opinie

Taxshift verdient beter dan boekhoudkundige evaluatie

Stijn Baert

KU Leuven-onderzoekers schrijven de taxshift een ‘bescheiden tewerkstellingseffect’ toe. Maar alleen de begrotingsimpact voorspellen is geen goed idee. De taxshift heeft ruimere verdiensten.

Uw krant zal gisterochtend tot minder vrolijkheid op de regeringsbanken hebben geleid dan op een doorsnee dinsdag. Een van de paradepaardjes van Michel I, de taxshift, werd door collega’s van de KU Leuven weggezet als een maatregel met een bescheiden tewerkstellingseffect (De Tijd, 11 september).

In Vlaanderen zijn weinigen zo goed geplaatst als collega André Decoster en zijn medewerkers om de economische impact van een maatregel te voorspellen. Elk model heeft beperkingen, maar als zij voorspellen dat de taxshift 65.000 tot 92.000 bijkomende jobs oplevert tegen 2020, dan is dat de best mogelijke voorspelling die momenteel te maken valt. En als zij uitrekenen dat de taxshift een gat in de begroting slaat, dan durf ik daar niet aan te twijfelen.

©RV-DOC

Maar de discussie mag daar niet stoppen. De impact van de taxshift is ruimer. Bij het evalueren van maatregelen gaan economen typisch uit van de ‘ceteris paribus’-onderstelling. Een maatregel wordt geëvalueerd bij een voor de rest ongewijzigd beleid in het binnen- en buitenland. Dat is wetenschappelijk gezien het meest logische standpunt. Toch vormt het in de evaluatie van de taxshift een belangrijke beperking.

Ten eerste mogen we de evoluties in de belastingen in België niet loskoppelen van die in het buitenland. De afgelopen jaren voerden andere Europese landen gelijkaardige hervormingen door. Mocht België niks gedaan hebben, dan zou onze concurrentiepositie vermoedelijk eerder achteruitgegaan dan gelijk gebleven zijn. Stilstaan is achteruitgaan.

De lasten op werken verlagen is gunstig voor de arbeidsmarkt én een keuze voor meer rechtvaardigheid in de belastingen.

Ten tweede mogen we de taxshift niet los zien van het hele pakket arbeidsmarkthervormingen die de regering-Michel deed en zal doen. Het is mogelijk dat andere maatregelen met (vermoedelijk) gunstige effecten - zoals de flexibilisering van onze arbeidsmarkt en de verhoging van de degressiviteit in de werkloosheidsuitkeringen - minder gunstig zouden uitvallen zonder een flankerende taxshift. Wat helpt het om werklozen en inactieven te activeren als werkgevers niet tegelijk worden gestimuleerd om banen te creëren?

Gedeelde verantwoordelijkheid

Zelfs als we aannemen dat de taxshift niet meer dan een kleine 100.000 bijkomende banen oplevert, kan je je afvragen of die het label ‘bescheiden’ verdient. Welke Belgische regering zou nog ooit zoveel banen zuiver op haar conto hebben mogen schrijven? Elke extra job betekent ook een belangrijk financieel voordeel voor iedereen die anders werkloos of inactief was gebleven of geworden.

Toen de regering in 2015 de taxshift afklopte, was de evaluatie van het gros van de economische experten positief.

Het gevoel om bij te dragen tot de samenleving en het goede voorbeeld te kunnen geven aan volgende generaties, is minstens even belangrijk. Bovendien houdt de taxshift niet alleen een economische, maar ook een bredere maatschappelijke keuze in. De lasten op werken verlagen is gunstig voor de arbeidsmarkt én een keuze voor meer rechtvaardigheid in de belastingen.

Toen de regering in 2015 de taxshift afklopte, was de evaluatie van het gros van de economische experten positief. Dat verbaast niet: zij hadden in de jaren voordien in groten getale een belastingverschuiving weg van arbeid bepleit. Sterker nog, verschillende collega’s lieten optekenen dat de richting van de taxshift de goede was en dat het gerust nog wat meer had mogen zijn. De regering stak dus haar nek uit, in een richting die ons logisch leek. Als over pakweg tien jaar blijkt dat deze hervorming niet de gewenste impact had, is dat dus een gedeelde verantwoordelijkheid.

Maximaal potentieel

Beter dan een begrotingsmatige voorspelling van de kosten van de taxshift is om voorstellen te doen die ertoe kunnen leiden dat de hervorming haar maximale potentieel realiseert. Dat betekent in de eerste plaats dat geen bijkomende lasten geïntroduceerd mogen worden die een verdere banengroei kunnen fnuiken. Er zijn in de begrotingen van onze regeringen, op verschillende niveaus, vast nog miljoenen te vinden die slechter besteed zijn dan aan de taxshift. Zoals de centen voor het gedeelte van de SWT-uitkeringen dat de overheid betaalt, of die verloren gaan door de vele inefficiënties (en beperkte responsabilisering) in onze staatsstructuur.

Onze regeringen moeten alles op alles zetten om de werkzaamheidsgraad omhoog te krijgen. Dan wordt een begroting in evenwicht vanzelf haalbaarder.

Daarnaast moeten onze regeringen alles op alles zetten om de werkzaamheidsgraad omhoog te krijgen. Dan wordt een begroting in evenwicht vanzelf haalbaarder. Wat dat betreft, stellen mijn collega’s uit Leuven dat er goedkopere maatregelen zijn dan de taxshift. Laat ons vooral naar dat deel van hun verhaal luisteren. Voor mij is de richting evenwel duidelijk: werken moet, meer dan nu en in alle opzichten, meer opleveren dan niet-werken.

Waarom komt er geen groter verschil tussen gewerkte en niet-gewerkte dagen in de pensioenopbouw, ook na 50 jaar? Of goedkopere, meer en betere kinderopvang waar werkenden prioritair toegang toe hebben? Laat het ons de komende jaren daarover hebben. De eindafrekening van de taxshift volgt wel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content