opinie

Thuiswerk maakt wellicht geen kwantumsprong

Voorlopig zie ik weinig aanwijzingen dat corona een soort trigger wordt voor de massale verspreiding van thuis- of telewerk.

Leidt corona tot een revolutie op de werkvloer? Wordt thuiswerk (of werken op afstand) straks een standaardmanier van werken? Veel kenners en voorstanders van het nieuwe werken waren ervan overtuigd. Twee weken later lijkt het enthousiasme op het terrein al wat bekoeld. Het volstaat de ervaringen van thuiswerkers op sociale media te volgen.

©Photo News

Laat ons beginnen bij de naakte cijfers. Onderzoek van de SERV toont aan dat voor de coronacrisis nauwelijks 4 procent van de werknemers meer dan 1 dag per week thuis werkte. 7 procent deed dat gemiddeld 1 dag per week en nog eens 10 procent minder dan 1 dag per week. Bij nauwelijks 11 procent behoort thuiswerk dus tot de wekelijkse praktijk. Dat op het eerste gezicht weinig indrukwekkende cijfer krijgt meer gewicht als we de noemer aanpassen. Uit dezelfde cijferbron van de SERV leren we namelijk dat voor 59 procent thuiswerk door de aard van het werk gewoon niet kan. Berekend met de nieuwe noemer (41% voor wie thuiswerk wel kan) komen we op 27 procent (11% gedeeld door 41%) die regelmatig thuiswerkt (minstens 1 dag per week), en nog eens 24 procent (10% gedeeld door 41%) die dat onregelmatig doen.

Dat thuiswerk leidt tot grotere productiviteit zal zeker niet blijken uit dit experiment. Ook dat nemen werkgevers mee in hun oordeel.

49 procent ligt dus nog braak voor thuiswerk. Al die mensen aanspreken is niet realistisch. Van hen geeft 20 procent (41% van 49%) aan dat ze wel kunnen thuiswerken, maar dat niet willen. Ze hebben nood aan sociaal contact, ze hebben thuis niet de ruimte om goed te kunnen werken of ze zijn zich bewust dat ze te weinig zelfdiscipline hebben voor thuiswerk. Of corona daar verandering in brengt, is zeer de vraag.

Zo blijft een groep van 29 procent over waar in principe een groei van thuiswerk mogelijk is. Het is die groep die het niet doet, maar bij wie het wel kan. Het is die groep die nu door overmacht massaal is overgeschakeld op thuiswerk. De vraag is dan inderdaad hoe die groep mensen en hun werkgevers reageren als we weer in rustig vaarwater zijn beland.

Innovatie

Het unieke van de huidige situatie is inderdaad dat op grote schaal ervaring wordt opgedaan met deze vorm van werken. Daar vloeit ongetwijfeld technologische en sociale innovatie uit voort die de verspreiding van thuiswerk versnelt. Ook werkgevers die tot nu toe geen ervaring hadden met deze vorm van werken kunnen vooroordelen laten varen en er op een structurelere manier gebruik van maken, wat stimulerend kan werken.

De grote onbekende is de ruime groep (59%) voor wie thuiswerk nu gewoon niet kan.

Daar staat tegenover dat dit grootschalige experiment veel nadelen heeft. Per definitie is dit in veel bedrijven onvoorbereid gebeurd. We zijn bovendien overgeschakeld op verplicht 100 procent thuiswerken, een werkvorm die nagenoeg unaniem werd afgeraden in precoronatijden. En dan combineren veel werknemers het thuiswerk nog noodgedwongen met de zorg voor kinderen. Dat thuiswerk leidt tot grotere productiviteit zal zeker niet blijken uit dit experiment. Ook dat nemen werkgevers mee in hun oordeel. Of grote groepen werknemers door de huidige ervaring blijvend willen overstappen op thuiswerk is eveneens onzeker.

Veel is dus onzeker. Mogelijk zullen in de toekomst meer werknemers regelmatig thuiswerken. Maar een kwantumsprong wordt het hoogstwaarschijnlijk niet. De grote onbekende is de ruime groep (59%) voor wie thuiswerk nu gewoon niet kan. Het is niet uit te sluiten dat sociale en technologische innovatie voor die groep meer soelaas biedt. Maar dat is toekomstmuziek.

Lees verder

Gesponsorde inhoud