opinie

SwissLeaks kan sluitstuk zijn van rechtvaardige fiscaliteit

Na de onthullingen van SwissLeaks eisen sommigen nog zwaardere straffen en dito boetes. De tijden en fiscale zeden zijn enorm veranderd. Het wettelijk arsenaal is ruim voldoende.

Gerd D. Goyvaerts, vennoot Tiberghien Advocaten ©rv

Na de KBLux affaire, de LGT-zaak, de CS- en UBS-affaires, OffshoreLeaks en LuxLeaks is er nu SwissLeaks. Blijkt echter dat het louter om een meer gedetailleerde versie gaat van de gegevens die naar verluidt van HSBC Bank in Genève zouden stammen, data die al sinds februari 2010 bekend waren en die grotendeels al vier jaar in handen zijn van de Bijzondere Belasting Inspectie (BBI) en het parket. Nieuw is dit verhaal dus niet. Maar de omvang van de bedragen en de namen van de betrokkenen maken het uiteraard spectaculair.

Voor wie beroepsmatig al jaren met deze en vergelijkbare dossiers bezig is - en er daardoor mee voor zorgt dat in gebreke gebleven belastingplichtigen toch hun eerlijk deel van belastingen betalen, veelal met een fikse boete - is weinig nieuws te melden. Als we de kranten lezen ontwaren we vooral oud geld, oude structuren en relicten van vroegere tijden, van een generatie die offshorebankieren de normaalste zaak ter wereld vond. Verder blijkt het veelal om reeds geregulariseerde gelden te gaan, of zaken waarvan de processen hangende zijn.

De tijden en fiscale zeden zijn ondertussen enorm veranderd. Vooreerst bestaat sedert 1991 een Europees gecoördineerde antiwitwaswetgeving, waaraan met de derde (2005) en met het ontwerp van vierde (2013) witwasrichtlijn alle (financiële en niet-financiële) beroepsbeoefenaars onderworpen zijn. Hier gelden zeer strenge identificatie- en verificatieregels.

Verder trad op 1 juli 2005 de Spaarrichtlijn in werking, die in maart 2014 aanzienlijk werd uitgebreid.

Vandaag stelt geen zinnig mens nog zijn vertrouwen in een ‘schimmige’ structuur die een ‘louche bankier in maatpak’ aanbiedt.

Bovendien worden financiële gegevens vanaf 2016 door een uitgebreide bijstandsrichtlijn per september 2017 automatisch uitgewisseld tussen de Europese belastingadministraties. Het wordt volstrekt onmogelijk nog ‘onder de radar’ te blijven, zelfs als men allerhande vennootschappen, trusts of stichtingen gebruikt. Niet-EUgebieden zoals Zwitserland, Liechtenstein, Singapore en Hongkong sluiten zich daar in zeer belangrijke mate bij aan. Daarom stelt vandaag geen zinnig mens nog zijn vertrouwen in een ‘schimmige’ structuur die door een ‘louche bankier in maatpak’ wordt aangeboden. Dat zijn zaken uit een andere tijd, uit een voltooid verleden. Bovendien is zwart geld bijna onbruikbaar geworden in de reguliere economie.

De talrijke dossiers van EBA (eenmalige bevrijdende aangifte) en fiscale regularisatie van 2004 tot einde 2013 hebben dat overtuigend bewezen. Onwillige cliënten worden radicaal de deur gewezen in Zwitserland, Liechtenstein en Luxemburg, tenzij ze kunnen aantonen in regel te zijn met de nationale belastingwetten. De recente interne instructie van de BBI over fiscale rechtzettingen is daarvan het zoveelste bewijs. De BBI én fiscaal advocaten worden nog steeds opgezocht door lieden die véél te lang gewacht hebben om zich in regel te stellen met hun fiscaal verleden. Dat proces loopt, maar nadert met rasse schreden zijn voltooiing.

De BBI én fiscaal advocaten worden nog steeds opgezocht door lieden die véél te lang gewacht hebben om zich in regel te stellen met hun fiscaal verleden

Het is dus de vraag of het nodig is om op basis van deze ‘onthullingen’ nog zwaardere straffen en dito boetes te eisen, zoals sommigen nu doen. Het wettelijk arsenaal is al ruim voldoende. Het volstaat de bestaande wetgeving eens rustig na te lezen om dat te zien.

Zo kunnen fiscaal adviseurs die illegale constructies adviseren/commercialiseren samen met hun cliënt worden bestraft via strafbare deelneming aan fiscale fraude met hoofdelijke aansprakelijkheid voor de ontdoken belasting en boetes tot gevolg.

Verder kan het plegen van ‘ernstige fiscale fraude’ sedert 8 juli 2013 bestraft worden met vijf jaar gevangenisstraf.

De uitbreiding van de Europese Spaarrichtlijn naar dividenden is voorzien in een nieuwe richtlijn, die werd goedgekeurd op 9 december 2014 en die een scala van vermogensinkomsten beoogt. Bovendien wordt voorgesteld om de Spaarrichtlijn in te trekken wegens ‘voorbijgestreefd’. Dezelfde richtlijn stelt dat de lidstaten de naleving van de verplichtingen door de banken dienen af te dwingen.

En ten slotte maakt de verscherping van de notie ‘ernstige fiscale fraude’ sedert 29 juli 2013 in zowel het strafrecht als in het fiscaal recht repatriëringen naar Belgische rekeningen veelal onmogelijk.

Vanaf september 2017 wordt het volstrekt onmogelijk nog ‘onder de radar’ te blijven, zelfs als men allerhande vennootschappen, trusts of stichtingen gebruikt.

Onder invloed van nationale en internationale ontradingswetgeving zullen 2015 en 2016 vooral gekenmerkt worden door een verder volledig leeglopen van de traditionele offshorecentra en occulte rekeningen. Voor zover nog nodig zal de Kaaimantaks uit het regeerakkoord voorzien in een taxatie van de opbrengsten uit de nog overgebleven ‘legale’ passieve doelvermogens (wat dus niets met fraudebestrijding te maken heeft).

Om dat allemaal wat sneller en voor de schatkist efficiënter te laten verlopen, valt het aan te raden de oude wet op de fiscale regularisatie van 11 juli 2013 te verlengen tot eind augustus 2017. Vanaf dan beginnen de informatieuitwisselingen.

Bovendien kan een dergelijke wet in belangrijke mate bijdragen tot de begroting én tot een correcte taxatie van ‘fiscaal verjaard kapitaal’, want daarvoor bestaat géén wettelijke regeling meer. De begrotingsimpact van deze gerepatrieerde kapitalen én de toekomstige belastinginkomsten daaruit kunnen aanzienlijk zijn.

Een passend wettelijk kader kan het occulte verhaal uit het verleden tot een begeleid einde brengen. Waarmee SwissLeaks als sluitstuk zou hebben bijgedragen tot een rechtvaardige fiscaliteit.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud