opinie

Stemplicht, een les in politieke spitshypocrisie

Oud-journalist van De Tijd

De Belgische kiezers zijn op straffe van boete verplicht aan de stemming deel te nemen, maar de overheid verkondigt dat kiezers die afwezig zijn niet vervolgd en dus ook niet gestraft worden. Kan het nog hypocrieter, schrijft Mark Deweerdt.

‘Het klinkt een beetje als een tsjevenstreek’, zei Benjamin Dalle (CD&V), de Vlaamse minister van (onder meer) Jeugd, vorige week in het Vlaams Parlement, in zijn oordeel over de aankondiging dat jongeren die op 9 juni hun stemplicht verzuimen niet gestraft worden. Zo ver durven wij niet te gaan. Wij houden het bij hypocrisie.

  • De auteur
    Mark Deweerdt is oud-journalist van De Tijd.
  • De kwestie
    Kiezers zijn verplicht aan de stemming deel te nemen, maar de overheid verkondigt dat wie afwezig is niet vervolgd en dus ook niet gestraft wordt.
  • De conclusie
    Is het niet hoog tijd om wat in feite afgeschaft is, ook in rechte af te schaffen?

Kan het nog hypocrieter? De Belgische kiezers zijn op straffe van boete verplicht aan de stemming deel te nemen, maar de overheid verkondigt dat kiezers die afwezig zijn niet vervolgd en dus ook niet gestraft worden. Overigens siert het Dalle dat hij duidelijk maakte met die ‘tsjevenstreek’ niet akkoord te gaan: ‘Ik ben persoonlijk wel voorstander van het uitvoeren van regels als die er zijn.’

Laten we eerst een puntje op de i zetten, want de communicatie en berichtgeving over de ‘beslissing van het federale kernkabinet’ was nogal slordig.

Het kernkabinet kan (uiteraard) niet beslissen titel VI van het Kieswetboek, ‘Sanctie op de stemplicht’, buiten werking te stellen. Het kon wel kijken hoe de Vivaldi-coalitie zich uit de nesten kon werken waarin ze zich gestoken heeft door zich bij de toekenning van ‘facultatief’ kiesrecht aan minderjarigen twee keer aan de steen van het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel te stoten.

Afgesproken is dat minister van Justitie Paul Van Tigchelt (Open VLD) het college van procureurs-generaal zal vragen de praktijk van wat we gemakshalve de straffeloosheid van stemplichtverzuim noemen, ook op de 16- en 17-jarige kiezers toe te passen.

Er is dus niets nieuws onder de Belgische zon. Of misschien toch. Omdat het 25 jaar geleden is dat de laatste Belgen die hun stemplicht niet vervulden vervolgd werden, kunnen we de institutionalisering van de feitelijke afschaffing van de stem- of opkomstplicht afkondigen en vieren. Voortaan is het officieel: de stemplicht is een fictie, is om te lachen.

Van de 693.449 kiezers die bij de ‘dioxineverkiezingen’ van 13 juni 1999 niet opdaagden, zijn er welgeteld 322 (0,046%) vervolgd; van 1.147 anderen is de zaak geseponeerd. Hoeveel van die 322 voor de politierechter zijn verschenen en een straf kregen, wist de toenmalige liberale minister van Justitie Marc Verwilghen een jaar na de verkiezingen niet te zeggen, en we weten het nog altijd niet.

Voortaan is het officieel: de stemplicht is een fictie, is om te lachen.

Uit Verwilghens antwoord op een parlementaire vraag van zijn partijgenoot Vincent Van Quickenborne leren we wel dat in 1999 - en in feite al veel vroeger - met de regelgeving een rechtsstatelijk loopje werd genomen. Er waren parketten die beslist hadden afwezige kiezers van 65 jaar en ouder niet te vervolgen. Er waren voorzitters van stembureaus die de namen van afwezige kiezers niet aan de vrederechter hadden doorgegeven. Er waren vrederechters die hun verzamelstaat van afwezige kiezers niet aan het parket hadden bezorgd.

De cijfers over de verkiezingen van 1999 zijn de laatste die (ons) bekend zijn.

Geen prioriteit

De procureur van Brugge, Jean-Marie Berkvens, klapte op 7 juni 2009 in Het Nieuwsblad uit de biecht: ‘Afwezige kiezers vervolgen doen we al jaren niet meer. En dat is niet alleen in Brugge zo, maar in heel het land.’

Begin 2010 kon minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) in zijn antwoord op parlementaire vragen alleen bevestigen dat ‘bij de vorige verkiezingen voor het federale parlement de vervolgingen inzake afwezige kiezers geen prioriteit vormden in het kader van het algemeen vervolgingsbeleid van de parketten’. Inderdaad: sinds de verkiezingen van 2003 is geen enkele stemplichtverzuimende Belg meer vervolgd.

Wat oorspronkelijk een officieuze afspraak was onder de procureurs, is sinds 4 oktober 2018 officieel. Die dag besliste het college van procureurs-generaal ‘ten aanzien van de kiezers die zonder geldige reden niet opdagen (…) de geringste vervolgingsgraad toe te kennen’. In mensentaal: afwezige kiezers worden niet vervolgd - en wie niet vervolgd wordt, kan niet gestraft worden.

Binnenkort komt er dus een nieuwe omzendbrief waarin het college zijn richtlijn, die bindend is voor alle procureurs, zal bevestigen. En wellicht zal verduidelijken dat ze - vanzelfsprekend - ook geldt voor de minderjarige kiezers. Die krijgen meteen hun eerste les in politieke spitshypocrisie: de stemming is wettelijk verplicht, maar feitelijk afgeschaft.

Is het niet hoog tijd om wat in feite afgeschaft is, ook in rechte af te schaffen?

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.