opinie

Sterkere, duurzame economische groei belangrijker dan hogere productiviteit

België is nog steeds erg productief, maar het groeiritme van de arbeidsproductiviteit is de voorbije twee decennia duidelijk vertraagd, zegt de OESO. Maar in welke mate is arbeidsproductiviteit de meest relevante beleidsdoelstelling, in de wetenschap dat je met een zwakke economische groei en een daling van de tewerkstelling ook een fikse stijging van die arbeidsproductiviteit bekomt?

Macro-economisch wordt de groei van de arbeidsproductiviteit (Q/E) bekomen als het verschil tussen de groei van het reële bbp (Q) en de groei van de werkgelegenheid (E). Zo was de economische groei in ons land de voorbije jaren aan de lage kant, maar was die tegelijk wel erg arbeidsintensief (E/Q). De tewerkstelling in de private sector steeg in de loop van 2018 zelfs bijna even snel als de economische groei, wat zeer uitzonderlijk is. Dat was ongetwijfeld in hoge mate te danken aan de maatregelen van de federale regering tot beheersing van de loonkostenontwikkeling (indexsprong, taxshift, hervorming Wet ‘96). Zo blijkt uit een studie van de KU Leuven dat meer dan de helft van de jobs die in de private sector gecreëerd werden, er kwamen door het gecumuleerd effect van die drie maatregelen.

©Photo News

Die evolutie staat mathematisch echter gelijk aan een daling van de groei van de arbeidsproductiviteit. Maar in het licht van de nog steeds erg lage werkgelegenheidsgraad in België, kunnen we bezwaarlijk zeggen dat de sterke arbeidsintensiteit van de groei in de voorbije jaren een slechte zaak was. Wel integendeel: een duurzame en inclusieve groei is er precies één met een relatief hoge arbeidsintensiteit.

Ik pleit voor een sterkere en duurzamere economische groei die gepaard gaat met een stijgende werkzaamheidsgraad en niet enkel berust op ‘perverse’ of 'extreem arbeidsbesparende’ productiviteitswinsten

Als we de productiviteit willen aanzwengelen, moeten we in de eerste plaats dan ook werk maken van een versterking van de economische groei, die zich dan ook best vertaalt in een sterke groei van de private tewerkstelling. Ik veronderstel dat we immers niet terug willen naar situaties uit het verleden. Toen sloten hoge investeringen in extreem arbeidsbesparende machineparken, ingegeven door hoge loonkosten, de minst productieve werknemers systematisch uit van de arbeidsmarkt. Enkel de meest productieve bleven over, wat onze hoge gemiddelde productiviteit mee verklaart. Ik verkies gematigde loonkostenontwikkelingen die samengaan met hoge investeringen in innovatie, wat op termijn zal leiden tot meer groei én meer jobs.

De vraag is vervolgens hoe we die economische groei opnieuw kunnen opkrikken. Ons groeitempo deed het de jongste jaren niet goed omwille van de olifant in de kamer: onder druk staande prestaties in de binnenlandse sectoren van de handel, de horeca en het transport, die bijna 20% van onze economie uitmaken. Dat ligt voor een deel aan de terroristische aanslagen in Parijs en Brussel en hun impact op handel en toerisme, maar ook aan de rigide arbeidstijdregeling voor avond- en weekendwerk.

E-commerce

Dat laatste element heeft het onze distributiebedrijven bijna onmogelijk gemaakt om mee te genieten van de sterke groei van de e-commerce. Het gros van die grote logistieke e-commerceplatformen heeft zich immers net rond onze landsgrenzen gevestigd. We zijn dus nog steeds een interessante markt en vestigingsplaats, maar de arbeidsmarktvoorwaarden in ons land (loonkost, arbeidstijdenregelingen) zijn dusdanig dat die nieuwe e-commerceactiviteiten vrijwel allemaal net over onze grenzen neerstrijken.

De regeringen die federaal en regionaal gevormd worden, zullen niet om deze recepten heen kunnen, of ze nu van linkse, rechtse of centrumsignatuur zijn

Ik pleit dan ook voor een sterkere en duurzamere economische groei die gepaard gaat met een stijgende werkzaamheidsgraad en niet enkel berust op ‘perverse’ of ‘extreem arbeidsbesparende’ productiviteitswinsten. Daarvoor moeten we op verschillende  sporen tegelijkertijd werken. De fiscale en parafiscale lasten op arbeid moeten verder verlagen zodat de vraag naar arbeidskrachten sterk blijft. Er moet een cultuur van levenslang leren komen die de competenties van alle potentiële werkenden beter afstemt op die arbeidsvraag. En we hebben nood aan een flexibelere arbeidsmarkt zodat bedrijven de opportuniteiten van een snel veranderende, digitaliserende en vergroenende economie ook echt kunnen grijpen.

Ook een begrotingstekort van 1% van het bbp kan, als het maar dient om productieve investeringen - overheidsinvesteringen in domeinen waarvan de toekomstige maatschappelijke opbrengst groter is dan de initiële investeringskost - mee te financieren op het vlak van mobiliteit of energietransitie.

De regeringen die federaal en regionaal gevormd worden, zullen niet om deze recepten heen kunnen, of ze nu van linkse, rechtse of centrumsignatuur zijn.

Lees verder

Tijd Connect