitsen, omdat men meent dat Vlaanderen niet mee moet betalen voor wat men dan allicht het Franstalig wanbeleid zal noemen? Een splitsing van het gezondheidsbeleid dreigt zo uiteindelijk ook de federale solidariteit te ondergraven.

Er zijn natuurlijk verschillen tussen Vlamingen en Walen. Maar ook in Vlaanderen zijn er verschillen.

Een splitsing van de financiering zou het aantal leden dat de gezondheidskosten mee helpt dragen bijna halveren. Terwijl de draagkracht van een zorgverzekering proportioneel is aan het aantal leden van de maatschappij dat van dat systeem wenst te genieten. Ook in de sociale zekerheid heeft men er belang bij te streven naar een zo groot mogelijk aantal bijdragebetalers omwille van risicospreiding.

Er zijn natuurlijk verschillen tussen Vlamingen en Walen. Maar ook in Vlaanderen zijn er verschillen. De verschillende noden per regio zijn te relativeren. Ziektes trekken zich weinig aan van verschillen in taal of cultuur. Het klopt zeker dat de sociale context mee de impact van een chronische aandoening op het leven van de patiënt bepaalt. De impact van chronische artritis is voor een rijke patiënt anders dan voor een arme. Maar tussen twee armen die toevallig een andere taal spreken, is dat verschil te klein om een splitsing te verantwoorden.

Dichter bij de burger

Dat men in Wallonië sneller kiest voor het ziekenhuis dan voor de huisarts, is evenmin een argument. Men kan evengoed de zaak omdraaien: als wetenschappelijk is aangetoond dat de Vlaamse visie op eerstelijnsgezondheidszorg de beste is, waarom mogen de Franstalige patiënten daar dan niet mee van genieten?

Het debacle rond de uitreiking van RIZIV-nummers voor artsen is voor velen een bijkomend argument voor splitsing: quota werden federaal vastgelegd, maar de instroom werd regionaal georganiseerd. De bezwaren over een lakse Franstalige houding inzake die instroom waren terecht. Maar de partijen die hierachter zaten, hoefden geen schrik te hebben voor stemmenverlies. Ze moesten geen verantwoording aan de Vlaamse kiezer afleggen.  

De stelling dat gemeenschappen of gewesten dichter bij de burger staan, stoelt niet op wetenschappelijke, maar op louter politieke argumenten.

Als er wetenschappelijke argumenten zijn om het gezondheidsbeleid zo dicht mogelijk bij de burger te organiseren, moet men dat doen. Maar daarmee wordt dan wel bedoeld: in wijken, dorpen, steden, provincies. De stelling dat gemeenschappen of gewesten dichter bij de burger staan, stoelt niet op wetenschappelijke, maar op louter politieke argumenten. De federale overheid staat even dicht of even ver van de burger als het gewest of de gemeenschap. De gezondheidszorg wordt lokaal uitgevoerd en globaal bedacht (de zogenaamde ‘glokalisering’). Daarom precies moet een herfederalisering gepaard gaan met een permanente uitwisseling en delegatie van uitvoerende bevoegdheden aan het lokaal en provinciaal niveau.    

In elk geval dienen bij een hervorming van de gezondheidszorg de 11,5 miljoen Belgische potentiële patiënten centraal te staan. Corona leerde ons dat versnippering een handicap is. Het is vreemd om dan uitgerekend nu te pleiten voor nog meer versnippering. Dat zelfs de voorstanders van een splitsing de bal tijdens de pandemie in het kamp van de federale overheid legden, is een erkenning van het feit dat die de meest aangewezen overheid is om de volledige verantwoordelijkheid voor gezondheidszorg op te nemen, ook in normale omstandigheden.

Door dr. Emmanuel André (microbioloog, voormalig interfederaal woordvoerder Nationaal Crisiscentrum) Jan-Piet Bauwens (BBTK, federaal secretaris social profit), dr. Jacques Brotchi (neurochirurg, prof. em. ULB, erevoorzitter Senaat), dr. Yves Coppieters (prof. ULB), dr. Ben De Brucker (voorzitter Symposium Medische Wereld), Christian Deneve (eredirecteur-generaal FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg), dr. Harrie Dewitte (gepensioneerd huisarts GVHV, coördinator coronateam regio Genk), Henri Eisendrath (prof. em. VUB), dr. Walter Foulon (prof. em. VUB), dr. Reginald Moreels (oud-minister, oud-senator, humanitair arts), Mark Selleslach (ACV-Puls, algemeen coördinator non-profit), Maxime Stroobant (prof. em. VUB, jurist, oud-senator), dr. Marleen Temmerman (prof. em. UGent, oud-senator, lid directiecomité UZ Gent), Gert Van Hees (ACLVB, sectorverantwoordelijke non-profit), Marc Van Molle (prof. VUB), dr. Marc Van Ranst (viroloog, prof. KU Leuven), Mieke Vogels (voormalig Vlaams minister Welzijn en Gezondheid, oud-senator), dr. Nini Vrijens (prof. dr. em. medische geografie VUB), dr. Tom Zwaenepoel (reumatoloog, directielid B Plus).

Voor een meer uitgebreide tekst zie www.bplus.be

Volg de reeks 'Lessen uit de coronacrisis voor onze zorg' in de krant en op tijd.be

  • Zaterdag 20 juni: 'Hoe we de helden van de zorg (en onszelf) kunnen redden
  • Dinsdag 23 juni: De versnippering in de zorg
  • Woensdag 24 juni: Hoe de rusthuizen robuuster maken?
  • Donderdag 25 juni: Kies voluit voor tech en innovatie
  • Vrijdag 26 juni: Verhoog de samenwerking en de efficiëntie
  • Zaterdag 27 juni: Hoe kan het beter? Dubbelinterview met Inge Vervotte, ex-CD&V-minister van Volksgezondheid en voorzitter van de zorggroep Emmaüs, en Pedro Facon, de topman van de FOD Volksgezondheid.

 



Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud