opinie

Stel de beleveniseconomie centraal

De overheid moet selectiever zijn in de steun aan sectoren en bedrijven. Ze moet de economische én maatschappelijke waarde naar de toekomst verdisconteren. De bedrijven in de beleveniseconomie staan daar garant voor.

De luchtvaart, het toerisme, de horeca en de wereld van sport, cultuur en evenementen lopen de grootste averij op in de coronacrisis. Zij hebben gemeen dat ze de kern vormen van de  beleveniseconomie. Het virus raakt zo ook de slagader van onze moderne cultuur en manier van samenleven.

©rv

Het was een klein berichtje in de krant vorige week: de regering van Québec snelt het noodlijdende Cirque du Soleil te hulp met 200 miljoen dollar, nadat alle shows al waren afgeblazen en 95 procent van de medewerkers tijdelijk werkloos waren geworden. Cirque du Soleil was de voorbije kwarteeuw uitgegroeid tot een wereldwijd succesverhaal en een van de emanaties van de beleveniseconomie.

Aan het einde van de twintigste eeuw kwam een beleving of ervaring centraal te staan in de economie, eerder dan een tastbaar product of dienst. Het was een logische ontwikkeling in de waardeketen: de transformatie van een industriële samenleving naar een diensten- en tenslotte beleveniseconomie. Die floreerde op het snijpunt van economische groei, een globaliserende wereld en de toenemende behoefte van consumenten, jong en oud, aan immateriële producten. De koffie die je koopt in de supermarkt is een artikel op het boodschappenlijstje en een product, terwijl het kopje koffie op een zonovergoten terras op het San Marco plein in Venetië van die koffie een unieke belevenis maakt.

Gedeelde, collectieve ervaringen waren de ultieme ervaringen. En toen sloeg het coronavirus toe.

In vele maatschappelijke domeinen maakte de beleveniseconomie school. Van Nike Town en Apple Store in retail, over de opmars van B&B's en Koning Aap in het toerisme, tot Tomorrowland en Guggenheim in de wereld van moderne kunst en populair entertainment. Van klein tot groot, van lokaal tot globaal, van stad tot platteland, van harde business tot social profit, de belevenissen waren de sleutel op de deur voor succes en groei. Want de beleveniseconomie steunde op een ijzersterk zakelijk model: consumenten bleken graag bereid een premiumprijs te betalen voor een unieke, exclusieve, op maat versneden belevenis. Bovendien bleek de beleveniseconomie bijzonder crisisbestendig na de bankencrisis van 2008.

Metamorfose

Hele wijken - het Zuid in Antwerpen, de Lamot-site in Mechelen - en hele steden - Barcelona, Amsterdam - ondergingen ten goede of ten kwade een metamorfose door de booming trend van belevenissen. De beleveniseconomie speelde handig in op de universele drijfveer van binding of de idee dat mensen sociale dieren zijn en nood hebben aan contacten en verbondenheid. Gedeelde, collectieve ervaringen waren de ultieme ervaringen. En dan sloeg het coronavirus toe, ging de wereld op slot en moest iedereen in zijn kot. Exit belevenissen. De rest is geschiedenis.

Dat de coronacrisis de beleveniseconomie ongemeen hard treft, is in de eerste plaats een economisch en sociaal drama voor de eigenaars van getroffen bedrijven of spektakels. Maar het is ook een drama voor de vele, vaker laaggeschoolde mensen die in die sector aan het werk waren. En de crisis treft ook onze moderne cultuur en manier van samenleven in het hart, ook in Vlaanderen. Als er iets is dat onze cultuur en eigenheid kenmerkt, zijn het gedeelde belevenissen. Van de Breugeliaanse kermissen tot de heroïek van de Ronde van Vlaanderen. We zijn een bourgondisch terrasjesvolk. Vlaanderen is één grote belevenis.

Een beleveniseconomie van 50 of zelfs 90 procent is op termijn niet leefbaar. Sommige uitbaters van cafés en restaurants hebben dat al begrepen.

Naar de impact van de crisis op de langere termijn is het gissen. Velen zullen ze niet overleven. Een kwart van de horecazaken flirt met een faillissement. Andere zijn volop bezig zich aan te passen aan het nieuwe normaal. Van een jazzfestival in Flagey met een lege zaal en livestreaming afgelopen weekend, tot social distancing in Plopsaland en op vele andere plaatsen. Belevenissen worden wellicht beslotener, exclusiever en soms ook duurder.

Een beleveniseconomie van 50 of zelfs 90 procent is op termijn niet leefbaar. Sommige uitbaters van cafés en restaurants hebben dat begrepen en blijven straks gesloten. Schaalvergroting lijkt voor velen onafwendbaar. Wie de diepste zakken heeft en een oorlogskas heeft aangelegd, kan straks op overnamepad. Omdat de beleveniseconomie ook het kloppend hart is van onze moderne samenleving dringt - tijdelijke - steun van de overheid zich op. De beleveniseconomie is een zeer strategische sector, voor economie én samenleving. Want belevenissen maken ons tot wie we zijn, of niet zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud