opinie

Sterkere productiviteitsgroei is wat er echt toe doet

Productiviteitsgroei is met ruime voorsprong de belangrijkste determinant van onze toekomstige welvaart, schrijven 64 Belgische economen. Dat zou de prioriteit moeten zijn voor de volgende regeringen op alle niveaus. Die moeten vooral werk maken van een brede productiviteitsagenda.

Bij de verkiezingscampagne hoort de gebruikelijke waslijst aan beloftes: minder lang werken, arbeidsduurvermindering, hogere lonen, hogere uitkeringen, lagere belastingen, extra investeringen in de duurzame transitie, gezonde(re) overheidsfinanciën… Die komen uit verschillende politieke hoeken. Eén rode draad komt opmerkelijk genoeg nauwelijks aan bod: de noodzaak van hogere productiviteitsgroei. Een hogere productiviteitsgroei is met ruime voorsprong de belangrijkste determinant van onze toekomstige welvaart. De hele verkiezingscampagne zou dan ook, op zijn minst op economisch-financieel vlak, daarover moeten gaan.

  • De auteurs
    64 economen en beleidsexperts (volledige lijst onderaan).
  • De kwestie
    De productiviteitsgroei vertraagt al decennia en lijkt bijna stilgevallen.
  • De conclusie
    Als we er niet in slagen de neerwaartse trend te keren, zullen de toekomstige generaties slechter af zijn dan wij. Daar moet de verkiezingscampagne en het beleid van de volgende regering over gaan.
Advertentie
Advertentie

Onze welvaart wordt in essentie bepaald door hoeveel mensen aan het werk zijn en hoeveel output per persoon die mensen leveren (de productiviteit). Productiviteitsgroei gaat over meer output leveren met dezelfde input. Dat gaat niet over harder werken en zeker niet over meer werken, maar over slimmer werken, met betere machines, krachtiger computers en software, betere organisatie en minder beperkende regels.

Door de demografische dynamiek valt de groei van onze bevolking op beroepsactieve leeftijd, de mensen die in theorie kunnen werken, de komende jaren nagenoeg stil. Extra welvaart moet dan vooral komen van productiviteitsgroei. De Studiecommissie voor de Vergrijzing modelleert dat 90 procent van onze welvaartsgroei de komende decennia van productiviteitsgroei moet komen. Zowat alles wat we willen realiseren qua loonstijgingen, minder lang werken, hogere pensioenen, extra investeringen in gezondheidszorg, klimaattransitie… moet erdoor gefinancierd worden.

Motor valt stil

De productiviteitsgroei vertraagt al decennia en lijkt bijna stilgevallen. Als we er niet in slagen de neerwaartse trend te keren, zullen de toekomstige generaties slechter af zijn dan wij.

De productiviteitsgroei vertraagt al decennia en lijkt bijna stilgevallen. Die trend is merkbaar in de meeste westerse landen, maar bij ons vertraagt de productiviteitsgroei meer dan in vergelijkbare landen. De arbeidsproductiviteit groeide in landen als Denemarken, Zweden en de VS de voorbije tien jaar meer dan dubbel zo snel als in België. Als we er niet in slagen de neerwaartse trend te keren, zullen de toekomstige generaties slechter af zijn dan wij. In zo’n scenario zal onze overheidsschuld vrij snel onhoudbaar worden. Meer nog, bij het aanhouden van de huidige productiviteitsgroei kunnen we onmogelijk de vergrijzingsfactuur betalen.

Brede productiviteitsagenda

Mirakeloplossingen zijn er niet, maar voor een brede productiviteitsagenda zijn volgende punten, in willekeurige volgorde, belangrijk.

1. Onderwijs en opleiding

Het opleidingsniveau van de beroepsbevolking bepaalt de potentiële productiviteit van werknemers in belangrijke mate. De dalende leerprestaties en de beperkte deelname aan levenslang leren zijn verontrustend. Daarnaast is er een belangrijke verspilling van talent doordat 1 op 8 jongeren het onderwijs verlaat zonder diploma. De kwaliteit van het onderwijs en het bredere opleidingskader moeten beter.

2. Innovatie

Overheidsuitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) zetten een hefboom op de productiviteitsgroei. België scoort op dat vlak al redelijk goed, maar moet nog hoger mikken. Vooral op een bredere verspreiding van innovatie door de economie heen en op meer valorisatie van de onderzoeksinspanningen moet ingezet worden.

3. Positiever ondernemingsklimaat

Een gezonde ondernemingsdynamiek met veel starters en minder productieve ondernemingen die verdwijnen, is positief voor de productiviteitsgroei. Starters en scale-ups zijn bijvoorbeeld beter om nieuwe ideeën te introduceren in de economie. Die ondernemingsdynamiek blijft in België beperkter dan in de meeste andere landen. Dat kan beter door allerlei hindernissen voor ondernemen weg te werken.

4. Ecosystemen

Om innovatie en ondernemingsdynamiek volledig tot hun potentieel te laten komen, is samenwerking cruciaal. Ecosystemen waarin grote multinationale ondernemingen, kleinere ondernemingen en start-ups, kenniscentra en overheden elkaar versterken, zijn motoren voor productiviteitsgroei. Ook circulaire ecosystemen houden een belangrijk potentieel in. Overheden kunnen dat faciliteren.

5. Productieve overheidsinvesteringen

Alle Belgische overheden investeren al decennia te weinig, terwijl investeringen potentieel een van de krachtigste overheidsinstrumenten zijn om de productiviteit op te krikken. Dat moet dan wel gaan over echte investeringen, niet om lopende overheidsuitgaven. Een inhaalbeweging in overheidsinvesteringen, onder meer op het vlak van mobiliteit, digitalisering en energie-infrastructuur, dringt zich op.

6. Digitalisering en AI

Digitalisering houdt allicht veruit het grootste potentieel in om onze productiviteitsgroei substantieel op te drijven. Maar dat zal niet vanzelf gebeuren. Investeringen in digitale infrastructuur en massale opleidingsinspanningen zijn vereist.

7. Internationalisering

Bedrijven die blootgesteld worden aan internationale concurrentie zijn gemiddeld productiever dan bedrijven die alleen op de binnenlandse markt opereren. Dat impliceert continue aandacht voor internationale opportuniteiten, zeker in een wereld waarin globalisering en internationale handel meer en meer in vraag gesteld worden. Daarnaast maken we het onszelf te moeilijk om internationaal talent aan te trekken.

8. Concurrentie op de binnenlandse markt

Volgens OESO-analyses verhinderen in België te veel barrières een gezonde concurrentie. Er is sprake van reglementitis: overvloedige prijscontroles en te veel ineffectieve regels opgelegd aan industrie, financiële sector, transport, handel en bepaalde diensten. Te extreme regels moeten afgebouwd worden.

9. Dynamische arbeidsmarkt

In ideale omstandigheden leidt de arbeidsmarkt mensen naar de meest productieve ondernemingen. Het Belgische systeem is veel te rigide en te veel gericht op het vrijwaren van het status quo op de arbeidsmarkt. Meer mobiliteit, meer loondifferentiatie en meer flexibiliteit zijn nodig om de productiviteitsgroei te ondersteunen.

10. Duurzame transitie

Duurzame transitie gaat over meer (of hetzelfde) produceren met minder input (klimaat- en milieu-input in deze context). Ook dat is een verhaal van hogere productiviteit. Meer innovatie en efficiëntieverbeteringen moeten de kern vormen van een geslaagde duurzame transitie, en zullen op langere termijn ook leiden tot hogere productiviteit.

Als we onze welvaart duurzaam willen veiligstellen en vooral versterken, is een sterkere productiviteitsgroei absoluut essentieel. Onze volgende regeringen moeten voluit aan de bak om daar werk van te maken.

Ondertekend door 64 economen en beleidsexperts:

Filip Abraham (KU Leuven en Vlerick Business School)

Rudy Aernoudt (UGent)

Advertentie

Johan Albrecht (UGent en Itinera)

Frederik Anseel (UNSW Business School)

Paul Belleflamme (UCLouvain)

Hans Bevers (Degroof Petercam)

Jan Bouckaert (Universiteit Antwerpen)

Kris Boudt (UGent en VUB)

Caroline Buts (VUB)

Erik Buyst (KU Leuven)

Etienne de Callataÿ (Orcadia Asset Management)

Bertrand Candelon (UCLouvain)

Herman Daems (KU Leuven)

Koenraad Debackere (KU Leuven)

Marion Debruyne (Vlerick Business School)

André Decoster (KU Leuven)

Hans Degryse (KU Leuven)

Hans Dewachter (KBC en KU Leuven)

Peter De Keyzer (Growth Inc)

Mark Delanote (UGent)

Koen De Leus (BNP Paribas Fortis)

Marc Deloof (Universiteit Antwerpen en Antwerp Management School)

Robin Deman (Unizo)

Charlotte de Montpellier (ING)

Bram De Rock (ULB)

Selien De Schryder (UGent)

Marc De Vos (Itinera en UGent)

Marcia De Wachter (onafhankelijk bestuurder en Chair MeDirectBank)

Lode De Waele (Universiteit Utrecht)

Yannick Dillen (Vlerick Business School)

Michael Dooms (VUB)

Cind Du Bois (KMS)

Fouad Gandoul (politicoloog)

Axel Gautier (HEC Liège)

Simon Ghiotto (KU Leuven en Itinera)

Dirk Heremans (KU Leuven)

Freddy Heylen (UGent)

Jean Hindriks (UCLouvain en Itinera)

Alain Jousten (ULiège)

Bernard Keppenne (CBC)

Joep Konings (KU Leuven)

Philippe Ledent (ING België)

Glenn Magerman (ULB en Oxford Martin School)

Sophie Manigart (Vlerick Business School)

Herman Matthijs (UGent)

Gert Peersman (UGent)

Mikael Petitjean (UCLouvain)

Edward Roosens (VBO)

Willem Sas (University of Stirling)

Koen Schoors (UGent)

Luc Sels (KU Leuven)

Leo Sleuwaegen (KU Leuven)

Kristien Smedts (KU Leuven)

Bart Van Craeynest (Voka)

Ivan Van de Cloot (Stichting Merito)

Vincent Vandenberghe (UCLouvain)

Peter Vanden Houte (ING België)

Johan Van Gompel (KBC en Universiteit Antwerpen)

Joost Van Meerbeeck (onafhankelijk bestuurder en Sustinvest)

Jacques Vanneste (Universiteit Antwerpen)

André Van Poeck (Universiteit Antwerpen)

Caroline Ven (Pharma.be en Nationale Raad voor de Productiviteit)

Gertjan Verdickt (KU Leuven)

Frédéric Vrins (UCLouvain)

Jef Vuchelen (VUB)

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.