opinie

Tijd voor een 1 graadstresstest

Serge de Gheldere

Om een veilige en aantrekkelijke toekomst te garanderen, moeten we snel en helemaal overstappen op een fossielvrije, circulaire economie. Een 1 graadstresstest kan daarbij een goed instrument zijn.

Serge de Gheldere is oprichter en CEO van Futureproofed

Precies 20 jaar geleden verzamelden 150 landen in Kyoto om de eerste internationale overeenkomst af te sluiten om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Het Kyoto-protocol zou een van de meest inspirerende en controversiële verdragen ooit worden.

In die 20 jaar is de CO2-uitstoot, ondanks alle conferenties, verdragen en intenties, gestaag blijven stijgen tot meer dan 40 miljard ton per jaar. We zijn op weg naar een wereld met 3,4°C opwarming tegen het eind van de eeuw, terwijl we volgens de klimaatexpert James Hansen onder de 1°C moeten stabiliseren.

‘Business as usual’ betekent dat we alle kuststeden verliezen en dat hittegolven, voedsel- en waterschaarste en extreme stormen tientallen miljoenen klimaatvluchtelingen op de been brengen. Een verwoesting die volgens experten (waaronder het Wereld Economisch Forum) enkel te vergelijken is met die van nucleaire oorlogsvoering.

Koolstofbudget

We hebben een soort ‘carbon law’ nodig, naar analogie met de wet van Moore voor computers. De wet van Moore stelde dat het aantal transistors per chip jaar na jaar verdubbelde, omdat ze kleiner geproduceerd konden worden. Op dezelfde manier moeten we de uitstoot van koolstofdioxide elk decennium halveren, de hoeveelheid opgewekte groene energie elke vijf jaar verdubbelen, én tegen 2050 vijf gigaton koolstofdioxide per jaar extra uit de atmosfeer halen door onder andere massale herbebossing en verbeterde landbouw.

In Parijs hebben 195 wereldleiders afgesproken er alles aan te doen om de wereldwijde temperatuurstijging onder 1,5°C te houden. Dat betekent dat we nog maximaal 350 gigaton CO2 mogen toevoegen aan de atmosfeer - ons zogenaamde koolstofbudget.

In het tempo van vandaag is dat budget in ongeveer tien jaar opgesoupeerd. Bovendien bevatten de steenkoolmijnen en olie- en gasvelden in gebruik een potentieel van 940 gigaton CO2. Het leeuwendeel van onze olie-, gas- en kolenreserves wordt dus onbruikbaar. Nul nieuwe steenkoolmijnen, gas- en olievelden kunnen worden ontgonnen. En van die in gebruik kan minder dan een derde worden vermarkt.

Als we geen fossiele brandstoffen meer kunnen ontginnen, zijn ze ook niet veel meer waard. Het verschil tussen de waardering (perceptie) en de reële waarde van activa (vastgoed, bedrijven, fossiele energiereserves ...) leidt tot een zeepbel die springt zodra de winst van de fossiele industrie niet langer als betrouwbaar wordt beschouwd.

Niet enkel de fossiele brandstoffenindustrie loopt een risico om achter te blijven met waardeloze activa. Het risico op kapitaalvernietiging en gestrande activa is reëel en overal aanwezig: pijpleidingen en raffinaderijen, maar evengoed bedrijfsvloten, klassieke garages, gasdistributienetwerken, verwarmingsinstallaties, niet-aangepaste productieprocessen en dies meer. Het kapitaal dat daarbij wordt vernietigd kan nochtans heel nuttig zijn om de energietransitie te financieren en daarbovenop een aantrekkelijke meerwaarde te realiseren.

Energietransitie

Toch denken veel ondernemingen dat ze mee zijn met de energietransitie, door een handvol ecoproducten uit te brengen, een paar inspirerende evenementen te organiseren, hybride wagens in de vloot op te nemen en dit alles met veel lof te publiceren in een chic duurzaamheidsrapport.

Dat is rommelen in de marge. De wereld heeft al veel van dit soort disruptieve transities meegemaakt. Ze zijn vaak bepalend voor onze vooruitgang, en de gevestigde spelers halen het daarbij zelden van de uitdagers. Vandaag zijn er nog maar weinig mensen die foto’s ontwikkelen, typemachines verkopen of in de steden paardenmest ruimen.

We moeten niet alleen afstappen van fossiele brandstoffen. We moeten het ook snel doen.

Bedrijfsleiders met visie begrijpen dat maar al te goed. De transitie naar een fossielvrije, circulaire economie stimuleert duurzaamheid, bespaart op de kosten, creëert meer welvaart en levert nog decennia jobs op die men niet kan outsourcen of vervangen door robots.

Investeerders en bedrijven die geen actief klimaatbeleid voeren, riskeren economische activiteit mis te lopen en achter te blijven met gestrande activa, waardoor ze irrelevant worden. We moeten dus niet alleen afstappen van fossiele brandstoffen. We moeten het ook snel doen.

Winnaars en verliezers

Een goed instrument is de 1 graadstresstest, waarbij bestuurders en investeerders de koolstofstrategie van hun onderneming publiek maken. In zo’n 1 graadstresstest verklaren ze duidelijk welke strategie en doelstellingen de onderneming hanteert om koolstof terug te dringen. De test beschrijft de concrete stappen en mijlpalen om te beantwoorden aan de carbon law en ook hoe de vergoeding van het management is verbonden aan het halen van die ijkpunten.

De test geeft een inzicht in de directe en gerelateerde risico’s op stijgende kosten, de legitimiteit van de activiteiten, de gestrande activa, het vernietigde kapitaal en het eventuele jobverlies. De 1 graadstresstest beschrijft hoe de onderneming kan vermijden dat ze irrelevant wordt - het Kodak-scenario - en hoe ze nieuwe producten en diensten kan ontwikkelen die inspelen op de opportuniteiten van de energietransitie.

De overgang naar een koolstofarme economie is win-win of lose-lose. Er is geen plaats voor toeschouwers. Of we worden de klootzakken die de tragedie laten ontvouwen, of we worden de helden die vorm geven aan een aantrekkelijke, fossielvrije, circulaire maatschappij. Een 1 graadstresstest kan daarbij een goeie filter zijn om de toekomstige winnaars te onderscheiden van de verliezers.

Lees verder

Tijd Connect