opinie

'Telethuiswerk' is een draak van een regeling

advocaat arbeidsrecht

'Telethuiswerk' is een vorm van politieke newspeak, want juridisch bestaat het niet en opereert het in een vacuüm. Voor de bedrijfswereld had de regeling beter gekund.

Midden in de diepste economische crisis sinds mensenheugenis, verzwolgen door het mantra van de volksgezondheid als absolute norm en aangespoord door een morrende maar verder gelaten bevolking, zou je van de nieuwe regering heldere, strakke en eenvoudige maatregelen verwachten voor de bedrijfswereld, de motor van de economie en van onze collectieve welvaart.

Niet dus. ‘Telethuiswerk is de regel bij alle ondernemingen voor al het personeel wiens functie zich ertoe leent in de mate dat de continuïteit van de bedrijfsvoering het toelaat' (artikel 2, §1, MB van 18 oktober 2020).

Wat heb je daar aan als bedrijfsleider? Telethuiswerk is een vorm van politieke newspeak, want het bestaat juridisch niet en opereert in een vacuüm. Telethuiswerk is een samentrekking van thuiswerk en structureel of occasioneel telewerk, waarvan iedereen met gezond verstand al lang vraagt deze regimes te uniformiseren. Maar who cares?

Ondanks de voor de rest klare communicatie sinds twee weken wordt nergens gemeld dat een eerste grote hap uit de thuiswerkbubbel alle bedrijven omvat die nodig zijn voor de bescherming van de vitale belangen van het land en de behoeften van zijn inwoners. Die bedrijven vallen niet onder telewerk. Daar gelden de intussen klassieke sanitaire voorschriften. Dat zijn er nogal wat: het betreft zo’n 80 paritaire comités uit de privésector en ongeveer alle overheidsdiensten. Dus, eerst opzoeken of uw bedrijf tot die ruime categorie van vitale belangen behoort, want daar geldt geen norm van telewerk.

Indien wel, moet telewerk dan? Jawel, maar ook niet. Het is de norm, maar geen verplichting, want enkel voor die functies waar het kan en in de mate dat de continuïteit van de bedrijfsvoering het toelaat. Ook wordt de deur wagenwijd opengelaten voor bedrijven die geen telewerk organiseren. Dat zijn veel kwalificaties bij de ‘ja’, en dus evenveel gronden voor onduidelijkheid, discussies en betwistingen. 

Wat zeg ik als ik personeel vraag weer naar kantoor te komen en het personeel weigert omdat ‘telewerk de regel is’?

Vandaag kunnen meer functies in een vorm van thuiswerk doorgaan dan pakweg vorig jaar (door de covidcrisis heeft men al doende geleerd). Telewerk als een deel van de werkorganisatie is een blijver. Maar wat zeg ik als ik personeel vraag weer naar het kantoor te komen (of te blijven werken in split teams) - na alle investeringen die ik heb gedaan in plexiglasafscheidingen, in het splitsen van kantoorruimtes, in bijkomende sanitaire voorzieningen, in aangepaste verluchting - en dat personeel weigert omdat ‘telehuiswerk de regel is’? 

In naam van een ‘fundamenteel recht op gezondheid’ (zoals het besluit in de aanhef zegt) en van de belangen van werknemers zijn de voorbije maanden al veel vaste waarden uit het klassieke arbeidsrecht gesneuveld of van hun oorspronkelijke doel afgewend.

Zoals onlangs het inroepen van (betaalde) tijdelijke werkloosheid door de werknemer, niet wegens werkgebrek of economische redenen, maar omdat de school van de kinderen tijdelijk sluit. Waar is het verlof om dwingende redenen gebleven?

Nog twee voorbeelden: de zelf opgelegde en via tijdelijke werkloosheid betaalde quarantaine na een vakantie in een rode zone (waar is de schorsende overmacht?) of de telefonische medische consultatie voor arbeidsongeschiktheid.

In de voorbije maanden is de slinger op het terrein heel vaak doorgeslagen, en dan melden we nog niet de talloze kafkaiaanse wetsvoorstellen die de parlementaire weg gelukkig niet hebben mogen voltooien.

Voor telewerk geldt dat een individuele of collectieve overeenkomst tussen partijen de basis blijft voor tele(thuis)werk, als uitzondering op de basisregel dat werk op kantoor of de werkplaats wordt uitgevoerd. Door nu de indruk te wekken dat telewerk als norm en regel een absoluut individueel recht is, geeft de overheid niet de juiste boodschap.

In tegenstelling tot de hierboven vermelde voorbeelden heeft deze ongenuanceerde communicatie geen onmiddellijke budgettaire gevolgen, maar de toon is wel gezet, en zeker niet in het belang van de bedrijfswereld. Een gemiste kans?

Pieter De Koster

Advocaat bij Bird & Bird LLP

Lees verder

Gesponsorde inhoud