opinie

Strengere financiële regels voor gemeenten geen excuus om investeringen uit te stellen

De gemeenten hebben dit jaar geen geld voor verkiezingscadeaus door de strengere budgettaire regels van de Vlaamse overheid. Financiële voorzichtigheid is goed, maar stemt ook tot nadenken. De criteria mogen geen excuus zijn om broodnodige investeringen te schrappen. Anders wordt de burger het slachtoffer van het gegoochel met cijfers en budgetten.

Door Bert Gijsels en Johan De Cooman, partners Public Sector van advieskantoor BDO en verbonden aan de Antwerp Management School

Het is een aloude verkiezingstruc: in het jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen nog een slecht fietspad opknappen of die langverwachte nieuwe sporthal bouwen. Dat lijkt dit keer niet het geval: gemeenten houden dit jaar de vinger op de knip, blijkt uit een studie van Belfius (De Tijd, 28 juni). Dat komt door de strengere criteria die gemeenten verplichten bewuster om te gaan met hun uitgaven.

Laat elke gemeente zijn eigen spaarpot aanleggen en voor zichzelf uitmaken hoe groot die moet zijn om met gezond boerenverstand te investeren in haar toekomst.

Dat onze gemeenten vandaag verstandiger en bewuster omgaan met hun uitgaven en voor hun investeringen niet meer volledig gaan lenen is uiteraard goed nieuws. Maar het kan niet de bedoeling zijn dat gemeenten daardoor hun investeringen een halt toeroepen. Want infrastructuren verouderen, en burgers willen veilig en zonder zorgen kunnen leven in hun gemeente.

Langere termijn

Het zijn meestal niet zomaar initiatieven om op korte termijn verkiezingssucces in de wacht te slepen, maar wel investeringen die nuttig en zelfs noodzakelijk zijn voor de langere termijn. Denk aan initiatieven om waterschaarste zoals vorige week aan te pakken, of besparingen op de energiefactuur van de gemeente door slimme en ecologische straatverlichting te installeren.

Het is voor iedereen duidelijk dat die investeringen moeten gebeuren, maar gemeenten durven de beslissing vandaag niet meer te nemen. Want als ze lenen om het plan uit te voeren komt hun autofinancieringsmarge (AFM) onder druk.

Bert Gijsels ©rv

De AFM geeft aan welke budgettaire ruimte er is nadat de gewone werkingsmiddelen worden verminderd met de leningslasten. Maar dat cijfer is niet zaligmakend. Alles hangt af van de bril die je opzet als je kijkt naar de budgettering van onze gemeenten. De marge mag dan wel positief zijn bij drie op de vijf gemeenten, de realiteit is dat een groot deel van de geplande investeringen niet worden uitgevoerd: in 2014 realiseerden de gemeenten 47% van hun geplande investeringsuitgaven, in 2015 met 44% nog minder.

Dat heeft een direct positief effect op hun AFM, maar allesbehalve op de toekomst van onze gemeenten. Daarom raden we gemeenten aan om hun investeringsuitgaven realistisch te budgetteren. Alleen zo zullen we een waarheidsgetrouw beeld krijgen van de financiële gezondheid van onze gemeenten. En misschien blijkt dan dat gemeenten hun personenbelasting kunnen laten dalen.

Meerjarenplan

Johan De Cooman ©rv

Een tweede risico is dat onze gemeenten hun AFM alleen op het einde van hun meerjarenplan positief moeten hebben. Concreet betekent dit dat al onze gemeenten tegen 2019 een positieve autofinancieringsmarge moeten hebben in hun budget. In het nieuwe meerjarenplan 2020-2025 geldt hetzelfde principe: pas tegen 2025 moeten de uitgaven gefinancierd worden met eigen middelen. Waarom kunnen we niet uitgaan van het principe dat de AFM ook positief moet zijn in 2021, 2022, 2023 en 2024? Alleen zo zullen onze gemeenten meer focussen op een realistische budgettering van hun investeringsuitgaven.

De strengere financiële regels mogen geen excuus zijn voor gemeenten om niet meer te investeren. De studie van Belfius toont aan dat gemeenten hun geld als een goede huisvader beginnen te beheren: ze verdienen hun geld op een verstandige manier. Maar ze mogen niet stoppen met leningen aan te gaan en de nodige investeringen in hun gemeente te doen. Laat elke gemeente zijn eigen spaarpot aanleggen en voor zichzelf uitmaken hoe groot die moet zijn om met gezond boerenverstand te investeren in de toekomst van hun gemeente.

Daarom een warme oproep aan onze gemeenten: aarzel niet om de geplande investeringen daadwerkelijk uit te voeren en jullie gemeente klaar te maken voor de toekomst. Alleen dan tonen gemeenten dat ze verstandig kunnen omgaan met hun financiën en verdienen ze in oktober 2018 opnieuw het vertrouwen van hun burgers.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud