opinie

Tijd voor een nieuw economisch handboek

Veranderende meningen stuwen de vooruitgang. Nu enkele economische zekerheden wankelen, moet dan ook het handboek worden herschreven.

‘Als de feiten veranderen, verander ik van mening. En u?’ Het is een bekende uitspraak van John Maynard Keynes. Subtiel en evident. Misschien was het voor de Britse econoom een uitvlucht. Hij stond erom bekend makkelijk van mening te veranderen of er meerdere, tegenstrijdige meningen tegelijk op na te houden. Er is niets verkeerd aan van mening veranderen. Het vormt de basis van wetenschappelijke vooruitgang. Laten we dan ook de recente kritiek op de economische theorie zien als een uitnodiging om ons begrip van de economische mechanismen te verbeteren.

Laten we dan de recente kritiek op de economische theorie zien als een uitnodiging om ons begrip van de economische mechanismen te verbeteren.

Een voorbeeld van ‘wanneer de feiten de theorie in twijfel trekken’ is de Phillipscurve. De theorie stelt dat een lage en dalende werkloosheid de onderhandelingspositie van werknemers verbetert, en dat dit tot hogere inflatie zal leiden. Er zijn vandaag wel tekenen van opwaartse druk op de lonen, maar die blijft beperkt. En, belangrijker, we merken geen effect op de index van de consumptieprijzen.

De lage inflatie trekt ook het monetarisme in twijfel. Als inflatie, zoals Milton Friedman zei, ‘eerst en vooral een monetair fenomeen is’, zou de op hol slaande omvang van de balansen van de centrale banken in Europa, de VS en Japan de consumentenprijzen sneller moeten doen stijgen. Maar daar is niets van aan.

Uitblijvende effecten

Nog een voorbeeld dat voor economen de tijd van twijfel is aangebroken, is het uitblijven van de zo gevreesde contraproductieve effecten van de budgettaire ontsporing. Wat de overheidsfinanciën betreft werd de stelling van de ultrarationaliteit van de economische agenten en de daarmee verbonden expansieve bezuiniging al ontkracht. Het is duidelijk dat de besparingsmaatregelen in het begin van dit decennium de Griekse gezinnen niet gerustgesteld hebben over de toekomstige duurzaamheid van de overheidsfinanciën en dus van hun pensioenen en hun gezondheidszorg. De zware opgelegde begrotingsmaatregelen hebben dan ook de economische activiteit niet gestimuleerd.

Vandaag wordt de deugdzaamheid van begrotingsdiscipline steeds meer in twijfel getrokken. De theorie is de volgende: zonder budgettaire discipline zal de rente stijgen. Daardoor nemen de kosten van de overheidsschuld op. Die extra uitgave gaat ten koste van andere, nuttigere uitgaven of zal belastingverhogingen vergen, tenzij men de tekorten laat oplopen. Dat zou dan weer een sneeuwbaleffect veroorzaken. Het crowding-outeffect zou een negatieve invloed hebben op de investeringen van bedrijven en gezinnen.

We stellen echter vast dat Griekenland leent aan tegen negatieve reële rente en dat het encefalogram van de Japanse langetermijnrentes hersendood lijkt aan te geven: ze staan op 0 procent en geen enkele shock krijgt ze in beweging. Dat ondanks een schuldgraad die doet vermoeden dat beide landen hun schuldeisers nooit zullen kunnen terugbetalen.

Terra incognita

Het discours over de overheidsfinanciën dat de monetaire overheden nu voeren, steunt op de ontkoppeling tussen budgettair onevenwicht en de rente. Een twaalftal jaar geleden was zo’n discours gewoon ondenkbaar.

Christine Lagarde, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, verwijt Duitsland een overdreven begrotingsijver. En Kristalina Georgieva, Lagardes opvolgster aan het hoofd van het Internationaal Monetair Fonds, bevestigde op de jongste algemene vergadering dat een van haar prioriteiten zal zijn ‘de begrotingspolitiek een centralere rol te laten spelen’. De criticasters van de ‘Consensus van Washington’, die het verwijt krijgt landen steeds meer rigoureusheid op te leggen, zullen hun kritiek mogen bijspijkeren.

Met een monetaire politiek in terra incognita, laksheid bij de centrale banken zonder effect op de inflatie en een rente die ongevoelig is voor de begrotingsevolutie, is het geen wonder dat het voor velen Latijn wordt. Maar hopelijk leidt dat tot een nieuwe taal.

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n